is columnist voor de Volkskrant
‘Ik was eigenlijk helemaal niet de bedoeling.’ De zin staat op bladzijde 25 van Tina de Bruins debuut Zeven brieven, een prachtig boek over een jeugd die zo ingewikkeld is dat hij een prachtig boek moest opleveren, al leveren ingewikkelde jeugden vaker alleen maar meer ingewikkelds op.
Het boek gaat over een meisje – uit de epiloog blijkt, wat de lezer vermoedt, dat het De Bruin zelf is – met tienerouders die haar verwaarlozen en elkaar bevechten. Het meisje loopt op een nacht weg naar haar grootouders, en gaat bij ze wonen. Maar dan blijkt haar opa ook heel agressief, en ze groeit op in een omgeving van pure angst.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Terwijl ik de korte, grappige, intens verdrietige hoofdstukjes las, vroeg ik me af hoe dit meisje de Tina de Bruin is geworden die op het achterplat van het boek staat. Een vrouw die wordt omschreven als ‘acteur, theatermaker, schrijver en een van de geliefdste podcastmakers van Nederland’, die naast deze bio op de foto staat in een stralend rode trui, gouden sieraden, lachend, mooi.
Een van de redenen dat Tina de Bruin zo geliefd werd als podcastmaker was haar podcast Darmstad FM, waarin zij een nachtradioprogramma naspeelde, met inbellende mensen. Luisteraars waren gek op deze types, zoals Andrea Pierlé, vrouw met kakstem en seksobsessie. De Bruin is geniaal in bizarre types die toch herkenbaar zijn. De verklaring dacht ik te vinden in een van de hoofdstukjes van de epiloog: ‘Ik ben een onzichtbaarheidskunstenaar, vind het heerlijk om te verdwijnen.’
Onzichtbaar was ze voor haar ouders, en bleef ze in het treurige ‘blotevoetendorp’ van haar opa en oma, waar ze in die nacht op blote voeten heen rende. Haar vlucht kwam na een lange periode van verwaarlozing: vaak kwam ze thuis, dan was de deur op slot, geen ouders te bekennen. Ze plaste buiten in de zandbak en wachtte.
Maar Zeven brieven zit ook vol met de figuren en humor waarmee De Bruin haar podcasts maakt, Klokhuis-personages vormgeeft, andere rollen speelt. Wendy Ramores, de schoonheidsspecialiste die bijverdient door de doden af te leggen, Vette François, een Roald Dahl-achtige figuur met een frietkar. En oma, het belangrijkste personage, een onderdrukte vrouw met een diepe liefde voor schlagers en een zacht lichaam vol blauwe plekken, die soms haar man ontvlucht door naar de telefooncel verderop te rennen.
‘Zwarte haarverf. IJscups. Maizena. Schuifspeldjes. Verse worst. Speklappen. Maja-zeep’, zo typeert ze oma. De Bruin ziet zichzelf met oma en hond Hector als drie-eenheid. ‘We lijken op elkaar, deze grote zenuwachtige hond, mijn oma en ik. Afgericht, gezelschapsdieren. De baas zijn wil is wet. Af. Liggen. Koest.’
Ik hoop dat Tina de Bruin, net als Édouard Louis, ooit een uitgebreider literair werk maakt van haar leven, en ons vertelt hoe het ging met het meisje dat alleen naar Maastricht vertrok.
Source: Volkskrant