Bij een Israëlische luchtaanval in zuidelijk Libanon zijn dinsdagavond zeker veertien mensen gedood. De aanval vond plaats op het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh, nabij de havenstad Sidon.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Onder de doden zijn volgens de Libanese autoriteiten twee kinderen. Volgens Israël was het doelwit een ‘trainingscomplex’ van de Palestijnse militante beweging Hamas, maar het is onduidelijk of dat klopt.
Het gaat om de dodelijkste luchtaanval sinds het ingaan van het uiterst wankele staakt-het-vuren in Libanon, deze maand een jaar geleden. Onder Libanezen groeit daarom de angst dat de aanval van dinsdag een voorbode is van meer.
Wil de regering van premier Benjamin Netanyahu de oorlog met de militante beweging Hezbollah (een bondgenoot van Hamas) met grootschalige bombardementen gaan hervatten? In verklaringen van zowel Israël als Amerika klinkt een groeiend ongeduld. De twee landen vinden dat de Libanese autoriteiten niet genoeg vaart maken met de ontwapening van Hezbollah – een cruciale voorwaarde uit het bestand.
Volgens de Libanese krant L’Orient-Le Jour werd er bij het bombardement van dinsdag een pakhuis geraakt met meerdere kantoren. Er lag een voetbalveld naast waar op dat moment – rond half tien ’s avonds – tieners aan het spelen waren. Door de immense klap zouden zij ook zijn geraakt. ‘Hij ging voetballen met zijn vrienden’, citeert het dagblad een familielid van de 16-jarige Amjad. ‘Hij is nooit teruggekomen.’
Hamas ontkent in alle toonaarden dat het pakhuis als trainingscomplex fungeerde. De Israëlische legerwoordvoerder Avichay Adraee bleef woensdag echter spreken van een ‘rekruteringsfaciliteit.’ Ter ondersteuning publiceerde hij foto’s van Hamas-pamfletten waarin jongeren worden opgeroepen naar de locatie te komen, en zich als strijder te registreren. De pamfletten zijn twee jaar oud, hetgeen de mogelijkheid openlaat dat het pand in de tussentijd een andere functie heeft gekregen.
Het verpauperde vluchtelingenkamp Ain al-Hilweh bestaat al ruim zeventig jaar, en geldt in Libanon als uitvalsbasis voor de meest radicale Palestijnse facties. Vrijwel alle inwoners zijn nazaten van mensen die drie, vier generaties geleden verjaagd werden uit het toenmalige mandaatgebied Palestina (en latere Israël).
Dat Hamas er voet aan de grond heeft, is geen geheim. Hetzelfde geldt voor de rivaliserende partij Fatah. In samenspraak met de (aan Fatah gelieerde) Palestijnse Autoriteit (PA) probeert het Libanese leger sinds dit voorjaar zijn machtsmonopolie te doen gelden door Palestijnse facties te ontwapenen. Fatah heeft daar in sommige kampen aan meegewerkt, Hamas niet.
De Libanese regering onder leiding van president Joseph Aoun zegt voortdurend dat men van goede wil is, en ook het veel grotere Hezbollah wil ontwapenen. De vraag is alleen hoe. Het nationale leger is militair zwakker dan Hezbollah. Een gedwongen ontwapening van de sjiitische groepering geldt sowieso als de opmaat naar een burgeroorlog; het zou neerkomen op een situatie waarin de ene sjiitische neef of broer tegenover de andere komt te staan.
Een bijkomend probleem is dat Israël nog altijd vijf symbolische punten in zuidelijk Libanon bezet. Zolang dat het geval blijft, redeneert Aouns regering, heeft Hezbollah een reden om niet mee te werken en zijn de Libanese autoriteiten vleugellam.
Het Libanese leger zegt in het zuidelijke grensgebied meer dan vijftig Hezbollah-tunnels te hebben ontmanteld en honderden wapens te hebben geconfisqueerd. Maar volgens bronnen van persbureau Reuters wil Israël meer. ‘Ze eisen dat we huiszoekingen doen, maar dat gaan we niet doen’, aldus een anonieme Libanese functionaris. ‘We gaan het niet op hun manier doen.’
Aan Amerikaanse kant ligt er inmiddels een deadline: vóór eind 2025 moet er zichtbare vooruitgang zijn in de ontwapening. Dat ultimatum lijkt kansloos, hetgeen de diplomatieke spanningen doet groeien. Legerleider Rodolphe Haykal zou deze week naar Washington vliegen voor overleg, maar dat werd door de Amerikanen afgezegd.
In de tussentijd kan Israël de druk met bombardementen blijven opvoeren. Sinds vorig jaar voerde het zo’n 500 luchtaanvallen uit, waarmee het naar eigen zeggen reageert op verdachte bewegingen van Hezbollah. Volgens de Israëlische telling werden daarbij 230 Hezbollah-strijders gedood. Geregeld komen er echter ook burgers om – volgens cijfers van de Verenigde Naties zeker tachtig. Donderdag zullen de doden in Ain al-Hilweh worden begraven.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant