Human Rights Watch (HRW) stelt in een rapport dat Israël door het verdrijven van tienduizenden mensen uit vluchtelingenkampen op de bezette Westelijke Jordaanoever oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan.
In januari en februari van dit jaar werden in totaal zo'n 32.000 Palestijnen uit de al decennia bestaande, dichtbebouwde vluchtelingenkampen Jenin, Tulkarem en Nur Shams verdreven. Volgens HRW mogen zij tot op heden niet terugkeren en zijn honderden woningen door het Israëlische leger vernield.
Het leger zou de Palestijnen destijds onder meer via luidsprekers op drones hebben opgedragen te vertrekken, schrijft HRW. Militairen drongen woningen binnen, doorzochten huizen en onderwierpen bewoners aan verhoren. Er werden Apache-helikopters, pantservoertuigen, drones en honderden militairen ingezet. Defensieminister Katz omschreef het gebied als een "broeinest van terroristen".
Er zou geen alternatieve verblijfplaats zijn aangeboden, noch zijn hulpgoederen verstrekt. Mensen werden gedwongen bij familie in te trekken of zochten onderdak in moskeeën en scholen, terwijl ze zagen hoe bulldozers hun huizen sloopten. Enkel een klein deel van de bewoners kreeg de kans om persoonlijke bezittingen te halen voordat woningen werden gesloopt.
Israël zegt dat 'Operatie IJzeren Muur' noodzakelijk was vanwege de dreiging vanuit de vluchtelingenkampen, waarin volgens hen steeds meer "terroristische elementen" actief zouden zijn geweest die het dichtbevolkte gebied als dekmantel gebruikten, waaronder Hamas. Het leger benadrukt dat troepen explosieven hebben onschadelijk gemaakt en vuurgevechten met militanten hebben geleverd.
HRW zegt dat Israël niet heeft uitgelegd waarom het nodig was de hele bevolking te verdrijven en waarom mensen niet mochten terugkeren. Volgens het rapport is er door Israëlische strijdkrachten geschoten op mensen die probeerden terug te keren.
Source: Fok frontpage