Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Op een viaduct boven de snelweg bij Hannover werd afgelopen zondag driftig met vlaggen gezwaaid. Ik was nieuwsgierig welke activistische denominatie zich daar verzameld had. Palestina-betogers, Extinction Rebellion, ultrarechts, het kon alles zijn. Op een viaduct in Amsterdam-Noord hebben dezer dagen bijvoorbeeld de covid-warhoofden van weleer plaatsgemaakt voor Free Palestine-betogers, je vergist je gemakkelijk.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bij Hannover zag ik vanuit de verte een klein meisje dat een dansje maakte met een Duits vlaggetje in elke hand, en voor ik ze passeerde, ontwaarde ik vendelzwaaiers van de AfD en anderen die Duitse vlaggen hooghielden, alsmede een groot spandoek waarop ‘Vrede in plaats van wapenwedloop en oorlog’ stond, vergezeld van een vredesduif met olijftak. Ook in Nederland bevinden zich vandaag de dag onder vredesbetogers aanhangers van Forum voor Democratie, voor wie de Pax Poetin dierbaarder is dan de Navo.
Een vreemde alliantie, zo op het eerste gezicht, vredesdemonstranten en radicaal-rechts, maar alweer minder vreemd als je je bedenkt dat die groeperingen elkaar in covidtijd al vonden: de rechtsextremisten als zichzelf en de vredesdemonstranten toen nog onder het mombakkes van antivaxers, met een groter vertrouwen in het eigen afweersysteem dan in de wetenschap met haar vaccins.
Beide groeperingen, de zwakhoofdige vrederoepers en de rechtsextremisten, zijn zeer vatbaar voor nepnieuws en desinformatie, en koesteren een diep wantrouwen tegen instituties en autoriteit in het algemeen. Ze vinden elkaar op het terrein van het ongerijmde, meest op het web, waar het aanbod van onsamenhangende complottheorieën samenklontert tot een min of meer coherent wereldbeeld. ‘Beroofd van hun geloof, maar doodsbenauwd voor twijfel’, luidt een voor hen geschikte kwalificatie die ik tegenkwam bij John Stuart Mill.
Eerst strijders tegen vaccinaties en social distancing, nu voor vrede.
De oorlog in Oekraïne, luidt de mantra, moet met diplomatie worden beëindigd. De tegenwerping dat alle Russische diplomatie tot nu toe alleen bedoeld was om Donald Trump in te palmen en de oorlog voort te zetten, stuit op onwil en een cirkelredenering: de partijen moeten om de tafel om te onderhandelen, want alleen zo kan er vrede komen, en dat er geen vrede komt, is omdat de partijen niet met elkaar onderhandelen.
Het bittere feit dat Poetin niet uit is op vrede maar op de vernietiging van Oekraïne, vindt geen weerklank. De roep om vrede duidt hier op een opzichtig gebrek aan kritisch denkvermogen. Het is meer dan naïef, het is de val voor de gevaarlijke fictie van een alternatieve werkelijkheid.
Vrede, je kunt er niet tegen zijn, maar de vrede die zij bedoelen is die van Poetins overwinning. De helse vrede van moord, verkrachting en foltering.
In NRC kun je een overtuigd pacifist horen zeggen dat Oekraïne de Russische bezetting had moeten tolereren om vervolgens geweldloos verzet à la Gandhi te plegen, met betogingen, stakingen en boycots. De geweldloze principes van zo iemand gaan kortom boven empathie, diens morele hoogstaandheid boven mensenlevens. ‘Bezetting’, zegt Nobellaureaat Oleksandra Matviichuk, ‘vermindert niet het menselijk lijden, het maakt het menselijk lijden onzichtbaar.’
Beelden uit Bucha, Irpin of Izjoem, of de duizenden getuigenissen van systematische folteringen in Russische martelkampen, waar zware genitale verminkingen bij krijgsgevangenen tot chronische incontinentie leiden, veroorzaken bij zulke pacifisten hooguit een lichte cognitieve dissonantie. De ongegronde overtuiging is nu eenmaal sterker dan de feiten, de waan robuuster dan de werkelijkheid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns