Home

De biografie over Jac. P. Thijsse is zo goed geschreven dat je hem niet wilt wegleggen

Meester in het paradijs van biograaf Dik van der Meulen is niet alleen een aanstekelijke biografie van schrijver, leraar en natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, hij dient ook perfect als wandelgids door het Nederlandse landschap.

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Gaan ze op elkaar lijken, de biograaf en zijn onderwerp, zoals de baas op zijn hond?

Je zou het denken, als je het nieuwste boek van Dik van der Meulen leest, Meester in het paradijs – Jac. P. Thijsse en het landschap. De schrijver noemt het ‘een dubbelbiografie’, van de schrijver, onderwijzer en natuurbeschermer Jacobus Pieter Thijsse (1865 –1945) én van het Nederlandse landschap.

‘De Thorbecke van het landschap’ noemde Van der Meulen hem voor een zaal studenten die nog nooit van hem hadden gehoord. ‘Zoals Thorbecke aan de basis stond van de parlementaire democratie in Nederland (…) zo heeft Thijsse hier de natuurbescherming uitgevonden.’

Materiaal, inspiratie en structuur voor zijn dubbelbiografie vond Van der Meulen tijdens de wandelingen en fietstochten die hij maakte in de gebieden waar Thijsse heeft gewoond, Maastricht, Grave, Woerden, Amsterdam, Texel, Bloemendaal, met de boeken van Thijsse als het ware in de hand. Net als de zo’n honderd jaar eerder geboren Thijsse raakt hij verrukt, en soms moedeloos, door wat hij ziet, door wat er is verdwenen of in de plaats gekomen, en beschrijft hij dat gloedvol en precies.

Grappig droste-effect

Met deze aanstekelijke biografie als gids kun je dan weer mooie Thijsse/Van der Meulen-wandelingen maken. Een grappig droste-effect.

Van der Meulen was al succesvol biograaf – voor zijn biografie over Multatuli kreeg hij in 2003 de AKO Literatuurprijs – voordat hij zich met Het bedwongen bos Nederlanders en hun natuur (2009), waarin ook Thijsse voorkomt, ontpopte als natuurschrijver. Daarna schreef hij nog biografieën, zoals die van Willem III (2013) en die van prins Bernhard tijdens de Tweede Wereldoorlog (2022). Maar hij schreef tussendoor ook over de natuur, zoals in De kinderen van de nacht Over wolven en mensen (2016) en het pamflet Is natuur links? (2019), dat even hartstochtelijk als relativerend is.

In Meester in het paradijs komt het allemaal samen, het biografisch onderzoek, de natuur, het Nederlandse landschap en de nog altijd leesbare schrijver Thijsse. De Verkade-albums, met schitterende, realistische illustraties, net iets mooier en kleurrijker dan in het echt (er staan er veel in dit boek), zijn nog altijd collector’s items. Bijna alle gezinnen met ouders die voor 1940 zijn geboren, hadden ze thuis. Mijn eigen moeder koesterde ze als juwelen.

De kleine Ko Thijsse was al jong gefascineerd door de natuur. Als jongetje, in de omgeving van Grave en Woerden, spijbelde hij van school om te wandelen en planten en dieren te bekijken. Ook toen hij op de kweekschool zat in Amsterdam trok hij eropuit met zijn studenten, met botaniseertrommel, in de parken en de verstedelijkte natuur rond de stad. Hij was ruimhartig: de natuur was overal, ook waar de mensenhand had ingegrepen.

Hij was geen tegenstander van de vooruitgang: zijn beide zoons, Jo en Co Thijsse, waren ingenieur en hij bewonderde hun werk, waarbij de natuur meestal niet werd gespaard. Over vader en zoon Jo, die de regie voerde over de Zuiderzee- en Deltawerken, verscheen onlangs een essay van Eva Vriend, De waterzoon.

Aanschouwelijk onderwijs

Als onderwijzer op Texel en in Amsterdam, en als leraar op de kweekschool en het lyceum, zou hij altijd zijn leerlingen ‘aanschouwelijk onderwijs’ in de natuur geven. Een socialistische onderwijshervormer was hij niet, een verbitterde conservatief evenmin; het ging hem, zonder ideologie, om alles wat groeit en bloeit, en hem eindeloos geluk gaf. ‘Onbekommerd’ was zijn middle name; dat stond ook in zijn ex-libris.

Thijsse zou, vanaf 1906 tot aan zijn dood, twintig Verkade-albums schrijven voor de koekjesfabrikant: kinderen konden bij aankoop van Verkade-producten plaatjes sparen om die in een aangeschaft album te plakken. Hij bereikte een enorm publiek, ook mensen die nooit een boek kochten. ‘Ze hebben me nu gevraagd om te schrijven voor de reclame. Dat doe ik vast niet’, had Thijsse tegen zijn vrouw gezegd; hij deed het gelukkig wel, en werd zo de invloedrijkste natuurschrijver en natuurbeschermer van Nederland.

Wat Van der Meulen en Thijsse gemeen hebben, is een soepele, levendige en beeldende schrijfstijl. Beiden schrijven persoonlijk, al doorspekte Thijsse zijn verhaal graag met jeugdherinneringen – heel onconventioneel – en beperkt de biograaf het woordje ‘ik’ tot het voorwoord en hanteert hij het reisgidsachtige ‘we’, wat een beetje 19de-eeuws aandoet: ‘We wandelen verder naar het ‘boezemland’, dat nu bekendstaat als de Zuidelijke Oeverlanden. Het is een verruigd polderrestant met veel sloten, door hooglanders en gewone koeien begraasd.’

Sommige beschrijvingen van Thijsse zijn verbluffend, zoals deze, over het paringsritueel van mussen: ‘De man kan zich mal genoeg aanstellen, als hij zoo met hangende vlerkjes rondhuppelt, doch ’t wijfje doet net zoo gek. Ze loopt in een theatraal struikelpasje, laat ook haar vlerken sleepen, zet flauwe oogen, door uit de hoeken het zoogenaamde wenkvlies erover te trekken, en ziet soms scheel, doordat slechts één oog gesluierd wordt en ’t andere listig bruin om een hoekje kijkt.’

Een onverbeterlijke optimist

Hoewel het hele boek zo goed is geschreven dat je het niet wilt wegleggen, boeide de tweede helft, wanneer het meer een biografie wordt dan een wandelgids, mij meer. Daar komt de ‘mensch’ Thijsse scherper in beeld. Een onverbeterlijke optimist, legendarisch vriendelijk tegen volwassenen en kinderen, een onvermoeibare wandelaar, hoewel hij na een pleuritis in 1900 maar één functionerende long had.

Hij was onvoorstelbaar productief. Naast het schrijven van al die Verkade-albums en vele andere boeken leidde hij een tijdschrift, De levende natuur, aanvankelijk met zijn vriend Eli Heimans, en schreef hij columns voor Het Handelsblad en De Groene Amsterdammer, was hij secretaris van Natuurmonumenten dat hij had helpen oprichten. En dat alles naast een fulltime baan voor de klas.

Eén grote lofzang is dit boek niet. Van der Meulen is voelbaar geschokt over het feit dat Thijsse contact had met nazi’s die natuurbescherming (en de jacht) een warm hart toedroegen, en met Nederlanders die met hen samenwerkten. Ook tekende hij voor de Kultuurkamer om zijn blad De levende natuur te behouden.

‘Onplezierig’, schrijft de biograaf eufemistisch, maar hij benadrukt ook dat het Thijsse uitsluitend ging het om het natuurbehoud, niet om de ideologie. Ook Van der Meulen is geen scherpslijper, maar niet zo onbekommerd en rekkelijk als zijn voorbeeld.

Dik van der Meulen: Meester in het paradijs – Jac. P. Thijsse en het landschap. Querido; 424 pagina’s; € 34,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next