Chinees klimaatbeleid In Belém stelt China zich niet op als de nieuwe klimaatleider. In de praktijk is het dat al wel, dankzij de dominantie van de Chinese groene industrie. Wordt klimaatbeleid nog wel tijdens de COP gemaakt?
China is prominent aanwezig op de VN-klimaattop in Belém, met de grootste delegatie na die van gastland Brazilië.
In Belém, de Braziliaanse stad waar de VN-klimaattop dit jaar wordt gehouden, praten diplomaten deze week verder over de klimaatdoelen. In een andere Braziliaanse stad, Camaçari, werd vorige maand een nieuwe fabriek van het Chinese elektrische automerk BYD geopend. De fabriek, de grootste die BYD tot nu toe buiten China opende, werd gebouwd op de locatie van een autofabriek van het Amerikaanse Ford die in 2021 zijn deuren sloot. „God trekt geen rechte lijnen. Ford moest Brazilië verlaten zodat BYD kon komen”, zei de Braziliaanse president Lula tijdens de opening.
Het is dit soort deals dat laat zien hoe de mondiale klimaatpolitiek verandert, en welke rol China daarin speelt.
Terwijl de Verenigde Staten zich onder president Trump terugtrekken uit eerdere klimaatafspraken, en zelfs geen delegatie naar Belém stuurden, stijgen de verwachtingen van China’s klimaatleiderschap.
China zelf probeert tijdens de klimaattop de indruk te vermijden dat het de planeet uit de klimaatcrisis gaat leiden. De tweede economie ter wereld wil laten zien dat het zich wél constructief opstelt en is prominent aanwezig, met de grootste delegatie na die van gastland Brazilië. Maar de nieuwe klimaatdoelen die het land presenteerde, om in 2035 de totale uitstoot van broeikasgassen met 7 tot 10 procent te reduceren, worden gezien als teleurstellend. Vicepremier Ding Xuexiang verraste vorig jaar nog met de financiële steun die China aan ontwikkelingslanden gaf voor hun klimaattransitie, in Belém noemde hij geen concrete bedragen en benadrukte hij juist China’s traditionele standpunt dat het mondiale Noorden de leiding moet nemen in dat proces.
Vorige maand werd in de Braziliaanse stad Camaçari een fabriek van het Chinese elektrische automerk BYD geopend, de grootste fabriek van BYD buiten China tot nu toe.
Die voorzichtige opstelling van de Chinese regering is niet verrassend, zegt Li Shuo, directeur van de China Climate Hub van het Asia Society Policy Institute. Het land zet liever niet te hoog in, nu de Chinese economie kwakkelt en andere mogendheden hun klimaatambities beperkt houden.
Maar als je alleen kijkt naar wat Chinese diplomaten zeggen, mis je een belangrijk deel van China’s macht op het gebied van klimaat. Want als het gaat om de economische kant van de klimaattransitie ís China al de absolute wereldleider. Het zijn Chinese bedrijven, voornamelijk in de private sector, die massaal goedkope zonnepanelen, windturbines en elektrische auto’s leveren aan consumenten en bedrijven in eigen land, en ook steeds meer daarbuiten. In China is de helft van alle nieuwe verkochte auto’s elektrisch, en alleen al dit jaar voegt het land naar verwachting 500 gigawatt toe aan nieuwe zon- en windenergie. In de Europese Unie gaat dat om zo’n 90 gigawatt.
Volgens Li, die eerder lang werkte voor Greenpeace in China, ligt hier de toekomst van de mondiale klimaatpolitiek. „Ik zeg niet dat de COP irrelevant wordt,” vertelt hij in een telefoongesprek net voor hij zelf naar Belém vertrekt, „maar deze economische krachten en hun plannen zijn nu minstens zo belangrijk om te volgen. Op economisch vlak domineren Chinese bedrijven, en die willen uitbreiden.”
Hoewel China een rol als wereldleider op klimaatgebied afwijst, speelt het land een groeiende rol in de klimaatdiplomatie. Dat werd duidelijk in 2014, toen China en de Verenigde Staten samen de leiding namen in de aanloop naar de Parijsakkoorden. Sinds 2017, toen de VS zich terugtrokken uit de akkoorden, heeft China zich ontwikkeld tot een tegenstem die blijft pleiten voor een multilaterale aanpak van de klimaatcrisis.
Tegelijk heeft president Xi Jinping de afgelopen jaren verschillende keren gezegd dat China klimaatverandering „niet op het verzoek van anderen, maar op eigen initiatief” wil aanpakken. De belangrijkste drijfveren komen inderdaad vanuit het land zelf, ziet onderzoeker Xiaoran Li, een expert in China’s klimaatpolitiek in Potsdam en aan de VU in Amsterdam.
Na decennia van snelle industriële groei die China welvarender maar ook veel vervuilder maakten – het land is de grootste uitstoter van CO2 – waren China’s leiders sterk gemotiveerd om een duurzamer economisch ontwikkelingsmodel te vinden. Waar in het Westen klimaatactivisme een aanjager was van klimaatbeleid, speelde in China een maatschappelijke discussie rond de verstikkende luchtvervuiling die rol.
Inmiddels leeft in China meer dan in het Westen het idee dat de klimaattransitie ook een economische kans kan zijn, die bovendien kan helpen het land zelfvoorzienender te maken op het gebied van energie. Het grootste obstakel van die transitie is de enorme kolenindustrie van het land. De afgelopen jaren bleven lokale overheden nieuwe kolencentrales openen, al worden ze wel minder vaak ingezet en zouden ze een „aanvullende” rol moeten spelen op schone energiebronnen. „Kolen blijven belangrijk in China, net als olie dat is in de Verenigde Staten”, legt Xiaoran Li uit.
Het grootste obstakel van de Chinese klimaattransitie is de enorme kolenindustrie van het land. De afgelopen jaren bleven lokale overheden nieuwe kolencentrales openen.
De klimaatexpert ziet China’s nieuwe klimaatdoelen wel degelijk als ambitieus. „Voor het eerst wordt een absolute reductie aangekondigd. Dat is positief.” De relatief lage doelen moeten vooral gezien worden als een ondergrens. „Ze willen zeker weten dat ze behaald kunnen worden. China heeft een andere manier van communiceren dan sommige westerse landen die ambitieuze doelstellingen aankondigen maar ze dan weer intrekken.” Ook China’s doelstelling om rond 2030 de CO2-uitstoot te laten pieken wordt naar verwachting eerder bereikt.
Tijdens de klimaattoppen die Li voor haar onderzoek observeerde werd China proactiever. De Chinese delegatie speelde vorig jaar in de slotfase van de onderhandelingen een ongebruikelijk zichtbare rol in het bijeenbrengen van landen, toen een deal over de toezegging van 300 miljard aan klimaatfinanciering dreigde te mislukken vanwege meningsverschillen over de hoogte van het bedrag.
Ook analist Li Shuo ziet tekenen dat China’s klimaatdiplomatie verandert. Zo valt het in Belém op dat de Chinese delegatie sterker dan voorheen de nadruk legt op de successen van het eigen bedrijfsleven. „Ik denk dat China in de loop van de tijd een proactievere en progressievere stem gaat laten horen, juist omdat dat ook in China’s eigen economische belang is. Maar die verandering komt niet zo snel als veel milieuactivisten zouden willen zien.”
Tegelijk leidt de economische macht van China’s groene industrie tot nieuwe spanningen. Zoals het dispuut tussen China en de Europese Unie over de markttoegang voor Chinese elektrische auto’s, die volgens de EU teveel subsidie zouden hebben gekregen. Ook in het mondiale Zuiden, waar Chinese elektrische auto’s en andere groene producten landen in staat stellen sneller te vergroenen, is er debat over de impact van de Chinese dominantie op de eigen innovatie. Kunnen er afspraken gemaakt worden met China over technologische overdracht, en over de handelsimbalans?
Die spanningen blijven op deze klimaattop grotendeels onbesproken. André Corrêa do Lago, de Braziliaanse diplomaat die de onderhandelingen in Belém leidt, zei tegen The New York Times dat „je niet kunt zeggen dat China zijn uitstoot moet verlagen en daarna klagen dat China wereldwijd zoveel goedkope elektrische auto’s neerzet”. Juist in deze fase van de klimaatakkoorden, waarin het aankomt op implementatie, is de Chinese aanpak welkom. „Als je je zorgen maakt over het klimaat, is dit goed nieuws.”
Daarmee groeit dit jaar ook op de klimaattop de erkenning van China’s leiderschap – en dan vooral dat van de Chinese industrie – op het vlak van de groene modernisering. Dat succes kreeg tot voor kort minder aandacht dan je zou verwachten, waarschijnlijk door China’s relatieve gebrek aan soft power, schrijft historicus Adam Tooze in zijn invloedrijke nieuwsbrief Chartbook: „We moeten nu erkennen dat er geen westerse claim meer is op het leiderschap van het wereldwijde groene moderniseringsproject (voor zover die er eerst was). Onze taak is om daar nu het beste van te maken.”
Ondertussen is er in China zelf ook meer aandacht voor de impact van klimaatverandering. Naast vervuiling wordt het uitgestrekte land inmiddels geregeld geraakt door extreme weersomstandigheden. Na een lange droge zomer hadden boeren in noordelijk China afgelopen maand, net tijdens het oogstseizoen, te maken met de meeste regenval sinds de jaren zestig. Velden staan onder water, waardoor de oogst volgens lokale media soms al verrot was voor hij kon worden binnengehaald.
Het viel onderzoeker Xiaoran Li ook op toen ze recent in haar thuisland op bezoek was. „Als je de televisie aan zet, gaat het over klimaatverandering. Het is een zichtbaar thema geworden. Zowel als het gaat om de negatieve gevolgen ervan als om de Chinese successen op dit vlak.”
Ze neemt online deel aan de top maar is pessimistisch over de kans dat er de komende week doorbraken worden bereikt op pijnpunten zoals financiering. „Elk signaal dat landen afgeven doet ertoe, maar als belangrijke actoren ontbreken is het moeilijk om echt voortgang te boeken.” In Belém sloeg het hoofd van de Chinese delegatie Li Gao vorige week een optimistischere toon aan. „We hopen en geloven dat de Verenigde Staten op een dag weer terugkomen,” zei hij in een interview met het Franse persbureau AFP.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid
Source: NRC