Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
De eindejaarslijstjes zijn in aantocht, laat ik aftrappen met een top-3 slechtst gelukte treinreizen.
‘Van 2025?’
‘Nee, afgelopen honderd jaar. Ik wil breed uitpakken. Lezers hebben te lang op een nieuwe top-3 moeten wachten.’
Ik weet het, de Bohemian Rapsody der mislukte treinreizen blijft de mevrouw die uit haar coupéraampje hangend haar kindertjes uitzwaaide en onthoofd werd door een seinpaal. Daar was ‘slecht gelukt’ misschien wel gewoon ‘mislukt’. Zo kan ik het ook. Nee, in mijn top-3 blijft het glas half vol.
3. De contactlens. Het gebeurde in de sprinter van Amsterdam naar Zandvoort aan Zee. Ik moest eruit in Haarlem, ik vermoed kerst – maar eerder nog moest mijn lens eruit, er zat een zandvoortkorrel onder, au deed het. Wat je doet, je legt je montuurloze monocle’tje op je vingertop. Fff, weg. Helaas is een lens een zweefvliegtuigje, laat de conducteur een wind, dan kun je hem in Dover ophalen. Zit je dan, je eigen trui te beloeren alsof je nog nooit een aangeklede aap gezien hebt, broekspijpen traag optillen en ermee schudden. Dan pas opstaan. Tenslotte: rondkruipen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen lens. Wel station Haarlem-Spaarnwoude. Met je hoofd onder de bank en naar het gangpad opgestoken kont op een afschrikkende werking hopen, maar nee, de coupé liep vol met ‘medereizigers’. Toen kwam het moment waarop er impopulaire keuzes moesten worden gemaakt. Of half blind naar kerstmis, en zelfs oud en nieuw vieren als een cycloop, of zonder treinkaartje rondkruipen tot aan Zandvoort en weer terug. En dan maar een paar uur te laat komen?
Met een boete voor zwartrijden. Ze vonden mijn lens ‘leuk bedacht’. Edoch, vlak voor de tweede doorkomst in Haarlem zag ik hem waarschijnlijk liggen, op een soort riggel onder de tweezitter achter de mijne, een lensachtig bultje tussen zand en stof en kauwgompjes. Ik aan die oma vragen of ik even gestrekt op mijn buik onder haar benen mocht kruipen, etc. En kijk, meteen na de tweede keer Haarlem-Spaarnwoude (one to go), had ik verdomme mijn lens terug, klasse, geweldige treinreis, niks is mee, we waren alweer bijna in Amsterdam! Daarom brons.
2. AD Sport. Ik moest vanaf Rotterdam Centraal de trein naar de sportredactie van het AD hebben, Rotterdam Alexander, verkennend stagegesprek, goeie indruk maken, ruim op tijd van huis. Op het perron had ik een astronomisch kwartier om het sportkatern te lezen, een slimme meid is op zijn toekomst – aan de overkant brak het zonnetje door. Ik stak over. Zometeen niet in de verkeerde trein stappen, dacht ik nog. Ik heb dat zeer zeker gedacht.
Ik heb vanuit Goes een taxi moeten nemen, honderden pietermannen, die ik ben gaan betalen met geld van mijn stagebegeleider, ik geef mezelf er een zilveren medaille voor.
1. Het etentje bij de g’noot en g’notina. Vooraf was de bandeloze afscheidsborrel van mijn postdoctorale opleiding journalistiek. Grote halveliterblikken drinkend, stonden we met onze borsten tegen elkaar te discussiëren, een journalistieke scrum, Frank Hendrickx (Haagse redactie) was er ook bij, vraag maar aan hem. Erna gingen ik en mijn g’notina eten bij een d’r g’noten plus g’notina.
Een vierkant experiment, stelletje-stelletje, niet doen. Vanuit Rotterdam nam ik de trein naar Den Haag, maar viel in slaap. In Amersfoort (eindpunt) schudde de leiding me wakker. Kan g’beuren, dat wist mijn g’noot ook wel. Maar wat niet kon gebeuren, maar toch gebeurde, was dat ik op de terugweg weer insliep! En weer wakker werd geschud op het eindpunt! Rotterdam dus! Door dezelfde conducteur!
Zo enthousiast deed ik toen ik kwam binnenstormen mijn relaas, maar niemand moest erom lachen, ook mijn bloedeigen g’noot niet.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns