‘Anders verkoop ik toch niet?’ Vioolbouwer Walter Vedder uit Publieke Werken (1999) van Thomas Rosenboom ontdekt de macht van ‘nee’ als het Victoria-project hem geld biedt voor zijn huis. Het huis staat op een gunstige locatie, tegenover het station, en daar moet een hotel komen. Het enige wat hij hoeft te doen om de prijs verder op te drijven, is zijn nee blijven herhalen.
Aan Walter Vedder moest ik denken toen ik Dilan Yesilgöz ‘nee’ hoorde herhalen, tegen een brede samenwerking met GroenLinks-PvdA. Ze wil zo een centrumrechts kabinet afdwingen. Haar ‘nee’ onderging fascinerende metamorfoses. Klonk het tijdens de campagne nog ontwijkend „dat zie ik niet gebeuren”, na de verkiezingen werd het ‘er gaat niets veranderen’ (want „de kiezer heeft gesproken”), nu is het een ferm ‘nee’, want ‘in het midden „krijg je iets gezapigs”.
Alsof gezapigheid het ergste is wat ons land kan overkomen.
Er zijn veel (zelfhulp)boeken over de betekenis en waarde van het nee. Zo is er het type ‘nee-boek’ dat je helpt te laten zien dat ieder ‘nee’ altijd ergens een ‘ja’ is tegen iets anders (Power of a Positive No, Getting Past No, Leer nee zeggen en zeg ja tegen alle mooie dingen van het leven). Je hebt het type boek dat laat zien hoe machtig je bent met een nee als je daaraan vasthoudt in onderhandelingen (Never Split the Difference, The Power of Saying No). Dan heb je de psychologen die wijzen op de rol van wat ze ‘withdrawal power’ noemen: met een ‘nee’ creëer je een potentieel ongezonde dynamiek tussen een ‘anxious’ partner en een ‘avoidant’ partner (Houd me vast). Tot slot is er ook de feministische traditie van het nee, met als insteek: „What part of no did you not understand?” – voor als iemand je nee niet hoort.
Yesilgöz’ ‘nee’ past in de traditie van het ‘machtige’ nee: hard, ketsend, een ‘njet’ – ik heb het even opgezocht: als je voor de ontkenning overgaat op het Russisch, is dat om een onverbiddelijke weigering duidelijk te maken.
De afgelopen politieke campagne kon je opdelen in #teamja (het kan wél, progressief) en #teamnee (gevaren op de loer, populistisch). Grote politieke vertegenwoordiger van het ja is de voormalig president van de Verenigde Staten, Barack Obama (‘yes we can’). Met hem heb ik iets gemeenschappelijks! Al jaren prijkt er een foto van een schilderij op mijn bureau. Ik zag het ooit in een museum, toen ik een jaar in Amerika studeerde. Het is van Ed Ruscha uit 1983 en en heet I think I’ll… Het doek heeft een mooie schakering van rode en oranje kleuren. Rechtsboven staat er: ‘MAYBE.. YES…’. In het midden, iets kleiner: ‘wait a minute…!…!’ Daaronder : ‘On second thought.’ Links beneden: MAYBE… NO… Dwars over het doek I THINK MAYBE I’LL…
Obama koos dit schilderij uit voor zijn collectie in 2009. Ik voelde toen trots – alsof de president mijn smaak had goedgekeurd, alsof we een levensgevoel deelden. Ik fotografeerde het schilderij tijdens existentiële levensjaren, als beginvolwassene, toen ik vol twijfel zat, de toekomst openlag (dat I’ll!), en de mogelijkheid tot kiezen en mijn heen en weer springende gedachten met alle voors en tegens ontzettend levendig en vrij voelden, zoals de kleur van het schilderij. Obama lichtte zijn keuze niet toe, maar (kunst)journalisten herkenden er zijn intellectuele voorkeur voor twijfel, openheid, zelfreflectie en nuance in (zijn tegenstanders zagen het uiteraard als gebrek aan daadkracht).
De VVD legde intussen met ‘nee’ de verkenningsfase volledig plat. De eigen jonge, toekomstige liberale achterban zou liever zien dat ze onderhandelen over de prijs, óók met GroenLinks-PvdA. Terecht. Want sinds wanneer is de afstand tussen een liberale partij (met ook een deel dat meer midden/sociaal georiënteerd is) en een linkse partij (met een deel dat zichzelf als liberaal zou typeren) in een land dat uitblinkt in het sluiten van compromissen, zo onoverkomelijk groot geworden?
Terug naar dat andere kunstwerk: Publieke Werken, met daarin Walter Vedder, wiens opgevoerde ‘nee’ dramatisch mislukt. Dit personage is fictief, maar gebaseerd op de werkelijkheid. Toen het Victoria Hotel in 1889 werd gebouwd, wilden de eigenaren van twee huizen niet verkopen. Ze weigerden een bod van 46.000 gulden – geen gering bedrag in die tijd. Maar er bleek een grens te zitten aan hun halsstarrig nee – en het zou wijs zijn als Yesilgöz die les in de oren knoopt. Uiteindelijk bouwde het hotel gewoon om de huizen heen. Ze ogen nu klein, en wat vervallen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC