Home

Curlers voelen meer respect: 'Niet meer die sport met de bezems'

In de rubriek Buitenbocht schrijven sportverslaggevers Daan de Ridder en Lieve Wils wekelijks over de Olympische Winterspelen en de weg daarnaartoe. Deze week vertelt Daan over de olympische droom van het Nederlandse curlingteam.

De rechthoekige zaal op de eerste verdieping van de SilverDome in Zoetermeer doet me vaag denken aan een bowlingcentrum. Vanuit een barretje kijk ik op een woensdagochtend naar een ruimte met een laag plafond en drie ijsbanen. In een hoek staan een handvol bezems tegen een muur.

Aan de andere kant van het glas zijn Lisenka Bomas, Wouter Gösgens, Laurens Hoekman en Tobias van den Hurk bezig aan een training. Als ze niet in het buitenland zijn voor wedstrijden, zijn ze bijna elke dag hier, op de enige curlingbaan in Nederland.

Curling is niet groot in ons land. Er zijn zo'n 150 tot 200 Nederlanders die de sport beoefenen. In 2017 was er even een opleving, toen de Nederlandse mannen zesde werden bij het EK. Frans Bauer had wekelijks 800.000 tot 1 miljoen kijkers met het tv-programma De Curling Quiz. Een open NK op natuurijs in Vriezenveen trok zo'n 150 deelnemers.

Die extra aandacht verdween ook weer. "Maar mensen zijn altijd gelijk gefascineerd als ze curling zien", zegt Hoekman, als hij is aangeschoven aan een tafel in het barretje. "Ik hoop dat er gekte rond de sport ontstaat als wij ons volgende maand plaatsen voor de Spelen."

Zoals veel sportliefhebbers heb ik een zwak voor de underdog. Bij de Olympische Zomerspelen van 2021 in Tokio genoot ik op de wielerbaan van Harrie Lavreysen, die als topfavoriet twee keer goud pakte. Maar de verrassende olympische titel op de keirin van Shanne Braspennincx vond ik stiekem een mooier verhaal.

De curlers willen in februari heel graag een fraai underdogverhaal schrijven in Milaan. Maar ze moeten ze zich nog wel als eerste Nederlandse curlingteam plaatsen voor de Spelen. Het beslissende kwalificatietoernooi (OKT) begint op 6 december in het Canadese Kelowna.

Voor de 27-jarige Hoekman wordt het de derde kans, nadat de olympische missie in 2018 en 2022 was mislukt. Plaatsing zou een grote boost voor de bekendheid van het Nederlandse curling betekenen. Al vertelt Hoekman dat hij op verjaardagen bijna nooit meer hoeft uit te leggen wat hij precies doet.

Ploeggenoot Gösgens stelt ook dat de negatieve vooroordelen over zijn sport grotendeels verdwenen zijn. "Vroeger was het soms: oh, curling is die sport met die bezem. Ze zijn het ijs aan het schoonmaken", zegt Gösgens. "Inmiddels snappen de meeste mensen wel dat het vegen echt invloed heeft op het resultaat. Er is meer respect voor de sport."

Meer respect is leuk, maar uiteindelijk gaat het om de prestaties. En daarvoor zijn de financiële mogelijkheden zeer belangrijk. De Nederlandse mannen krijgen tot en met Milaan steun van sportkoepel NOC*NSF. Daarnaast zijn er meer middelen dankzij de nieuwe hoofdsponsor Vebego.

Dat schoonmaakbedrijf haalde ijsmeester Mark Callan twee maanden geleden naar Nederland om het ijs in Zoetermeer onder handen te nemen. De Schot is een grote naam in de sport. Hij is bij de komende Spelen hoofdverantwoordelijk voor het olympische curlingijs.

"Je hoort schaatsers vaak praten over ijs dat op elke baan anders is. Nou, bij ons is dat nog veel meer het geval", vertelt Hoekman. "Wij hadden in Zoetermeer ijscondities die heel erg konden verschillen van de banen waarop we wedstrijden speelden. Vergelijk het met trainen voor snooker op een laken met scheuren erin. Dat werkt niet."

Die 'scheuren' heeft Callan er zoveel mogelijk proberen uit te halen. De Nederlandse underdogs hopen dat dit het laatste zetje is richting historische kwalificatie. "We hebben inmiddels een heel ervaren team", zegt Hoekman. "Dus het moet toch echt een keer gaan gebeuren."

Het is nog 81 dagen tot de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen van Milaan. We lichten elke week een ander cijfer uit dat is opgevallen.

Midden in de Nederlandse nacht zorgde Timothy Loubineaud afgelopen weekend voor een prachtig schaatsverhaal. Een Fransman die een wereldrecord schaatst is al bijzonder genoeg, want dat was nog niet eerder gebeurd. Maar nu was het ook nog een Fransman die nog nooit op het podium had gestaan van een individuele afstand.

De 29-jarige Loubineaud noemt zichzelf 'Timmy Tempo'. Op de 5 kilometer in Salt Lake City deed hij die bijnaam voor het eerst écht eer aan. Hij ging weg op een tijd onder de 6.10. Het werd bijna de eerste 5.000 meter onder de zes minuten.

De parttime politieagent was een dikke seconde sneller dan het wereldrecord van Nils van der Poel. De Zweed was de eerste die Loubineaud een felicitatieberichtje stuurde, zei de Fransman tegen het AD. De twee trainden voor de vorige Spelen vaak samen en kennen elkaar goed. En nu is Loubineaud opeens een serieuze kandidaat om Van der Poel op te volgen als olympisch kampioen.

Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via daanderidder@nu.nl.

Source: Nu.nl sport

Previous

Next