Voor het eerst in de geschiedenis had het nationale voetbalelftal van Suriname zicht op plaatsing voor het WK. Heel Paramaribo zocht dinsdagavond een tv-scherm op voor het beslissende duel tegen Guatemala, zag Volkskrant-verslaggever Ianthe Sahadat. ‘Boi, ik ga sowieso feesten.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Penningmeester en verdienstelijk doelvrouw in ruste Stephany Martin (33) staat dinsdagmiddag tegen vijven bij voetbalclub S.V. de Toppers aan de Marowijnestraat in Paramaribo. ‘Het WK lonkt’, zegt ze verlangend. Wijzend op haar buik: ‘Vlinders voor de wedstrijd.’
‘De wedstrijd’, dat is dus niet het potje dat haar 7-jarige zoontje Jovaino (‘hij bewandelt de voetsporen van zijn moeder, hij keept ook’) zometeen met zijn teamgenoten speelt. Maar dat andere duel. Dinsdagavond speelt de nationale Surinaamse ploeg, kortweg Natio, de beslissende poulewedstrijd tegen Guatemala. Suriname, de huidige nummer 126 op de FIFA-ranglijst, kan zich voor het eerst ooit plaatsen voor het WK.
En alleen al de kans dat de kans er is, brengt de hoofden op hol in de Surinaamse hoofdstad, die vanwege de naderende 50-jarige jubileumviering van dat andere historische moment – srefidensi, de Surinaamse onafhankelijkheid op 25 november – sowieso al uitbundig in nationale vlaggen en de kleuren groen, rood, wit en geel gehuld gaat.
Pompbedienden, oma’s bij bushaltes, werklui op bouwplaatsen, tieners op e-brommers (een lokale, subtielere en vermoedelijk vooral goedkopere variant op de Nederlandse fatbike), kinderen, ambtenaren – wie je het ook vraagt: iedereen zoekt vanavond een scherm op. Of het nu het megascherm op het onafhankelijkheidsplein in het stadscentrum is, een telefoonscherm op een straathoek, de tv van de buren, bij het populaire uitgaansplein ‘t Vat, of onder een met NDP-vlaggen behangen afdakje aan de Kamperfoelielaan in de wijk Zorg en Hoop.
Op die laatste stek komen vanavond in elk geval leerkracht Hank Antjes (62), een tandeloze meneer met de bijnaam Gowtu (goud) en drie generaties Burnet-vrouwen samen voor de wedstrijd. Op de vraag of Suriname gaat winnen begint de 4-jarige Chessely spontaan het vrijheidslied Srefidensi van de Surinaamse kaseko-artiest Lieve Hugo te zingen. Sranan kis wan pikin. Fa nen? Fa nen? (Suriname heeft een kind gekregen. Hoe heet het?) Srefidensi now.’
‘Op school geleerd’, licht oma Rachna (46) toe. Dochter Ketoura (22), neonoranje jurk, grote donkere sprankelogen, wil zich wel aan een voorspelling wagen. Luid articulerend: ‘Stan-ley Men-zo gaat Su-ri-na-me naar het WK brengen.’
Eerder die dag wacht de Surinaamse ex-profvoetballer Edu Nandlal (62) op zijn taxi naar luchthaven Zanderij. Grijns: ‘Ik zit straks in een leeg vliegtuig naar Nederland.’ De 4-0 zege tegen El Salvador, afgelopen donderdag, zag hij in het Essed Stadion in Paramaribo. Op verzoek van bondscoach Menzo, sprak Nandlal de Natio-spelers na afloop in de kleedkamer toe. Nandlal zei: ‘Jullie nemen het stokje van ons over, dat is historisch.’
Dat stokje draagt een tragedie mee. Het veelbelovende Surinaamse Kleurrijk Elftal van weleer kwam grotendeels om bij de SLM-vliegramp in 1989. Hun vliegtuig stortte vlakbij Paramaribo neer: 176 passagiers en bemanningsleden kwamen om het leven, onder wie veertien spelers van het nationale Surinaamse team waartoe ook Menzo en Nandlal behoorden. Drie spelers overleefden het. Nandlal was een van hen. Menzo was met een eerder vliegtuig naar Suriname gevlogen.
Nandlal kwam er getraumatiseerd en met een gebroken rug en dwarslaesie uit. Zijn voetbalcarrière was voorbij. Maar op het terras zit een opgewekte man die ‘met veel plezier’ een glazenwassersbedrijf in Utrecht runt. ‘Ik heb het verwerkt. En ik kwam hier niet om over tranen te praten. Het gaat niet om mij. Ik gun het Suriname gewoon erg.’
En als WK-plaatsing niet lukt? Nandlal: ‘Het zal je verbazen, maar het is hier niet zoals in Europa. Mensen verwachten niets. Ze vinden niet dat ze er recht op hebben.’
Die avond is het stadscentrum afgeladen druk. Per auto hebben mensen zich in toeterende files naar de bars en pleinen aldaar begeven. In uitgaans- en voetbaltenues, rijkelijk geparfumeerd, tasjes met bier bij de hand, beweegt een stoet mensen richting Onafhankelijkheidsplein, waar de schermen tot een minuut voor aanvang van de wedstrijd nog niets tonen. Aan een voorbeschouwing wordt niet gedaan. Wel is er muziek, veel muziek. Brassbands bewegen door de menigte, uit speakers knalt onderling concurrerende hiphop, reggae en kaseko.
Dan is er beeld. Een omroeper zweept op, iedereen joelt. Mensen zingen het volkslied mee, schelden hartstochtelijk tegen het scherm. Maar na het derde tegendoelpunt draait een flink deel van de mensen zich hoofdschuddend om. Het veld stroomt langzaam leger. Even is er nog de ontlading als er dan toch een Surinaams doelpunt valt.
Na afloop heerst er verslagenheid, maar die duurt opvallend kort. Neem steigerbouwer Raoul die voorafgaand nog zei: Suriname naar het WK, dat is Suriname dat zegt: wij bestaan. Of hij niet bedroefd is? ‘Boi, ik ga sowieso feesten, we hadden al gewonnen.’
Scholier Chawa (20) waagt een stukje verderop nog een theatrale poging. Met gepijnigde blik: ‘Mijn hart is gebroken.’ Zijn vriend Zion lacht uitbundig. ‘Nee, het leven gaat door. Dan gaan we over vier jaar!’
‘Surinaaameeeeee’, joelt een jongen achterop een brommer die tussen toeterende auto’s – ramen open, muziekvolume voluit – door manoeuvreert. De stoet begint het centrum weer te verlaten. Maar een volk dat bedroefd de nacht in gaat? Zo voelt het niet.
Dan, een appje, uit de lucht, ergens ter hoogte van Portugal. ‘Niet te geloven dat Natio verloren heeft!’ Dat Paramaribo geen verslagen stad in voetbalrouw is, verbaast Edu Nandlal niet. ‘Ik zei het toch, Suriname is anders. Na verlies: orde van de dag.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant