De stikstofstandpunten van D66 en CDA lijken prima met elkaar te verenigen, vooral omdat de partijen in de formatiefase waarschijnlijk niet over details beslissen. En daarin schuilt – zeker bij stikstof – meestal de duivel.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) bogen zich woensdag over het derde beleidsdossier dat ze van verkenner Wouter Koolmees voor 9 december moeten tackelen: het stikstofprobleem. Een vergelijkend warenonderzoek van verkiezingsprogramma’s en verbale intentieverklaringen leidt tot de conclusie dat de heren er onderling wel uit zullen komen.
Dat lijkt misschien een gewaagde stelling. Het CDA sprong decennialang op de bres voor het boerenbelang, of beter gezegd: het agro-industriële complex dat zweert bij schaalvergroting. D66 is de partij die in 2019 de lont in het kruitvat van de boerenonvrede stak met een oproep de landelijke veestapel te halveren.
Gelukkig voor informateur Sybrand Buma zijn de twee kemphanen enorm naar elkaar toe gegroeid. D66 heeft zijn groene veren deels afgeschud, of op zijn minst een grondige bleekbeurt gegeven. Het halveren van de veestapel staat niet meer in het verkiezingsprogramma. Het beprijzen van broeikasgas- en stikstofemissies uit de landbouw is ook geschrapt, net als de gedwongen uitkoop van boeren rond Natura 2000-gebieden.
Dat is ingeruild voor het BBB-mantra ‘voedselzekerheid’ en vage stellingen als ‘de boer verdient nieuw perspectief voor de lange termijn’ en ‘D66 wil naar een model waarbij gezonde natuur bijdraagt aan een gezonde landbouw, en andersom’. Concreet wordt D66 vrijwel nergens in zijn landbouwparagraaf. Dat biedt Jetten veel manoeuvreerruimte in de formatie.
Bij WNL toonde Jetten zich vorige maand al heel compromisbereid op het landbouwdossier. ‘D66 heeft lang hard ingezet in de discussie rond stikstof en landbouw. Dat is soms nodig, maar soms moet je beginnen met de dingen waar je het wel over eens bent. Daarom hebben we in ons (nieuwe, red.) programma veel meer gekeken naar hoe we boeren en natuurorganisaties bij elkaar kunnen brengen.’
De slagingskans van de onderhandelingen wordt verder vergroot, doordat ook het CDA veranderd is. Tegen de partijtraditie in praat voorman Bontenbal boeren niet meer altijd en overal naar de mond. De christendemocraten zeggen nu openlijk dat de stikstofuitstoot van de landbouw omlaag moet via een ‘geborgd maatregelenpakket’, omdat Nederland anders nooit uit de crisis komt. Het CDA onderkent zelfs de noodzaak van sancties voor boeren die hun stikstofdoelen niet halen.
In deze context zijn de programmatische verschillen tussen beide partijen niet onoverkomelijk. ‘We houden ons aan stikstofdoelstellingen voor 2030’, aldus het D66-programma. Let wel: ‘stikstofdoelstellingen’, niet ‘de stikstofdoelstellingen’. Deze zin verwijst dus niet naar de wettelijke stikstofdoelen waar D66 in het kabinet-Rutte IV op hamerde, en die toenmalig CDA-leider Wopke Hoekstra naar 2035 wilde uitstellen.
De vage formulering van D66 schept onderhandelingsruimte: het mogen dus ook andere, wellicht minder ambitieuze doelen zijn. Dat komt mooi uit, want het CDA zet in op herziene stikstofuitstootdoelen voor 2035, maar wil eventueel wel een tussendoel in 2030 accepteren.
D66 wil ook 50.000 hectare extra natuur scheppen door het Natuur Netwerk Nederland uit te breiden, terwijl het CDA alleen wil ruilverkavelen tussen natuurgebieden, om ze ‘robuuster’ te maken. De partij wil zo te zien kleine, geïsoleerde natuurgebieden offeren, en in ruil de grotere gebieden uitbreiden. Andere rechtse partijen willen dat trouwens ook, maar de Europese Commissie geeft er waarschijnlijk geen toestemming voor.
De extra natuur van D66 mag ook door boeren beheerde natuur zijn – en daar kunnen de twee partijen elkaar waarschijnlijk vinden. Aan welke kwaliteitsnormen die boerennatuur moet voldoen, staat niet in de verkiezingsprogramma’s en straks waarschijnlijk ook niet in het formatieakkoord tussen D66 en CDA.
Terwijl de duivel meestal in de details, de precieze uitwerking, zit. De meeste partijen, ook GroenLinks-PvdA en VVD, willen boeren langdurige beheerscontracten geven voor het onderhouden van ‘boerennatuur’. Cruciaal is hoeveel geld boeren daarvoor krijgen en vooral: wat ze ervoor moeten doen. Dat bepaalt namelijk of de weidevogels, de insecten en de biodiversiteit iets wijzer worden van dat door boeren beheerde landschap.
Maar natuurherstel en -bescherming is niet het hoofddoel van de meeste politieke partijen. Het politieke beleidsdoel van stikstofmaatregelen is ‘het land van het slot krijgen’, of – in de woorden van oud-landbouwwoordvoerder Thom van Campen (VVD) – ‘vergunningen, vergunningen, vergunningen’.
Geen politicus die kan uitleggen hoe beschadigde natuur kan herstellen als de uitstootwinst die stikstofbeleid oplevert linea recta weer gebruikt wordt voor nieuwe bouw- en andere economische activiteiten die nog meer stikstof uitstoten. Sinds het begin van de stikstofcrisis is het een mysterie hoe dat wetenschappelijk rondrekent.
Dat hoeft aan de formatietafel geen obstakel te zijn. Daar gaat het erom of het politiek gezien rondrekent. Politieke logica is wat anders dan wetenschappelijke logica.
Hoe staat potentieel coalitiegenoot GroenLinks-PvdA in de boeren-versus-natuur-discussie? Welnu, ex-partijleider Frans Timmermans liet het stikstofdoel van zijn partij in 2023 razendsnel vallen om te kunnen regeren met NSC.
In een debat met NSC-leider Pieter Omtzigt zei Timmermans nog vóór de verkiezingen: ‘Ik heb veel met jonge boeren gesproken en goed naar hen geluisterd. We moeten er samen uitkomen. Dat vind ik belangrijker dan precies vasthouden aan wat we in het verkiezingsprogramma hebben afgesproken.’
Als ook Jesse Klaver partijstandpunten zo gemakkelijk loslaat, is er geen enkel beletsel voor dat grote middenkabinet van D66-VVD-GL-PvdA-CDA. In elk geval niet als het over stikstof, landbouw en natuur gaat.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant