Home

Het is goed toeven op de regionale zenders. Daar heb ik gerust wat belastinggeld voor over

is televisierecensent voor de Volkskrant.

Het is even zappen, maar dan heb je ook wat. Een oudere meneer bij een viskraam in Olst, bijvoorbeeld, die wordt gevraagd wat de gemoederen bezighoudt in zijn dorpje. ‘Nou, heel weinig’, antwoordt hij. ‘Weinig gemoederen, hierzo.’ Even later vertelt hij met tranen in zijn ogen hoe lastig het is om alleen te wonen, na het overlijden van zijn vrouw.

Dat je op de regionale zenders bijzonder fijne televisie kunt vinden, schijnt een steeds beter bewaard geheim te worden. Enkele maanden geleden meldde De Telegraaf dat de kijkcijfers van de dertien regionale zenders in vijf jaar gehalveerd zouden zijn, hoewel de omroepen aangeven deze trend niet te herkennen. En dus begint de aloude discussie weer: verdienen ze onze belastingcentjes nog wel?

Voorstanders wijzen meestal op de verbindende functie van regionaal nieuws. Terecht, lijkt mij. Maar ik wil daar nog een argument aan toevoegen: nergens is het gewone-mensen-met-lieve-verhalenformat zo tot een kunst verheven als op de regionale zenders. En dat is ook voor buitenstaanders wat waard.

Dat bleek ook dinsdagavond. In Heb je nog nieuws? (RTV Oost) trok presentator Pim Paalhaar naar het Overijsselse Olst. Daar ging hij op zoek naar lokale roddels en nieuwtjes, met een PowNed-achtige brutaliteit die toch – het kan dus gewoon! – geen moment onsympathiek werd.

Behalve de meneer bij de viskraam sprak Paalhaar twee puberjongens op stuntfietsen. ‘Hoe is het leven hier?’, vroeg hij ze, nadat hij ze plagerig had beschuldigd van spijbelen. ‘Mooi. Soms is er wat te doen, maar soms ook niet’, was hun onbedoeld poëtische antwoord. Daarna deden ze een paar wheelies.

In Strunen (RTV Drenthe) lag het tempo beduidend lager. Presentator Harm Dijkstra struinde met een stel oudere heren door het dorpje Sleen. ‘Hier bracht ik mijn huwelijksnacht door’, zei een van hen bij de overblijfselen van een hotel. ‘Ik stond met tranen in mijn ogen te kijken toen het afbrandde.’ Gelukkig bestaat de dorpsbrink, het groene hart van Sleen, nog wel. ‘En laten we hopen dat dat zo blijft, ook na onze dood’, zei Dijkstra plechtig. De mannen bromden instemmend.

En dan is er nog het onvolprezen Hea! (Omrop Fryslân), een soort Man bijt hond zonder sensatiezucht. Door hun prijswinnende reportage over de laatste fietser van de Fietselfstedentocht van 2012, overweeg ik al jaren een Duolingo-cursus Fries te volgen. Het is er nog niet van gekomen, maar toch: dat zegt iets.

Dinsdag ging Hea! op bezoek bij een buikdansles en het ‘Boekehúske’ van de 11-jarige Brecht, die ervan droomt kinderboekenschrijver te worden. In haar eigen hoekje van de boekwinkel van haar ouders vertelde ze dat ze het liefst verhalen schrijft over vogeltjes en mensen.

Zo is het goed toeven in de regio, waar BN’ers, formaties en Epstein-lijsten prettig ver weg lijken. Daar heb ik persoonlijk gerust wat belastinggeld voor over.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next