COP30 Terwijl de klimaatcrisis versnelt, neemt de apathie in samenleving en politiek toe. Klimaat zakt weg op prioriteitenlijsten, beleid wordt afgezwakt. Vijf experts over een goed antwoord daarop.
aerial view beach and windmill at netherlands maasvlakte
De aanpak van klimaatverandering behoeft een nieuw narratief, één dat motiveert. Te vaak spreken we over ‘consuminderen’, over stoppen met shoppen en vliegen en vlees eten, over alles wat we moeten opgeven voor ‘het klimaat’. Zulke negatieve frames zetten niet aan tot gedragsverandering en evenmin tot steun voor beleid. Uit decennia aan onderzoek blijkt dat gedragsverandering motivatie vergt. Het nieuwe gedrag moet een fijn vooruitzicht bieden. Laten we dus niet keer op keer benadrukken wat we gaan minderen maar vooral wat ervoor in de plaats komt. Beleid dat emissies terugdringt leidt tot groenere steden met rustiger straten waar je buiten kunt zitten en waar kinderen spelen. Tot wijken waar mensen naar elkaar omkijken en tijd hebben voor een praatje. Tot genoeg, gezond en lekker eten. Tot meer tijd voor elkaar, cultuur en natuur – met minder stress en zorgen.
Kortom: tot die dingen die ons werkelijk gelukkig maken en waar de meeste mensen meer van willen. Deze vooruitzichten moeten centraal staan bij de aanpak van klimaatverandering, want ze scheppen draagvlak.Nu is de tijd voor ambitieus beleid – door een nieuw kabinet in een verwachtingsvol land. Laten we erover spreken met een narratief dat motivatie creëert voor een betere toekomst.
Klimaatobstructie is een miljardenindustrie. Hoofdschuldigen zijn de fossiele industrie, de transportsector, de zware industrie, en de agrarische industrie. Om reputatieschade te voorkomen verzetten bedrijven zich op steeds minder zichtbare manieren, zoals via hun brancheverenigingen, terwijl ze klimaatactie publiekelijk prijzen. Brancheverenigingen kunnen klimaatbeleid effectief belemmeren doordat zij pretenderen te spreken namens de gehele industrie. Daarnaast neemt het bedrijfsleven deel in advies- en beleidsprocessen; in Nederland bijvoorbeeld de klimaattafels, topsectoren en de adviesrapportages van de SER. Ook op Europees niveau mengt de industrie zich in veel expertgroepen – ondanks regulering om dit te verminderen.
Er zijn ook meer conflict-georiënteerde klimaatobstructiestrategieën. Zo probeerde het Duitse energiebedrijf RWE een rechtszaak aan te spannen tegen de Nederlandse overheid die het verbranden van kolen voor elektriciteitsopwekking vanaf 2030 wettelijk wilde verbieden. Ook lobbyt de industrie wereldwijd voor hardere regels tegen klimaatactivisten, en financiert zij protesten tegen klimaatbeleid.
Er zijn tal van manieren om klimaatobstructie aan te pakken, blijkt ook uit het recent gepubliceerde boek Climate Obstruction: A Global Assessment, dat ik samen met honderd andere onderzoekers schreef. Zo wordt er gewerkt aan het transparanter maken van lobbyen. Greenwashing is strafbaar geworden onder Europees beleid. Ook zijn er steeds meer klimaatrechtszaken, deels geïnspireerd door de zaken van Milieudefensie tegen Shell en Urgenda tegen de Nederlandse staat.
Maar het is net zo belangrijk dat we investeren in een ondernemende, transformatieve overheid die adequate plannen durft te maken en uit te voeren. Dit vraagt investeringen in haar eigen expertise om minder afhankelijk te worden van de industrie. Het vraagt om investeren in coalities van welwillenden: organisaties die voorop durven te lopen in duurzaamheid, in plaats van in gesprek te gaan met belanghebbenden van de status quo.
Vaak hoor ik dat we een flinke klimaatramp nodig hebben om mensen en politiek uit de klimaatverlamming te krijgen. Alsof ervaren van het probleem leidt tot actie. Het inzicht dat klimaatverandering diep problematisch is bestaat allang bij verreweg de meeste mensen, en zelfs bij vrijwel alle politici. Een klimaatramp die nóg ernstiger is, of eentje die nóg dichterbij komt, verandert daar weinig aan.
