Amerikaanse onderzoekers lieten zowel kinderen als volwassenen druppelschilderijen à la Jackson Pollock maken, en kwamen tot een opmerkelijke vondst: Pollocks schilderkunsten bevinden zich in een wonderlijke schemerzone tussen kind en volwassene.
‘Dat kan mijn neefje ook wel.’ Dat commentaar klinkt regelmatig in museumzalen waar de werken van abstract expressionist Jackson Pollock hangen. De Amerikaanse schilder staat bekend om zijn impulsieve werkwijze, waarbij hij in een koortsachtige dans rond zijn doek het canvas begoot en bedruppelde met klodders verf.
Het is dan ook niet gek dat mensen zijn weelderige action paintings soms vergelijken met het verfgeklieder van een basisschoolkind. Natuurkundigen en psychologen sloegen de handen ineen en zochten uit of er daadwerkelijk verschillen zijn te bespeuren tussen zulke ‘druppelschilderijen’ van volwassenen en kinderen.
De onderzoekers, van onder meer de Universiteit van Oregon, lieten zowel 6- tot 8-jarigen als jongvolwassenen witte canvassen op de vloer begieten en bespatten met zwarte verf, geheel in lijn met de werkwijze van Pollock. De resultaten van deze zogeheten dripfests analyseerden zij vervolgens op complexiteit van fijne lijnen en op hoeveel witruimte er te zien was.
Conclusie: de schilderijen van kinderen bevatten weinig fijne structuren en meer witte vlakken, bij volwassenen is het doek meer volgekalkt. En Pollock? Die zit er precies tussenin, blijkt uit analyse van zijn zwart-wit-creatie Number 14, 1948.
De ‘kinderlijke’ trekken van Pollocks action paintings zijn wellicht te wijten aan de vermeende evenwichtsproblemen van de expressionist, opperen de wetenschappers in natuurkundig vakblad Frontiers in Physics. Ook jonge kinderen hebben een nog onderontwikkelde balans; in hun pogingen rechtop te blijven staan bij het maken van de wilde schilderbewegingen gaan ze minder gedetailleerd te werk, stellen de onderzoekers.
Ook onderzocht: welke kenmerken van zo’n expressionistisch schilderij vallen nou daadwerkelijk in de smaak bij de toeschouwer? Negentig beoordelaars kregen de spatwerken van de volwassen deelnemers voorgeschoteld, en werden onder andere gevraagd deze te becijferen op hoe plezierig ze het vonden om naar te kijken.
Opvallend genoeg bleken mensen de meeste voorkeur te geven aan werken met meer witruimte en minder complexiteit: exact de eigenschappen van werken van Pollock – én die van kinderen.
‘Dit is niet het slotwoord over wat Pollocks werk voor mensen betekent, maar het is een mooie volgende stap in dit soort onderzoek naar abstracte kunst’, reageert Ralf Cox van de Rijksuniversiteit Groningen op de nieuwe studie. De hoogleraar onderzoekt hoe mensen kunst beleven, waaronder Pollocks schilderijen, en was een van de experts die het onderzoek van zijn vakgenoten heeft gekeurd vóór de wetenschappelijke publicatie.
‘Wat Pollocks kunst uniek maakt, is dat die een soort vingerafdruk is van zijn bewegingen tijdens het schilderen, zijn dans, die vastgelegd is op het doek. Schijnbaar is zo’n vingerafdruk anders voor kinderen dan voor volwassenen, en ook weer anders voor Pollock.’
Cox ziet geen probleem in de vondst dat Pollocks schilderingen blijkbaar kinderlijke eigenschappen hebben. ‘Dat zegt niks over de kwaliteit van zijn werk, misschien is het feit dat het kinderlijk aandoet júíst wat het interessant maakt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant