Home

Pim Lammers: ‘Ik geloof oprecht dat mensen in de kern hetzelfde willen: omkijken naar elkaar’

In veel van zijn boeken breekt kinderboekenschrijver Pim Lammers een zachte lans voor diversiteit. Hij ervoer van meet af aan weerstand, maar nog nooit zoveel als de afgelopen jaren. ‘Tegenover al die haat kan ik maar één ding stellen en dat is liefde.’

is redacteur van Volkskrant Magazine, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.

Pim Lammers (32) wil iedereen eraan herinneren dat er ook mooie, zachte, lieve, troostrijke dingen zijn in het leven. Zoals babygeitjes. ‘Ik vind de wereld niet altijd een leuke plek, zeker de laatste jaren niet’, legt hij uit. Hij somt op: klimaatverandering, oorlog, fascisme. ‘Er is ontzettend veel haat in onze samenleving. Ik wilde een antwoord bedenken op de vraag waarom je nog uit bed zou komen. Het moest een troostgedicht worden, maar ik liep vast. Toen stuurde een vriendin een foto van een babygeitje. Die zijn we door alle narigheid vergeten!’ Hij leest voor uit ‘De beste reden’:

‘Ik zet een vrolijk liedje op,
geef je een peer,
in kleine hartjes gesneden,
kriebel over je rug, door je haar,
bedenk ineens de beste reden
om je bed voor uit te gaan.

Ben je soms vergeten
dat er op deze wereld
babygeitjes bestaan?’

Was je ze zelf ook vergeten, die babygeitjes?

‘Op sommige momenten wel. Ik moest echt onderzoeken: wat zijn nou grote en kleine vormen van geluk in het leven? Daar gaat de hele dichtbundel over.’

Lammers ontvangt Volkskrant Magazine in zijn bonte bovenwoning even buiten het stadscentrum van Utrecht. Alles hier heeft kleur: de muren zijn groen, roze, cognac. In de woonkamer heeft zijn partner lambrisering aangebracht, daarboven junglebehang dat doet denken aan de woeste patronen uit de hitserie The White Lotus. Lammers wil de buitenwereld net zo kleurrijk maken als deze bovenwoning. De kinderboekenschrijver is onbeschaamd in zijn verlangen naar een lievere samenleving waar iedereen zich thuis voelt, kinderen voorop. Dat verlangen vormt het fundament van zijn nieuw te verschijnen dichtbundel, Ben je vergeten dat babygeitjes bestaan?.

In jouw dichtbundel komen alle grote maatschappelijke problemen voorbij, van vluchtelingenproblematiek tot aan klimaatverandering. Zijn al die onderwerpen wel geschikt voor kinderen?

‘Ja, ik denk dat het juist mis gaat als we denken dat we complexe onderwerpen, of het nou de dood is of klimaatverandering, weghouden bij kinderen. Kinderen weten vaak precies wat er gaande is en kunnen heel helder redeneren, maar de reflex van volwassenen is vaak: daar praten we maar niet over. Juist dat geeft een onveilig gevoel.

‘Eigenlijk heb ik al moeite met het woord ‘vluchteling’, waarom zeggen we niet ‘mensen die gevlucht zijn’? Want het gaat om mensen die moesten vluchten voor geweld, die alles achterlieten. Waarom verwelkomen we die mensen niet met iets meer empathie, iets meer liefde? Waarom zijn we dat uit het oog verloren?’

In Ruimte genoeg schrijft hij:

‘Dus geachte minister-president,
open die grenzen maar,
laat die mensen maar door,
slaapplekken, eten, drinken,
tv-avondjes en heel veel liefde
– daar zorgen wij dan wel voor.’

Ik kan me voorstellen dat ouders die zich zorgen maken over migratie, zo’n tekst liever niet voorlezen aan hun kinderen. Schrik je die lezersgroep niet af?

‘Ik snap de zorgen over asiel en migratie wel, want die zijn gevoed door politieke partijen en de media. Als mensen hun oor te luister zouden leggen bij een azc, als ze zouden horen waar mensen en kinderen doorheen zijn gegaan, dan denk ik dat ze heel anders zouden denken en stemmen. Ik geloof oprecht dat mensen in de kern hetzelfde willen: omkijken naar elkaar. Het is de taak van kunstenaars om met taal en beeld het inlevingsvermogen te versterken.’

Je schreef ook een gedicht over homoseksuele pinguïns. In de Verenigde Staten is het prentenboek And Tango Makes Three, over een gay pinguïnstel dat een ei steelt, in de ban gedaan door bibliotheken. Kan zoiets ook hier gebeuren?

‘Het gebeurt al. Ik weet dat mijn boeken door sommige scholen als verboden boeken worden gezien, en dat er scholen zijn die niet willen dat ik kom voorlezen. Alleen maar omdat kinderen van mijn boeken leren dat ze altijd zichzelf mogen zijn. Voor mij is dat onvoorstelbaar. Ik kan die angst en haat niet begrijpen.’

Pim Lammers geldt als een van de belangrijkste stemmen in de Nederlandse kinderliteratuur. Hij heeft twintig kinderboeken op zijn naam staan, en valt op door zijn inlevende stijl en zijn niet-moralistische, natuurlijke manier van opkomen voor minderheden. ‘Bij Lammers spat het plezier ervan af. Hij maakt het ongewone gewoon, zonder moralistische ondertoon en getob’, schrijft Volkskrant-recensent Pjotr van Lenteren.

Lammers groeide op in het Friese Oosterwolde, als middelste zoon van een gezin van drie kinderen. Hij vertrok op zijn 18de uit Friesland, behaalde eerst zijn bachelor politicologie (aanvankelijk droomde hij van een leven als diplomaat of politicus) en studeerde daarna Nederlands in Amsterdam. In 2017 brak hij vanuit het niets door met zijn debuut, het prentenboek Het lammetje dat een varken is, met illustraties van Milja Praagman. Dat debuut werd het jaar daarop bekroond met een Zilveren Griffel; Lammers werd zo op 24-jarige leeftijd de jongste winnaar ooit. Hij schrijft vol overtuiging over een lammetje dat heimelijk verlangt naar rollen in de modder, naar een krulstaart. De dierenarts constateert dat het lammetje van binnen eigenlijk een varken is, zijn wollen vacht wordt afgeschoren, zijn staart in de krul gezet. De varkens in de stal verwelkomen hun kersverse soortgenoot. Eind goed, al goed.

Het lammetje dat een varken is wordt beschouwd als het eerste Nederlandse transgenderprentenboek. Uit het juryrapport van de Griffel: ‘Het transgenderidee is op treffende wijze teruggebracht tot de stadia die de transformatie met zich meebrengt: het ontdekken, ervoor uitkomen, je ernaar gedragen en geaccepteerd worden door je omgeving. Geen woord te veel, geen beeld te weinig.’

Ook in zijn volgende dichtbundels, prentenboeken en kinderboeken breekt Lammers een zachte lans voor diversiteit. In De boer en de dierenarts (2018) kan een boer niet stoppen met zwijmelen over die knappe (mannelijke) dierenarts, waardoor de bedrijfsvoering op de boerderij in de soep loopt. Zijn dichtbundel Ik denk dat ik ontvoerd ben (2022) is een ode aan verscheidenheid binnen gezinnen en families, met gedichten over een non-binair familielid (‘Tante Ben speelt viool, spaart postzegels, heeft een hoge stem, tienduizend volgers op Instagram’) en een slechtziende tante (‘Ze was als kind al blind, heeft dus geen goede ogen, maar wel echte superoren, waarmee ze elk fluisterstemmetje kan horen’).

In juni dit jaar werd Lammers bekroond met een tweede Zilveren Griffel, voor Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan, een prentenboek over een gezin dat juist uitblinkt in doorsnee zijn, en een jongetje dat zich daar aanvankelijk voor schaamt. Lammers schreef de tekst in één vliegreis, hoog in de lucht, op het dieptepunt van zijn schrijversbestaan. Ditmaal oordeelde de jury: ‘Elke zin lijkt met zorg gekozen: geen woord te veel, geen overbodige uitleg.’

Jij wordt geroemd om jouw compacte schrijfstijl. Is dat belangrijk voor jou?

‘Ja. Ik kan echt genieten van overdadig taalgebruik, zoals in de boeken van mijn lievelingsschrijver Alan Hollinghurst, maar zelf vind ik toegankelijkheid belangrijk. Ik weet nog dat ik als kind kon struikelen over mooie beeldspraak; dat haalde me uit het verhaal. Ik wil dat lezers opgaan in mijn boeken en niet worden afgeleid. En het moet geloofwaardig zijn. Ik schrijf vanuit een kind; als ik ingewikkelde, bloemrijke zinnen gebruik, dan hoor je niet langer het kind, maar de schrijver. Mensen vragen me vaak hoe ik me inleef in kinderen. Dat vind ik een aparte vraag. Iedereen is toch kind geweest? Ik heb hele levendige herinneringen aan mijn jeugd, dat is mijn inspiratie.’

Ik begreep dat jij je verhalen en gedichten eerst uitschrijft met pen en papier, en dat je liever niet thuis werkt.

‘Schrijven op papier gaat langzamer; die vertraging helpt mij om creatiever te zijn. Met mijn schrijfboekje kan ik makkelijker naar buiten, de natuur in, of liggend op de bank schrijven. Eigenlijk moet ik weg zijn van dit huis, van het dagelijkse leven, om echt te kunnen schrijven. Dit jaar heb ik wel vijftien schrijfweken buiten de deur gehad. Ik probeer schrijversresidenties te regelen. Zo heb ik in Finland gezeten, in Ljubljana en in Upstate New York, binnenkort vertrek ik voor een maand naar India. En ik schrijf vaak in een huisje op een Brabants vakantiepark.’

Dat laatste klinkt minder romantisch. Zit je dan in een Roompotbungalow?

‘Ik zeg niet waar het is, want het is een ideaal huisje vlak bij het bos, met een sauna. Als ik het adres verklap, gaat iedereen daarheen.

‘Als ik veel gedaan krijg in zo’n schrijfhuisje, als ik een goed ritme heb, dan kan ik echt gelukkig zijn. Ik verdwijn dan helemaal in mijn gedichten en verhalen, net zoals ik dat deed toen ik als kind boeken las.’

En als dat niet lukt?

‘Dan zijn het hele zware weken. Voor Wegloopdagen, mijn 10+-jeugdroman, zat ik in dat Brabantse huisje. Ik moest de papieren versie invoeren op de laptop. Bij elk hoofdstuk dacht ik: dit is niet goed, dit wordt nooit een boek. Op zo’n moment denk ik: misschien moet ik maar iets heel anders gaan doen, want ik kan dit niet.’

Maakt het dan nog uit dat je twee Zilveren Griffels hebt gewonnen en dat je bestsellers hebt geschreven?

‘Nee. Want elk boek is een volstrekt nieuw begin; je begint steeds weer met een lege pagina. Weet je, het is gewoon heel onhandig om perfectionist te zijn als je schrijft, want mijn eerste versie is nooit goed.’

Waar komt die strengheid voor jezelf vandaan?

‘Ik denk dat als je opgroeit als gay jongen, je van de buitenwereld meekrijgt dat je niet goed genoeg bent. Als je iets verkeerd deed, dan zeiden mensen: ‘Doe niet zo gay’. Je leert zo dat je als gay minderwaardig bent. Ik denk dat ik al op jonge leeftijd wilde laten zien dat ik er wél toe deed. Dat gevoel is er nog steeds. Wat wel is veranderd: ik kan die momenten van diepe onzekerheid nu beter relativeren. Ik weet dat het weer overgaat, dat er betere schrijfweken komen.’

Je bracht het grootste gedeelte van je jeugd door in Oosterwolde. Hoe was het om in een Fries dorp op te groeien als gay jongen?

‘Dat was dubbel, want in de klas werd ik niet buitengesloten, daar kreeg ik respect. Maar kinderen uit hogere klassen, en vooral van andere basisscholen, konden me wel pesten. Onderweg naar school haalden die me in op de fiets, en riepen: ‘homo’.’

Hoe wisten die kinderen dat je gay was?

‘Zij hadden het eerder door dan ikzelf. Ik denk dat veel queer kinderen die ervaring hebben. Ik weet nog goed hoe er in groep 5 een jongen uit mijn klas zei: ‘Mijn moeder zegt dat jij later homo wordt’. Ik was daar zelf toen nog helemaal niet mee bezig.’

Is dat beangstigend om zoiets over jezelf te horen?

‘Ja, vooral omdat ik als jongetje dacht: moeders hebben altijd gelijk. Dat soort opmerkingen hebben het proces versneld. Toen ik in groep 7 zat, werd ik voor het eerst verliefd op een jongen. Ik heb daar met niemand over gepraat, maar zelf wist ik toen zeker dat ik homo was. Die verliefdheid was een leuk gevoel, maar ik herinner me ook het verdriet dat ik ervoer, omdat ik dacht dat ik nooit zou trouwen of kinderen krijgen. Dat was toen mijn beeld van homo zijn. Ik had geen voorbeelden uit mijn omgeving.’

Kwamen er meer heimelijke verliefdheden?

‘O ja, ik ben daarna nog even verliefd geweest op de slagerszoon, die op een andere basisschool zat. Op de middelbare school werd ik verliefd op een jongen die ik Jonas noem; zijn echte naam is te Fries en herleidbaar. Ik was ervan overtuigd dat het wederzijds was, omdat hij me een keer een knipoog gaf in de schoolgang. Dat is nog steeds mijn lievelingsherinnering, ik liep toen het hele weekend op wolken. Later heb ik voor een stuk in Trouw die jongen opgezocht, omdat ik wilde onderzoeken of hij niet toch gay was, en de liefde wederzijds. Maar hij kon zich er niets van herinneren. Een knipoog geven was niets voor hem, zei hij.’

Ik begreep dat jij destijds de enige was op jouw middelbare school van ruim duizend leerlingen die openlijk homo was. Hoe was het om in zo’n omgeving uit de kast te komen?

‘Ik heb lang een dubbelleven geleid, zowel op school als thuis. Op mijn zolderkamer had ik een eigen computer. Ik was veel online, zoals op het platform Jong&Out voor queer jongeren tot 18 jaar. Dat was een veilig forum waar ik mijn eerste vriendje heb ontmoet.

‘Ik weet nog hoe ik op 14-jarige leeftijd een hele zomer lang coming-outverhalen heb zitten lezen op mijn snikhete zolderkamer. Tegen het einde van die zomer wilde ik naar een Jong&Out-meeting in Leeuwarden. Toen heb ik de moed verzameld om het mijn moeder te vertellen. Zij reageerde heel lief. Ik dacht dat ik daarna dansend over straat zou gaan, want dat zie je in gayfilms. Maar ik voelde geen ontlading: ik moest het natuurlijk ook nog aan mijn vrienden op school vertellen.

‘Toen ik dat uiteindelijk deed, ging het nieuws door de hele school. Als ik voorbij kwam lopen, verstomde het gesprek; ik voelde overal die blikken. Dat maakte iets in mij los. Er moest daar echt iets veranderen. Toen heb ik een van de eerste Paarse Vrijdagen van Nederland georganiseerd.’

Het lijkt me eenzaam om een solidariteitsdag voor lhbti-jongeren te organiseren, als je de enige gay op school bent.

‘Nou ja, ik had een docent die meehielp en een groepje bondgenoten om me heen verzameld. Ik zat ook al een paar jaar in een debatclub, daar heb ik geleerd weerbaarder te zijn. We hingen overal posters op. Die vrijdag kwamen voorlichters van het COC langs. Ik had echt gedacht dat er na die Paarse Vrijdag veel kinderen uit de kast zouden komen. Maar dat was niet zo, ik bleef de enige. Wel begreep ik van docenten dat het iets in gang heeft gezet voor de leerjaren onder mij.’

In jouw werk schrijf je veel over scheidingen en dreigende relatiebreuken. Jouw ouders scheidden toen je 18 was, na jarenlange spanning. Neem je ze dat kwalijk?

‘Nee, helemaal niet. Ik weet dat het leven ingewikkeld is, zeker als je drie kinderen moet opvoeden. Maar ik ben wel van de school dat het soms beter is voor de kinderen om eerder uit elkaar te gaan, om ze te laten zien dat je opnieuw gelukkig kunt worden. Er was in mijn jeugd zo vaak spanning en ruzie. Mijn vader heeft autisme, maar die diagnose kwam pas later, toen ik 17 of 18 was. Dat zorgde soms voor ingewikkelde situaties.’

Wat merk je als kind van een autistische vader?

‘Ik vind dat lastig, want dat is ook het verhaal van mijn vader en ik ben heel blij met de band die we nu hebben.’ Aarzelt: ‘Maar kinderen zijn een enorme aanslag voor iemand met autisme; mijn vader was constant overprikkeld. En hij kampte met ernstige gezondheidsproblemen. Mijn moeder moest een tijd lang eigenlijk alles opvangen. Dan nam zij ons mee naar het kinderdagverblijf waar ze toen werkte. Nu mijn vader op zichzelf woont, niet in een gezinssituatie, gaat het veel beter met hem. Maar als ik denk aan mijn jeugd, zie ik een vader die vaak afwezig was. En kinderen voelen zich overmatig verantwoordelijk voor het geluk van hun ouders. Ik voel dat nog steeds, ik wil dat ze gelukkig zijn.’

Ik sprak voor dit interview schrijver Edward van de Vendel. Die nam jou onder zijn vleugels toen je Nederlands studeerde en wilde leren schrijven. Hoe belangrijk is hij voor jou?

‘Edward is ook een van mijn beste vrienden. Hij is mijn mentor en gaat minstens een keer per jaar mee naar een schrijfhuisje. Dankzij hem ben ik kinderboekenschrijver geworden. Ik had al een Write Now!-wedstrijd gewonnen, maar in mijn hoofd zou ik romans voor volwassenen gaan schrijven. Ik volgde een schrijfcursus bij Edward. Op een gegeven moment gaf hij de groep de opdracht om een verhaal voor een prentenboek te schrijven. Toen schreef ik Het lammetje dat een varken is. Edward heeft mijn verhaal toen naar een uitgeverij gestuurd, die het graag wilde uitgeven. En dankzij dat boek ontdekte ik hoe ik mijn volledige fantasie kon gebruiken in kinderliteratuur. Ik heb inmiddels twintig kinderboeken geschreven, maar ik heb ideeën voor minstens tachtig nieuwe boeken.’

Hoe was het om op zo’n jonge leeftijd te worden gelauwerd?

‘Dat was een bizarre ervaring, want iemand was kennelijk vergeten mij uit te nodigen voor de uitreiking van de Griffel. Ik had die dag eerst mijn scriptiepresentatie voor Nederlands, daarna ging ik mee met een bevriende illustrator naar de Midzomerkinderboekenweekborrel. In die zaal hoorde ik opeens dat ik met Het lammetje dat een varken is de Zilveren Griffel had gewonnen. Het duurde even voor het tot me doordrong. Ik ben lang bang geweest dat het berustte op een misverstand, dat er iemand voor de deur zou staan om te zeggen: ‘Het was toch een grapje’.’

Het lammetje dat een varken is kwam uit in een tijd dat er nog geen bloeiende antitransbeweging was. Hoe heb je het klimaat zien veranderen?

‘Ik ervoer van meet af aan weerstand tegen mijn boeken, maar die weerstand was in het begin marginaal. Het lammetje dat een varken is kreeg veel media-aandacht, onder die berichten stond tussen de vijftig reacties eronder soms één negatieve. Dat beeld begon, door de opkomst van extreemrechts, in de jaren erna langzaam te kantelen.’

Bijna drie jaar geleden werd Pim Lammers doelwit van een ongekend harde online haat- en lastercampagne. Het jaar 2023 begon nog veelbelovend, toen bekend werd dat hij het Kinderboekenweekgedicht mocht schrijven. Dat nieuws leidde tot een stuk op het platform Reactionair, opgericht door medewerkers en sympathisanten van Forum voor Democratie, waarin een anonieme auteur selectief citeerde uit Trainer, een kort verhaal voor volwassenen dat Lammers in 2015 als student schreef. In Trainer beschrijft hij een situatie van grensoverschrijdend gedrag van een voetbaltrainer naar een jeugdige pupil. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de D-pupil, een minderjarige jongen, die hunkert naar de aandacht en aanraking van zijn trainer.

Dat literaire perspectief werd in een lastercampagne gelijkgesteld aan het verheerlijken van kindermisbruik. Lammers ontving honderden haatreacties en bedreigingen; zijn huisadres werd online gedeeld. Gezin in Gevaar, onderdeel van de reactionaire, radicaal-rechtse organisatie Civitas Christiana, startte een petitie: Lammers moest wijken als schrijver van het Kinderboekenweekgedicht. Lammers trok zich terug. Hij kreeg massale steun, en niet alleen vanuit de boekenwereld, van zijn uitgever en van het CPNB, maar ook in columns en opiniestukken. ‘Dat een auteur wegens doodsbedreigingen een opdracht moet inleveren om een gedicht te schrijven, is een schande waarvan we dachten dat die voorbehouden was aan landen als Iran’, schreef deze krant. Uit verschillende reconstructies bleek dat de schrijver van het Reactionair-artikel Lammers monddood wilde maken, omdat hij schreef over gender- en seksuele diversiteit. Vier mensen werden in september dat jaar veroordeeld tot taakstraffen, voor de online bedreigingen.

Lammers praat niet graag over de zwaarste periode van zijn leven. ‘Het heeft een enorme impact op mijn persoon en mijn werk gehad. Maar tegelijkertijd: ik wil niet herinnerd worden als de schrijver die bedreigd werd. Ik wil er mijn leven niet door laten bepalen. Ik gun dat de aanstichters van die campagne niet.’

Edward was met jou uit eten toen de eerste doodsbedreigingen binnenkwamen. Hij vertelde dat hij onder de indruk was van hoe weerbaar je was. Het lijkt me heel moeilijk om niet aan jezelf te twijfelen, als je zo onder vuur ligt.

‘Het was heel beangstigend, om het doelwit te zijn van een conservatieve stroming die niet alleen vindt dat mijn boeken er niet mogen zijn, maar dat ik als persoon ook moet verdwijnen. En de bedreigingen waren zo ernstig. Om die lawine van haat te stoppen, moest ik me wel terugtrekken. Maar ik voelde ook: dit is niet persoonlijk, over een paar maanden is iets of iemand anders de klos, en dat gebeurde ook, toen Rutgers onder vuur kwam te liggen vanwege desinformatie over hun seksuele voorlichting in De week van de lentekriebels.

‘Later dat jaar organiseerde ik een online veiligheidstraining voor collega’s. Er zaten vijftien kinderboekenschrijvers aan tafel, bijna iedereen had te maken gehad met bedreigingen, met smaad en laster, of ze waren er zo bang voor, dat ze maar niet meer over bepaalde onderwerpen schreven. Dat vond ik zo heftig. Uit cijfers blijkt dat het suïcidecijfer onder lhb-jongeren vier keer zo hoog is als onder heterojongeren. Voor trans kinderen is de situatie nog schrijnender. Kinderen hebben het nodig om zichzelf te kunnen terugzien in boeken.’

Direct nadat je je had teruggetrokken als schrijver van het Kinderboekenweekgedicht ben je naar Zuid-Afrika vertrokken. Was dat een vlucht?

‘Die reis was al gepland, maar het was ook mijn redding, want zo kon ik afstand nemen. Het ging maar door: de ernstige bedreigingen, de tendentieuze mediaberichten. Ik ben in dat vliegtuig gestapt en had elf uur geen bereik. In dat vliegtuig heb ik Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan geschreven. Wat voor mij het beste werkt, is gewoon doorschrijven. In zekere zin is Ben je vergeten dat babygeitjes bestaan? een soort antwoord op wat er de afgelopen twee jaar is gebeurd. Tegenover al die haat kan ik maar één ding stellen en dat is liefde.’

In april van dit jaar schikten jij en je uitgever, Singel Uitgeverijen, met de organisatie Civitas Christiana, een stuwende kracht achter de haatcampagne. Zij beloofden in de rechtszaal alle lasterlijke uitlatingen over jou te verwijderen. Ook Rutgers won een kort geding tegen deze organisatie, de stichting moest alle uitlatingen verwijderen. Heeft het recht dan gezegevierd?

‘Het geeft vertrouwen in de rechtspraak, en de uitkomst is heel belangrijk voor de maatschappij. Maar ik vind het ook triest dat het zo ver moest komen, dat ik naar de rechter moest stappen. Ik kon dat kort geding ook alleen maar aanspannen dankzij de emotionele en financiële steun van mijn uitgever. Veel schrijvers kunnen zich zo’n juridische strijd niet veroorloven. En een groot deel van de Tweede Kamer wil niets doen om een veiliger klimaat voor kinderen te creëren. We hebben echt nog een lange weg te gaan.’

Je leest minder voor op basisscholen, begreep ik. Is dat het gevolg van de bedreigingen?

‘Dat begon vanuit veiligheidsoverwegingen, ja. Ik geef nog wel veel lezingen voor volwassenen. Maar om eerlijk te zijn: ik vind het leuker om te schrijven. Mensen denken dat kinderboekenschrijvers kinderen fantastisch vinden, maar ik vind die schoolbezoeken vaak nogal vermoeiend. Ik heb heel veel respect voor leraren, want ik zou niet voor de klas kunnen staan.’

Kinderboekenschrijvers hoeven geen grote kindervrienden te zijn?

‘Nee, dat is een misverstand. In een beroemd interview met Annie M.G. Schmidt stelde Ivo Niehe ooit: ‘U zult wel dol zijn op kinderen’. Nou, dat was ze helemaal niet. ‘Ik zal ze niet schoppen, maar ik ben niet speciaal dol op kinderen’, zei ze. Haar schrijverschap draaide om het kind in haarzelf, vertelde ze. Zo is dat voor mij ook. Ik schrijf de boeken die ik zelf graag had willen lezen. En schrijven is mijn manier om niet achterover te leunen, om van de wereld een iets betere plek te maken.’

Cv Pim Lammers

2 oktober 1993 Geboren in Groningen, opgegroeid in Norg.

2001 Verhuizing naar Oosterwolde, Friesland.

2012 Vwo-diploma, Stellingwerf College.

2012-2016 Bachelor Politicologie, UvA.

2013 Eerste prijs WriteNow! Amsterdam.

2015-2018 Bachelor Nederlandse Taal & Cultuur.

2017 Debuteert met kinderboek Het lammetje dat een varken is.

2018 Schrijft onder andere De boer en de dierenarts, Een tent vol lol.

2018 Zilveren Griffel voor Het lammetje dat een varken is.

2018 Schrijft scènes voor Sesamstraat.

2020 Publicatie Hoe beroof je een bank?

2020 Er was eens een koe

2022 Verschijning eerste dichtbundel Ik denk dat ik ontvoerd ben.

2022 Boer Boris Premie, oeuvreprijs voor diverser kinderboekenlandschap.

2022 Ik mis Milo.

2023 151 boeken en Wij gaan weg.

2024 Eerste 10+roman Wegloopdagen.

2025 Zilveren Griffel voor Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan.

2025 Ben je vergeten dat babygeitjes bestaan?

Pim Lammers woont samen met zijn vriend.

Meer magazine

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next