Wat echt helpt voor klimaatactie? Politieke winst moet er parallel mee lopen. Bijvoorbeeld omdat energiebesparing werkgelegenheid, een lagere energierekening en energieonafhankelijkheid oplevert, of omdat boeren en voedselindustrie een beter verdienmodel vinden in kringlooplandbouw en de eiwittransitie.
Dit soort situaties wordt tot nu toe vaak bereikt met nieuwe technologie. Daar valt immers aan te verdienen. Technologie is echter geen oplossing voor alles. Mensen blijven nodig. En er zijn nadelen: nieuwe technologie leidt altijd tot nieuwe milieu- en sociale impact, bijvoorbeeld door gebruik van andere grondstoffen of omdat het ongelijkheid vergroot. En begint het net lekker te lopen met technologie – zie zonne- en windenergie – dan loop je tegen opschalingsproblemen aan – zie netcongestie – waardoor er politieke tegenwind opsteekt.
Dus ja, zet vol in op nieuwe technologie, zodat er stabiele politieke steun komt. Maar verantwoorde technologie betekent dat andere dingen moeten meeveranderen: het financiële systeem bijvoorbeeld, infrastructuur, wetgeving. Alleen als duurzaamheid de sociale norm wordt, bij burgers en bedrijven, kan technologie zijn goede werk doen en kunnen de negatieve gevolgen beperkt blijven. Het moet politieke zelfmoord worden om klimaatbeleid af te schalen. Dan hebben we hopelijk geen klimaatramp nodig.
Elke fractie van een graad opwarming extra leidt tot het verergeren van de klimaatgevolgen die het hardst worden gevoeld in het mondiale zuiden. Er is dus meer reductie van broeikasgassen nodig, waarbij het cruciaal is fossiele brandstoffen zo veel mogelijk in de grond te laten. Anderzijds halen we deze doelen nooit zonder de inzet van het mondiale zuiden, want meer dan de helft van deze fossiele voorraden bevinden zich daar.
Daarom moet het concept rechtvaardigheid voor die landen veel centraler staan, om verdere verlamming te voorkomen. Een expliciete erkenning was drie jaar terug, waar op de klimaattop in Egypte een fonds werd ingesteld om klimaatschade te compenseren in landen die het niet hebben veroorzaakt – dat moet nog van de grond komen.
Even belangrijk is het historische besef van de geïndustrialiseerde landen. Na de kortzichtige politiek in de VS, wordt er reikhalzend uitgekeken naar geloofwaardig leiderschap. Bij rechtvaardigheid hoort ook een volwaardige deelname van het mondiale zuiden aan de besluitvormingstafel. Daar hoort natuurlijk ook serieuze commitment in geld en technologie bij, anders kan het mondiale zuiden niet meekomen in de noodzakelijke verandering.
Zeker, er is alle reden om zeer bezorgd te zijn over de klimaatontwikkelingen. Maar toch: wie durfde zelfs bij het euforie-moment van ‘Parijs 2015’ te dromen van de orkaanachtige ontwikkeling van zon- en windenergie, die zelfs de meest optimistische prognoses omver geblazen heeft? En wie had in 2015 gedacht dat China (ja, inderdaad ook nog heel veel steenkool) in recordtempo kampioen duurzame energie en elektrische mobiliteit zou worden?
Dankzij al die inspanningen zijn de prognoses voor opwarming van de aarde nog altijd alarmerend, maar toch minder dramatisch dan toen. De overheersende somberte rondom COP30 is daarom ook verhullend. De mondiale samenleving heeft grosso modo de boodschap van Parijs 2015 heel goed begrepen heeft en is actie is gekomen.
Inmiddels tonen talloze bedrijven dat het anders, duurzamer, beter kan: bedrijven als demonstratie-vorm. Als ambassadeur van Duurzame Dinsdag ben ik zelf aanwezig op COP30. Ik vertegenwoordig daar 19 Nederlandse innovatieve duurzame bedrijven zoals Solarge (100 procent circulaire en uiterst lichte zonnepanelen), Dutch Climate Systems (zeer zuinige airco’s met water als koelmiddel in plaats van fluorgas), Hydraloop (waterbesparing), Grassa (dat eiwit wint uit gras), Zytec (50 procent energiebesparing, minder slijtage bij pompen voor industriële toepassingen). En nog veel meer. Die bedrijven bestáán allemaal al, al moeten ze opboksen tegen gevestigde concurrentie, die vaak regelgeving mee heeft. Dus ja, die bedrijven hebben de juiste randvoorwaarden nodig. Overheden, aan de bak, dus. Maar de (r)evolutie van onderop, vanuit de praktijk, is gaande en stemt positief.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC