Home

‘Tot de aanslagen was het leven me makkelijk afgegaan, ik had niemand nodig. Nu geloof ik in het collectief, in reflectie’

Parijs herdenkt vandaag de islamitische terreuraanslagen van tien jaar geleden, waarbij 137 mensen omkwamen. Schrijver Arthur Dénouveaux ontsnapte aan de dood in rocktempel Bataclan. ‘In plaats van te repareren wie je was, moet je jezelf afvragen: wie wil ik worden?

is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Op de avond van 13 november 2015 staat Arthur Dénouveaux in de Parijse rocktempel Bataclan als plotseling schoten door de zaal klinken: kalasjnikovs. Hij herkent het geluid van automatische wapens dankzij de schietcursus die hij ooit volgde. Dénouveaux vlucht naar de nooduitgang over een pad van dode en levende lichamen. Hij treft buiten de bandleden aan van Eagles of Death Metal en zet ze in een taxi. Daarna weet ook hij te ontkomen.

‘Mijn lichaam is ontsnapt uit Bataclan, mijn geest een stuk minder. En mijn land, dat betwijfel ik’, schrijft Dénouveaux in zijn onlangs verschenen boek Vivre après le Bataclan. Daarin onderzoekt hij hoe verder te leven na de terroristische aanslagen waarbij 137 mensen werden gedood en 416 mensen gewond raakten. Donderdag spreekt hij als voorzitter van slachtofferorganisatie Life for Paris tijdens de herdenkingsbijeenkomst, tien jaar na de aanslagen op de rocktempel, verschillende terrassen in de stad en het Stade de France.

Waarom leven? Dat is de eerste vraag in uw boek. Dat verandert geleidelijk naar: leven, en dus? Wat hielp u om die eerste stap te zetten?

‘In 2024 maakte mijn vriend Fred Dewilde een eind aan zijn leven, negen jaar na de aanslagen. Ook hij was uit de Bataclan ontsnapt. Tot die tijd leefde ik in de illusie dat het wel ging, dat ik me niet allerlei vragen hoefde te stellen. Zijn dood veranderde dat. Ik moest dieper graven, meer begrijpen. Het was ook duidelijk dat zijn dood niets had opgelost, het bracht niemand een antwoord op wat dan ook. Dus moet er geleefd worden, nu meteen.’

Tegelijkertijd verzet u zich tegen de boodschap dat slachtoffers veerkrachtig moeten zijn.

‘De belangrijkste les die ik in deze tien jaar heb geleerd, is dat je niet jezelf moet willen terugvinden zoals je voor het drama was. Ik zag lang hoop in de metafoor met kintsugi, de Japanse kunst die gebroken keramiek herstelt met goudpoeder. Maar die metafoor klopt niet. In plaats van te repareren wie je was, moet je jezelf afvragen: wie wil ik worden?

‘Het heeft een tijd geduurd voordat ik accepteerde dat ik slachtoffer was. Ik zag mezelf vooral als getuige, ik had geen zichtbare verwondingen. Maar ik sliep niet, mijn hoofd ging niet de goede kant op. Na twee maanden bezocht ik een psycholoog. Het was duidelijk dat ik niet dezelfde kon blijven. Tot de aanslagen was het leven me makkelijk afgegaan, ik had niemand nodig. Ik zou nooit boeken schrijven of voor een vereniging gaan werken. Nu geloof ik in het collectief, in reflectie.’

U bent kritisch op de manier waarop Frankrijk tot dusver de aanslagen heeft herdacht, met ‘een epidemie van minuten stilte’.

‘Ik heb geen probleem met een minuut stilte, zolang we daarna maar spreken. We moeten uitleggen wat ons is overkomen, zin geven aan wat er is gebeurd. Anders blijven we steken in onze verbijstering over al dat geweld. Daarom heb ik er bij president Macron op aangedrongen dit jaar de Fransen toe te spreken.

‘De jaarlijkse herdenking was tot dusver vooral een bijeenkomst voor slachtoffers en politici achter een veiligheidscordon vol scherpschutters. Een minuut stilte en dat is het dan. Maar dit keer wordt het een spektakel, in de goede zin van het woord. Thierry Reboul, die de openingsceremonie van de Olympische Spelen in handen had, organiseert de herdenking. Er zal een eerbetoon zijn aan de doden en aan de levenden, maar ook een ode aan cultuur in brede zin. Dat is volgens mij nooit eerder vertoond in een herdenking van aanslagen. Maar Parijs kan dat, als baken van cultuur en democratie dat overeind staat.’

‘Frankrijk is liever stil dan dat we reflecteren’, schrijft u ook. Wat zouden het land nog beter moeten begrijpen?

‘We hebben een begin gemaakt met begrijpen hoe een jongere die daarvoor gevoelig is, kan radicaliseren. Men toont hem gewelddadige beelden, legt uit dat hij deel kan worden van iets groters. Wat we niet goed weten, is waarom hij in de eerste plaats niet Frans wil zijn, of wil meedoen in de Franse samenleving. Veelzeggend is de reactie van Manuel Valls, die premier was toen de aanslagen plaatsvonden. ‘Proberen te begrijpen is al verontschuldigen.’ Dat heeft veel invloed gehad, denk ik. De reactie is, naast herdenken, vooral gericht op strenger beveiligen. We voorkomen aanslagen beter. Maar dat gaat ook ten koste van vrijheden. En wat doen we om radicalisering te voorkomen?’

De religieus gemotiveerde aanslagen wijzen u op een zekere leegte waarmee Frankrijk als seculiere staat kampt.

‘Ik ben totaal niet religieus, maar ben ervan overtuigd dat iedereen moet kunnen dromen van iets groters. Toen we in Frankrijk de staat en godsdienst van elkaar scheidden, was de staat heel sterk. Er was de belofte van een mooie toekomst, van kunnen opklimmen als je je best doet. Dat werkt nu niet meer. Nu is de staat er om te bepalen dat je fietslicht 3 centimeter van het wiel geplaatst moet worden, anders handel je in strijd met de regels. Er is geen verhaal meer rond het Frans zijn, er is geen contrapropaganda die de Republiek verdedigt. Dat is riskant.’

Donderdagavond wordt een herdenkingstuin geopend ter nagedachtenis aan de aanslagen van tien jaar geleden. Daarna wordt Life for Paris, waarvan u voorzitter bent, na tien jaar ontbonden.

‘De herdenkingsplaats openen was het laatste wat we nog wilden bereiken. We stoppen op het hoogtepunt van ons bereik in de media, maar maken graag de vergelijking met de beste rockbands. Die bestaan maar kort. Ontbinden is ook een stap in niet meer alleen slachtoffer zijn.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next