Home

Raad voor Cultuur: volgend kabinet moet 250 miljoen extra investeren in cultuurbeleid

De financiële stabiliteit van de culturele sector staat onder toe­nemende druk. De overheid is de afgelopen twintig jaar verhou­dings­gewijs steeds minder aan kunst en cultuur gaan uitgeven. De teruggang is niet opgevangen door giften, sponsoring of inves­teringen door particulieren.

is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.

Het volgende kabinet moet daarom 250 miljoen euro extra investeren in cultuurbeleid, stelt de Raad voor Cultuur in een vrijdag verschenen advies aan minister Gouke Moes (BBB) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn voorganger Eppo Bruins (NSC) had de raad als onafhankelijk adviesorgaan van de regering gevraagd te onderzoeken hoe de ‘financieringsmarkt’ voor cultuur kan worden verbeterd.

Sinds 2005 heeft cultuur volgens de raad, omgerekend naar nu, 500 miljoen euro op jaarbasis ingeleverd ten opzichte van andere sectoren. Nederland is daarmee een van de weinige EU-landen waar de cultuuruitgaven zijn gedaald. Het cultuurbudget van de overheid ligt inmiddels ook onder het Europees gemiddelde, schrijft de raad in het advies, getiteld Ieder zijn aandeel – Naar een evenwichtig financieel ecosysteem voor de cultuursector.

Geen gelijke tred

De uitgaven van de Rijksoverheid aan kunst en cultuur bedroegen in 2005 nog bijna 0,5 procent op een begroting van 230 miljard euro. In 2023 was dat percentage gedaald tot 0,35 procent op een begroting van 484 miljard euro. De overheidsinvesteringen hebben dus geen gelijke tred gehouden met economische groei en inflatie, concludeert de raad.

De teruggelopen financiering is volgens de raad onder meer problematisch, omdat cultuur een arbeidsintensieve sector is. Loonstijgingen kunnen nauwelijks worden opgevangen door efficiëntieverbetering – een Beethoven-symfonie laat zich bij wijze van spreken niet ineens door de helft van het aantal musici uitvoeren.

Als ze de particuliere investeringen in cultuur wil aanjagen, moet de overheid zelf het goede voorbeeld geven, stelt de raad. Een budgetverhoging van 250 miljoen ziet de raad als een eerste stap. De vraag is of het daar ook van gaat komen. Van de twee partijen die nu over de basis van een coalitie praten, wil D66 volgens het verkiezingsprogramma wel extra geld uittrekken, maar het CDA wil bezuinigen. Van de partijen die mogelijk aanhaken, wil alleen GL-PvdA investeren. VVD en JA21 willen het mes in kunstsubsidies zetten.

‘Een mythe’

De veronderstelling dat lagere uitgaven van de overheid zouden leiden tot een toename aan private investeringen in cultuur is ‘een mythe’, schrijft de raad. Het zijn door de jaren heen vooral rechtse partijen geweest die deze hypothese aanhingen. Uit het onderzoek van de raad blijkt dat de particuliere giften en investeringen in twintig jaar gelijk zijn gebleven: ze liggen rond de 400 miljoen euro per jaar, 10 procent van wat Rijk, provincies en gemeenten gezamenlijk aan cultuursubsidies uitgeven.

De ‘op handen zijnde grote vermogensoverdracht’ biedt volgens de raad grote kansen voor de culturele sector. Culturele instellingen kunnen vaker dan nu het geval is in erfenissen van vermogende Nederlanders worden opgenomen.

Het zal nog een kunst worden om die vermogensoverdracht eerlijk over de sector te verdelen. Vooralsnog profiteren vooral grote, bekende instellingen van erfenissen van hun publiek, schrijft de raad. Het in de sociologie bekende mattheuseffect kan de sector ontwrichten: dat de rijke instellingen rijker worden en de arme instellingen armer.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next