Home

Opinie: Waarom Martin Bosma niet opnieuw Kamervoorzitter moet worden

Dinsdag beslist de Tweede Kamer of Martin Bosma mag aanblijven als voorzitter. Dat zou een slecht idee zijn, want het huis van de democratie moet niet opnieuw een voorzitter krijgen uit een ondemocratische partij.

Kamervoorzitter Martin Bosma maakte een charmeoffensief van zijn dankwoorden voor de zeventig afzwaaiende Kamerleden. Ook voor zijn grootste tegenpolen had hij een vriendelijk woord. Frans Timmermans noemde hij ‘een fenomeen’, Nicolien van Vroonhoven ‘een politica van de buitencategorie’ en Marieke Koekkoek werd betreurd: ‘Je komt niet terug nu Volt gehalveerd is. Dat is jammer.’ Dat alles uitgesproken op de licht ironische toon waarmee hij al decennia politiek bedrijft.

Bosma kreeg in 2023 de rol waar hij al lang op vlaste: die van Kamervoorzitter. Met 75 van de 146 uitgebrachte stemmen werd hij gekozen. In 2021, toen hij ook meedeed, lag hij er in de eerste ronde uit en had hij niet meer dan 27 stemmen, zo’n beetje het zetelaantal van PVV, FvD en JA21 bij elkaar.

Twee jaar later bleek extreemrechts salonfähig geworden; een meerderheid van de Tweede Kamer vond het blijkbaar een goed idee een extreemrechtse Kamervoorzitter te kiezen, kennelijk bedwelmd door de verkiezingsoverwinning van Geert Wilders. Het was een cruciale stap in het normaliseren van de PVV, en een opmaat naar de regeringsdeelname die zou volgen.

Over de auteur

Ariejan Korteweg is journalist. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Best tevreden

Kamerleden toonden zich sindsdien best tevreden met voorzitter Bosma. Hij legde het vergaderen tot in de vroege uurtjes aan banden, hield zich aan zijn belofte ‘knetterneutraal’ te opereren, had goede contacten met de ambtenaren en begon de Kamerweek met een gedicht. Die permanente ironie van hem, ach dat kenden de Kamerleden van de tv, de voice-overs bij programma’s met stellen die elkaar moeten leren kennen op een campervakantie of met twee linkerhanden een kluskasteel gaan verbouwen – ‘Hier lachten ze nog.’

Dinsdag beslist de Tweede Kamer of Bosma mag aanblijven. Om veel redenen zou dat een slecht idee zijn. Een slecht idee is het omdat Bosma de ideoloog was – en misschien nog steeds is – van de partijleider die tijdens de campagne zei: ‘Dan hebben ze maar iets meer honger in Afrika.’ Dat is het omdat Kamervoorzitter Bosma niet ingrijpt als zijn partijgenoten nepfilmpjes via sociale media over andere Kamerleden verspreiden waardoor die bedreigd worden. Dat is het omdat Bosma sowieso normerend ingrijpen lastig vindt, wat logisch is als je bij een partij hoort die de Tweede Kamer ‘een nepparlement’ noemt. Dat is het omdat voorzitter Bosma de media ver uit zijn buurt houdt, zoals hij dat als gewoon Kamerlid ook al deed.

Principiëel

Mochten al die afwegingen van ideologie of fatsoen niet de doorslag geven, dan is er een afweging van principiële aard, dat boven partijpolitiek uitstijgt: moet het functioneren van de Tweede Kamer, de hoogste democratische instantie van ons land, worden bewaakt door iemand die hoort bij een dictatoriaal geleide partij? Moet de voorzitter van de Tweede Kamer opnieuw iemand worden voor wie kennelijk interne democratie niet ter zake doet?

Moet Bosma, politicus van een partij met één lid, weer de persoon zijn die namens Nederland internationale gasten ontvangt en het parlement vertegenwoordigt bij officiële gelegenheden – de herdenking van 4 mei op de Dam, om maar iets te noemen. Of de herdenking van de Februaristaking en Ketikoti, waar dit en vorig jaar veel om te doen was vanwege Bosma’s aanwezigheid.

‘Ik vind Martin een goede voorzitter’, zei tegenkandidaat Thom van Campen (VVD), zaterdag in deze krant. Aan kritiek op Bosma waagde Van Campen zich niet. Hij zei keurig het parlement ‘een beschaafde uitstraling’ te willen geven om zo het vertrouwen in de politiek te herstellen. Daarmee liet hij het cruciale argument ongenoemd om de schande van december 2023 ongedaan te maken: het huis van de democratie moet niet opnieuw een voorzitter krijgen uit een ondemocratische partij.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next