Verduurzaming Plantaardig eten is gezonder én beter voor het klimaat, de biodiversiteit en schaarse landbouwgrond. Daarom zou 60 procent van de eiwitten uit plantaardig voedsel moeten bestaan en 40 procent uit dierlijk voedsel, adviseert de Gezondheidsraad. Een nieuw initiatief laat zien in hoeverre bedrijven en instellingen daaraan bijdragen.
Hoe kun je met je vrijetijdsbesteding bijdragen aan een meer plantaardig eetpatroon in Nederland? Door naar de Efteling te gaan; wat te eten bij Anne & Max; door te overnachten bij een Fletcher-hotel en de volgende dag het Openluchtmuseum te bezoeken.
Dit valt te achterhalen op het digitale platform Eiwitstand.nl, dat ProVeg donderdag heeft gelanceerd. ProVeg is een organisatie die ernaar streeft de consumptie van dierlijke producten drastisch te verminderen. Met het platform wil ProVeg inzichtelijk maken in hoeverre bedrijven en instellingen bijdragen aan de overschakeling op een meer plantaardig dieet.
Die overschakeling verloopt traag, leert de eerste editie van Eiwitstand, waarvoor tweehonderd bedrijven en (overheids)instellingen zijn onderzocht. Zo zetten van de musea alleen Naturalis en het Openluchtmuseum concrete stappen. Bij de hotelketens geldt dat uitsluitend voor Fletcher. Accor heeft als enige hotelketen een doel geformuleerd, net zoals restaurant Anne & Max – ook een witte raaf in zijn bedrijfstak.
Een doel wil zeggen dat een organisatie heeft vastgelegd om binnen een redelijke termijn, bijvoorbeeld tussen nu en vijf jaar, minimaal te voldoen aan het advies van de Gezondheidsraad. Dit wetenschappelijke adviesorgaan wil dat Nederlanders hun eiwitten voor 60 procent uit plantaardig voedsel halen en voor 40 procent uit dierlijk voedsel. Nu is dat nog andersom. Meer plantaardig eten is volgens experts niet alleen gezonder, maar vermindert ook de druk op het klimaat, de biodiversiteit en de schaarse landbouwgrond.
Behalve naar de vraag of bedrijven en instellingen een doel formuleren, bekijkt ProVeg ook of ze concrete stappen zetten én of ze hun voortgang meten. Dat laatste is een zeldzaamheid onder de honderd onderwijsinstellingen: alleen de Rijksuniversiteit Groningen houdt haar vorderingen bij. Er zijn meer organisaties die een doel combineren met stappen vooruit, zoals dierenpark Artis en themapark de Efteling. Daar bestaan de poffertjes standaard volledig uit plantaardige ingrediënten en is de dierlijke variant niet meer beschikbaar in het restaurant.
Dat laatste is belangrijk, mailt onderzoeker Freya Hiemstra van ProVeg: „Inzetten op meer plantaardig is niet voldoende, er zal ook ingezet moeten worden op de reductie van dierlijk.” Dat laatste gebeurt bij een aantal onderwijsinstellingen, die een standaard vegetarisch aanbod hebben, net als Naturalis en Artis. De laatste streeft volgens Hiemstra „zelfs naar 100 procent plantaardig”.
Bij de supermarkten, die ProVeg als enige sector al langer volgt, lijkt de overgang naar plantaardige producten te stagneren. In vergelijking met eerdere jaren boeken de meeste supermarkten maar enkele procentpunten vooruitgang en ze blijven ver verwijderd van de gewenste 60 procent. Bij marktleider Albert Heijn is zelfs sprake van een teruggang. De stagnatie bij de supermarkten weegt zwaar, omdat zij in Nederland verreweg de grootste aanbieders van voedsel zijn.
De vertraging bij de supermarkt is mogelijk te wijten aan de huidige eiwithype. Veel consumenten eten extra, vooral dierlijke, eiwitten, die niet alleen in speciale sportrepen zitten maar ook steeds meer in reguliere producten als broodbeleg. Daar komt volgens Hiemstra bij dat supermarkten wel een en ander doen om de consumptie van plantaardige producten te stimuleren, maar weinig om de verkoop van dierlijke producten te ontmoedigen. Zo is Jumbo als enige supermarkt gestopt met het stunten met vers vlees.
Bij enkele cateraars zijn dierlijke producten wel in de ban gedaan, zegt Hiemstra: „De room is altijd plantaardig bij Vitam en Vermaat, en bij Compass zijn alle soepen, sauzen, brood, saladebars en boters plantaardig.” Niet alle cateraars zijn zo ver. Weliswaar heeft 90 procent een doelstelling voor het aandeel plantaardige eiwitten dat ze aanbieden, dit vertaalt zich bij ‘slechts’ 60 procent in concrete stappen. Een nog kleinere 40 procent meet ook vooruitgang.
De echte achterblijvers zijn de groothandels in voedingsmiddelen. Bidfood, Hanos en Sligro zetten als enige stappen, maar ook alleen dat. Makro en Lekkerland scoren in geen enkele categorie. Groothandels opereren op de achtergrond, oppert Hiemstra als verklaring: „Cateraars en supermarkten worden bijvoorbeeld aangesproken op hun aanbod en zijn het onderwerp van campagnes.”
De Eiwitstand is een momentopname, gebaseerd op openbare bronnen en op informatie die organisaties op verzoek verstrekten. Organisaties die niet communiceren over hun route naar een plantaardig eetpatroon ontbreken daardoor. ProVeg hoopt de komende jaren meer organisaties toe te voegen aan het platform.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC