Home

Paul Kooiker fotografeerde de vazen van Jan van der Vaart. ‘Aan alle kanten gebeurt er iets’

Keramiek De Nederlandse keramist Jan van der Vaart overleed 25 jaar geleden. Daarom komt er een boek uit over zijn werk en leven, opent een tentoonstelling over hem in Kunstmuseum Den Haag en fotografeerde Paul Kooiker zijn werk voor NRC Magazine.

Gegoten bronskleurige multipels uit 1994 (links) en 1970 (rechts)

Keramiek maken is een keihard kloteambacht, aldus Jan van der Vaart, een van de beroemdste keramisten van Nederland, al noemde hij zich liever pottenbakker. Van der Vaart, die in 2000 op 69-jarige leeftijd overleed, maakte kandelaars, wandreliëfs, potjes en kopjes, maar vooral vazen. Wie er een heeft gezien, herkent ze vervolgens altijd: robuuste, brutalistische vazen die, als ze niet gedraaid zijn, zijn opgebouwd uit geometrische basisvormen als cilinders, bollen en balken. Soms zijn de pvc-buizen die hij gebruikte voor de mallen nog te herkennen. Voor de bolle vormen kocht Van der Vaart piepschuim bollen in de hobbywinkel. Hij nam ook wel eens zijn toevlucht tot een lege Sanex-fles.

Hij maakte witte, zwarte, blauwe en blauw-wit geblokte vazen, maar de meeste mensen kennen Van der Vaart van de vazen met een bronskleurig metallic glazuur, dat ze een industriële uitstraling geeft. Zijn allerlaatste werk doet denken aan de Afrikaanse beelden waar zijn huis mee vol stond.

Van der Vaart maakte zijn vazen niet met de bedoeling dat ze als kunstvoorwerpen zouden worden behandeld. „Ze zijn om te gebruiken en wat mij betreft mogen ze in de kast worden weggezet als ze niet nodig zijn”, zei hij in 1997. En in 1975: „Een stuk keramiek dat ongebruikt regelrecht het museum ingaat […] heeft iets van zijn bestemming gemist.” Niettemin zitten zijn vazen in de collecties van het Stedelijk Museum in Amsterdam, Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. De Amerikaanse kunstenaar Richard Serra verzamelde ze, de Nederlandse vormgever en binnenhuisarchitect Benno Premsela had er 82.

Van der Vaart, zoon van een chauffeur uit Den Haag, volgde een opleiding tot instrumentmaker en werd in 1948 leerling-filmoperateur. Daar verdiende hij zo weinig mee dat hij nog een baantje nodig had, en zo belandde hij in de De Zonnebloem in Delft, een fabriek waar kop-en-schotels nog gedeeltelijk met de hand werden gemaakt. Daarna werkte hij bij een keramiekbedrijf in Den Haag dat religieuze beelden produceerde. Die baan vond Van der Vaart zo geestdodend dat hij in de avonduren zelf keramiek begon te maken; de draaischijf en het oventje knutselde hij eigenhandig in elkaar. Zijn vriend, de schilder Herman Gordijn, gaf hem op voor de zaterdagcursus keramiek aan de Vrije Academie in Den Haag. Hij hield het dertig lessen vol.

In 1956 openden Van der Vaart en Gordijn een winkeltje aan de Laan van Meerdervoort, Tai-Ki, waar ze Gordijns schilderijen en keramiek van Van der Vaart verkochten. In het begin werd zijn werk nog versierd door Gordijn, maar al snel stapte Van der Vaart over op ongedecoreerde vazen en hekelde hij zelfs gedecoreerd keramiek. In 1967: „Ik heb eens zo’n pot van Picasso in mijn hand gehad. Ik moest mijn handen gaan wassen.”

Blauwe vaas (1971)

Multipel, blauw geglazuurd (1999)

Unieke, handgevormde vaas (1968)

Bronskleurige vaas (1991)

Tulpentoren, opgebouwd uit bronskleurige onderdelen, uit elkaar gehaald (1979)

Handgevormde unieke vaas in brons (jaren tachtig)

Multipel (1969) in bronskleur

Unieke, handgevormde vaas (1967) in Van der Vaarts kenmerkende bronskleur

Bronskleurige vaas bestaande uit twee zeshoeken (1989

Bronskleurige kandelaar op bronskleurige vaas (1967 en 1994)

Handgedraaide unieke vaas met bronsglazuur (1965), tegen een spiegel

Multipel (1976) in bronskleur

Van der Vaart begon al vroeg in zijn carrière met ‘multipels’, zoals hij ze noemde, in serie gemaakte keramiek uit mallen, dat goedkoper en dus toegankelijker was. In de jaren zeventig nam Koninklijke Tichelaar in Makkum vazen van hem in productie, in de jaren tachtig begon hij te ontwerpen voor de Duitse porseleinproducent Rosenthal. Niet alleen vazen, maar ook schalen en kop-en schotels. In de jaren negentig kwam er glas bij, voor Royal Leerdam.

Magazine #43 Schoonheid Met o.a.: ‘schoonheids-professor’ Giselinde Kuipers, modellenscout Michiel van Maaren en de tijdloze keramiek van Jan van der Vaart

Lees alle stukken

Hij kampte toen al met een slechte gezondheid; hij had reuma en longproblemen. Toen hij in 1996 twee enorme tulpentorens maakte voor het Frans Hals Museum – gestapelde elementen met tuiten waarin steeds een paar bloemen pasten, in totaal waren ze 2,1 meter hoog en meer dan 200 kilo zwaar – had hij voor het eerst hulp nodig. De laatste twee jaar van zijn leven kwam elke dag een assistent naar zijn atelier. Het enige wat Van der Vaart nog zelf deed, was glazuur spuiten en zijn handtekening zetten.

In 1975 fotografeerde Paul Huf naar aanleiding van Van der Vaarts multipels-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam een aantal van zijn vazen. Vijftig jaar later vroeg NRC Magazine, ter gelegenheid van een tentoonstelling naar aanleiding van zijn 25ste sterfdag in Kunstmuseum Den Haag, Paul Kooiker hetzelfde te doen.

Kooiker kende het werk nog niet, maar vond het meteen „fantastisch”. Tijdens het fotograferen groeide zijn bewondering alleen maar. „Als je iets fotografeert, merk je meteen of het wel of niet goed is. Ik was heel erg onder de indruk. De vazen van Jan van der Vaart zijn tijdloos en dynamisch – aan alle kanten gebeurt er iets. Zonde om er bloemen in te doen, want zonder zijn ze veel spannender.”

Jan van der Vaart: voor Jan en alleman. 15 november t/m 5 juli 2026, Kunstmuseum, Den Haag. Kunstmuseum.nl. Voor dit artikel is gebruikgemaakt van het boek Jan van der Vaart. Meesterpottenbakker van Jan de Bruijn, dat vanaf 15 november te koop is. Uitgeverij Cometa. Stichtingcometa.nl.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next