Jarenlang stond hij aan het hoofd van Meta’s AI-lab, maar nu neemt Yann LeCun (65) afscheid. De Fransman stond aan de wieg van de doorbraken die leidden tot de huidige AI-golf, maar tegenwoordig tempert hij al te hoge verwachtingen.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Als LeCun op 9-jarige leeftijd de filmklassieker 2001 Space Odyssey ziet van Stanley Kubrick wordt het zaadje geplant voor wat later een indrukwekkende carrière zal worden. De film over een ruimtemissie en de rebellerende boordcomputer HAL 9000 geldt inmiddels als hét culturele referentiepunt voor de existentiële gevaren van AI.
‘I'm sorry, Dave. I'm afraid I can't do that’. Het door HAL uitgesproken zinnetje markeert het huiveringwekkend keerpunt waarop de slimme computer zich tegen zijn menselijke bemanning keert. De film maakt diepe indruk op LeCun, zal hij later in diverse interviews memoreren. Posters van de film sieren de muren van zijn werkkamer.
Deze maand kondigde de Fransman zijn afscheid aan bij Meta, waar hij sinds 2013 in dienst kwam en als hoogste AI-baas de strategie kon bepalen. LeCun is nu 65, maar het is nog geen tijd om op zijn lauweren te rusten en tevreden terug te kijken op zijn rijke carrière als een van de belangrijkste AI-wetenschappers van de laatste decennia.
Yann LeCun wordt in 1960 geboren in Soisy-sous-Montmorency, een voorstad ten noorden van Parijs. Zijn vader is ingenieur; de fascinatie voor elektronica slaat al vroeg op zoon Yann over. Als tiener sleutelt hij aan versterkers en radio’s.
Na een ingenieursopleiding in Parijs promoveert hij in 1987 als computerwetenschapper. Kort daarna vertrekt hij naar Canada als postdoc bij Geoffrey Hinton, de man die vorig jaar de Nobelprijs voor zijn baanbrekende AI-werk kreeg.
Net als Hinton komt LeCun op het spoor van zogenoemde neurale netwerken. Deze technologie is heden ten dage de motor achter de AI-revolutie, maar ze zit in de jaren tachtig in het verdomhoekje. Grofweg zijn er vanaf de jaren vijftig, toen de term kunstmatige intelligentie voor het eerst werd gemunt, twee benaderingen voor AI.
AI-pioniers John McCarthy en Marvin Minsky gaan in die oerjaren uit van het idee dat intelligentie voortkomt uit kennis en dat die kennis eerst expliciet moet worden meegegeven aan een systeem in de vorm van regels.
Een paar jaar later, in 1958, is het Frank Rosenblatt die voor het eerst een totaal andere benadering in de praktijk brengt. De Amerikaan gelooft dat machine-intelligentie, net als menselijke intelligentie, ontstaat uit het leren van grote hoeveelheden voorbeelden en data. Zonder regels: wie maar vaak genoeg een kat ziet, weet op een gegeven moment wat een kat is. Die hypothese leidt tot het ontstaan van neurale netwerken, systemen met onderling verbonden verbindingen, losjes gebaseerd op het menselijk brein.
Het is een veelbelovende hypothese, maar deze weg lijkt dood te lopen en er gaat jarenlang geen cent naar onderzoek op dit vlak. Tijdens de studie van LeCun in Parijs is het kamp-Minsky nog altijd dominant. ‘Machine learning en neurale netwerken waren vieze woorden’, zo herinnert LeCun zich in 2013 tegenover Wired deze tijd.
Maar net zoals Hinton is LeCun er heilig van overtuigd dat deze technologieën wel degelijk grote doorbraken op het vlak van AI kunnen bewerkstelligen. Ze roeien tegen de stroom in, maar krijgen gelijk. Het werkveld AI beleeft de jaren erna een renaissance. In 2018 volgt de ultieme beloning voor de drie vasthoudende pioniers, die dan de prestigieuze Turing Award krijgen uitgereikt voor hun werk.
De Fransman wordt ook in de jaren erna overladen met prijzen, en zijn positie bij Meta is rotsvast, ook omdat topman Zuckerberg zich dan niet zo nadrukkelijk met AI bezighoudt. Liever schetst Zuckerberg vergezichten over een virtuele wereld die hij de Metaverse noemt.
Ondertussen lijkt LeCun steeds sceptischer te worden over de vorderingen van AI. Met alleen taalmodellen kom je er niet, is de overtuiging van LeCun. Wil AI het punt bereiken dat het slimmer wordt dan mensen, heb je meer nodig: kennis van de wereld.
Als OpenAI vanaf eind 2022 de markt bestormt met ChatGPT en alle grote techbedrijven - inclusief Meta - vooraan willen zitten in de AI-race, worden de kaarten opnieuw geschud. Ook Zuckerberg gelooft ineens in de snelle komst van synthetische superintelligentie.
Yann LeCun past hoe langer hoe minder in dit nadrukkelijk beleden optimisme van zijn baas, zo wordt steeds pijnlijker duidelijk. Deze zomer betaalde Zuckerberg miljarden om de 28-jarige Alexandr Wang in te lijven. Wang, die in tegenstelling tot LeCun wél het optimisme van zijn baas deelt, is vanaf dat moment Zuckerbergs hoogste AI-man. LeCun beseft dat hij op een even doodlopende weg zit als de neurale netwerken in de jaren tachtig en besluit te vertrekken.
We hebben nog niet eens het begin van een systeem dat ‘slimmer is dan een huiskat’, zegt LeCun in 2024 op X. Met dit soort opmerkingen plaatst hij zich nadrukkelijk buiten de cirkel van techbazen en AI-denkers die niet alleen geloven in de snelle komst van AGI (AI op menselijk niveau), maar in één moeite door waarschuwen voor de gevaren van superslimme computers.
Precies, systemen zoals HAL 9000. Voor LeCun is HAL 9000 geen reëel angstscenario, maar een poster aan zijn muur waar hij glimlachend naar kijkt.
Drie keer Yann LeCun
LeCun is een fervent liefhebber van renaissance-, barok- en jazzmuziek en speelt zelf diverse instrumenten. Favoriete artiesten zijn John Coltrane, Charlie Parker, Herbie Hancock, Thelonious Monk en Miles Davis.
Sinds 2003 doceert LeCun aan de New York University (NYU). Hij heeft daar een aanstelling als hoogleraar computerwetenschappen.
LeCun trainde in de jaren negentig een AI-model dat handgeschreven postcodes op brieven van de Amerikaanse posterijen kon detecteren. Dit geldt als de eerste grootschalige toepassing van kunstmatige neurale netwerken.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant