Geboortezorg
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De geboortezorg in Nederland staat onder druk, blijkt uit een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dat dinsdag verscheen. In ziekenhuizen komen steeds vaker ‘bevalstops’ voor, waardoor barende vrouwen op het laatste moment moeten uitwijken naar een ziekenhuis waar wel plek is. Spoedverwijzingen – bij gevaar voor moeder of kind – kunnen gelukkig wel altijd terecht in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Ook zijn er door personeelsgebrek in veel regio’s wachtlijsten voor kraamzorg. Regelmatig krijgen vrouwen minder kraamzorg dan waar ze recht op hebben, en soms zelfs geen kraamzorg, vanwege een gebrek aan personeel. Het zijn bevindingen die je niet verwacht in een welvarend land als Nederland.
Volgens de inspectie treffen de wachtlijsten vrouwen in een kwetsbare situatie onevenredig hard. Kortom: alleenstaande moeders, zonder eigen inkomen of sterk familienetwerk. Ook vormt voor deze moeders de eigen bijdrage van 130 euro bij het minimum van 24 uur kraamzorg soms een barrière. Dat is een kwalijke zaak. Iedere vrouw en pasgeboren baby heeft recht op kraamzorg; culturele of sociaaleconomische achtergrond zou bij de beschikbaarheid daarvan geen enkele rol mogen spelen.
Het personeelstekort in de kraamzorg wordt mede veroorzaakt door het feit dat kraamverzorgenden relatief oud zijn. De instroom van nieuwe arbeidskrachten is onvoldoende om de uitstroom te compenseren van mensen die met pensioen gaan. Dit is een probleem waar de gehele gezondheidszorg mee kampt. Deze personeelstekorten zijn echter niet gelijk over het land verdeeld. Uit een artikel in NRC blijkt dat het tekort zich het meest doet voelen in stadswijken met een multicultureel karakter waar relatief minder draagkrachtige moeders wonen.
Uit onderzoek van EY bleek vorig jaar dat zeker een vijfde van de kraamorganisaties inmiddels in handen is van private equity-partijen. Het advieskantoor concludeert dat de zorg die zij verlenen niet minder goed is dan zorg van kraamorganisaties van wie eigenaren niet op winst zijn gericht. Wat wel een probleem is: het ziet er naar uit dat deze organisaties doen aan ‘cherry-picking’.
Dat is te zien in de regio Utrecht, waar enkele bureaus zijn overgenomen door private equity-bedrijven. De twee wijken die het slechtst worden bediend door kraambureaus, zijn Kanaleneiland en Overvecht – de armste wijken. Ouders die de Nederlandse taal niet spreken, waardoor zorg geven onvermijdelijk ingewikkelder is, zijn voor deze bedrijven kennelijk een te zware doelgroep en niet lonend. Dat is een pijnlijke constatering.
Omdat ook de eigen bijdrage voor mensen in deze buurten eerder een probleem is, worden zij dubbel getroffen. Een eigen financiële bijdrage mag geen hindernis zijn kraamzorg aan te vragen. Ouders die dat niet kunnen betalen, moeten daarvoor gecompenseerd worden. In Amsterdam-Zuidoost is daarmee al een pilot gestart. Het is goed dat Utrecht kijkt of dat voorbeeld navolging verdient, al betekent het voor de gemeente een nieuwe kostenpost, bovenop al zovele andere.
Elke moeder die haar eerste kind krijgt, met of zonder aanwezige partner, heeft recht op steun de eerste weken na de bevalling. Of ze nou rijk, arm, anderstalig is of niet. Dat is even belangrijk als een eigen huisarts. Kraamzorgbureaus, zorgverzekeraars, lokale én landelijke overheid mogen zich de wachtlijsten in de kraamzorg aanrekenen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC