Home

De buitenaardse wezens zijn onder ons. Ik weet dat, want ik ben een van hen

De nacht voor ik een literaire prijs voor satire en humor in ontvangst mocht nemen – de prijsuitreiking vond plaats in Zürich, hoofdstad van Dada, wat wil je meer – verscheen Yorgos Lanthimos in mijn droom.

De meeste van mijn dromen vergeet ik, de laatste die ik had onthouden ging over de moeder van mijn zoontje, we waren op een cruise, het kind was min of meer verdwenen. Merkwaardig. Maar nu dus Lanthimos.

Bugonia was een van de betere films die ik de afgelopen tijd had gezien, eindelijk een film die samenzweringstheorieën én buitenaardse wezens serieus neemt. Zij zijn onder ons, die wezens. Ik weet dat, want ik ben een van hen. Nooit te laat om uit de kast te komen, al zal een belegen interviewer nu willen weten: wat doet dat met je identiteit?

Wij buitenaardse wezens spelen met onze identiteit zoals een mensenkind speelt met zijn uitwerpselen.

Na Zürich, waar ik ook de dierentuin had gezien – het was weekend, oftewel meer mensenkinderen dan dieren – werd Beveren aangedaan, niet ver van Antwerpen. Beveren in november… Geen plek is beter voor het schuldige gemoed.

Ik sprak er op een school, een geschiedenisleraar wilde weten wat ik de kinderen te zeggen had die worstelden met hun identiteit. ‘Blijven worstelen’, antwoordde ik. ‘Want na het worstelen komt de dood, dus die keuze lijkt me niet zo moeilijk.’

Na afloop kwam een jongen op me af. Met een boek van een buitenaards wezen in zijn hand. Of ik het wilde signeren. ‘Voor jou?’, vroeg ik, misschien iets te gretig. ‘Nee, nee’, zei hij, ‘voor mijn oma, die is binnenkort jarig.’

Een lerares zei: ‘Ik breng je naar het station. Het regent.’ In de trein probeerde ik nog contact te maken met het moederschip, maar ze gaven niet thuis. Ze waren weer eens aan het feesten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next