Het optreden van de Amerikaanse folkband Mumford & Sons bevat meezingers voor iedereen die in de jaren tien bij een radio in de buurt is geweest.
is popredacteur van de Volkskrant.
Op een bepaalde manier voelt de muziek van Mumford & Sons als een tijdscapsule, als een muzikale terugkaatsing naar een tijdperk waarin heel Nederland zich bemoeide met het Glazen Huis en je op Hyves naar hartenlust kon krabbelen.
De band was de grootste aanvoerder van wat later ‘stomp clap indie’ is gaan heten, een golf folkpop waarin mannen met baarden en bretels op de maat stampten, in de handen klapten en op de banjo ragten.
Maar net als bijvoorbeeld mede stompclappers The Lumineers hebben Mumford & Sons de dood van deze trend overleefd, en zijn ze nog steeds een razend populaire band die de Amsterdamse Ziggo Dome met gemak uitverkoopt.
En dat snap je eigenlijk wel, tijdens hun strak opgezette show in Amsterdam. De hits vliegen je om de oren, iedereen die weleens in de buurt van een radio is geweest in de jaren tien kan de helft van de setlist meezingen.
En de stem van frontman Marcus Mumford is prachtig, troostend bijna, honingzacht met een rauw randje. Die komt het best tot z’n recht als Mumford zich een beetje inhoudt qua volume, zoals op het relatief nieuwe lied Rushmere. Daarin hoor je hoe dit genre met alle akoestische gitaar- en banjo-aanslagen wel gemaakt lijkt voor zijn stem, zo goed past het.
Maar vaker zet hij hard in, met schelle achtergrondzang van zijn bandleden. Daar verdwijnt dat fijne stemgeluid in een voortstampende folkeuforie. Dat is best om vrolijk van te worden, maar weinig verfijnd. Tijdens het wel verfijnde blokje, akoestisch op een tweede podium in de zaal, versmelten de nummers dan weer met elkaar omdat ze zo veel op elkaar lijken qua klankkleur en opbouw. Niet zeuren dus, en gewoon mee op de vrolijke banjotrein.
Pop
★★★☆☆
17/11, Ziggo Dome, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant