Met de start van het wereldbekerseizoen in Salt Lake City begint de olympische kwalificatie voor schaatslanden. Massastartrijder Bart Hoolwerf kan geen wedstrijd missen voor een plek in de krappe Nederlandse olympische selectie.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Bart Hoolwerf is dit weekend in Salt Lake City een uitzondering tussen de Nederlandse topschaatsers. Bijna iedereen rijdt bij de eerste wereldbekerwedstrijd van de winter voor het landsbelang – om olympische startplekken veilig te stellen voor Nederland zonder daarmee persoonlijke toegang tot de Winterspelen te kunnen verdienen. Wel kan Hoolwerf al nadrukkelijk proberen om voor zichzelf een plekje in de olympische ploeg te reserveren.
‘Ik moet zorgen dat ik in alle wereldbekerwedstrijden in de top 5 rijd of, nog liever, dat ik het podium haal en win. Ik moet die massastart zo hoog mogelijk in de matrix zien te krijgen’, zegt Hoolwerf. ‘Dat is mijn zaak.’
Matrix, het bijna mythische schaatswoord dat elke vier jaar in aanloop naar de Winterspelen opduikt, is omgeven met ogenschijnlijk ondoorgrondelijke complexiteit. Maar in de basis is deze ‘kansenmatrix’ niet zo ingewikkeld. Het is een rekenmodel dat werd ontwikkeld door de Rijksuniversiteit Groningen om de prestaties van Nederlandse schaatsers te wegen. De resultaten van de WK afstanden in het Noorse Hamar van maart en die van de komende vier wereldbekers wegen twee keer zo zwaar als de wereldbekers van vorige winter.
Uit deze wegingen blijkt op welke afstanden Nederland de grootste kans op goud heeft. De selectiecommissie van de KNSB heeft de mogelijkheid de boel nog wat te herschikken als ze dat nodig acht. Stel bijvoorbeeld dat een 5.000-meterschaatser aan het begin van deze winter door ziekte zijn niveau niet haalt en de uitkomsten van de matrix daardoor te negatief uitpakken, dan kan daarvoor nog worden gecompenseerd. Het eindresultaat na dergelijke handmatige verschuivingen heet de selectievolgorde, door de schaatsbond tot ‘sevo’ afgekort.
Hoe hoger een onderdeel in de sevo staat, des te groter de kans op toegang tot de Spelen. Op de traditionele afstanden wordt de uiteindelijke invulling bepaald tijdens het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van eind december. Maar dat geldt niet voor de massastart. Daarvoor wordt de kopman door bondscoach Rintje Ritsma voorgedragen.
Hoolwerf is de voornaamste kandidaat. ‘Ik heb over alles goed contact met Rintje, over trainingen en wedstrijden. Af en toe checkt hij bij me hoe het met me gaat’, zegt Hoolwerf, die een contract heeft bij de marathonploeg van Reggeborgh.
Hoolwerf maakte de afgelopen jaren bewust veel werk van zijn optreden op de massastart. Er ging bij de mannen nog niet eerder een pure specialist op deze jongste olympische schaatsdiscipline voor Nederland naar de Spelen. De eerste keer dat de massastart op de Winterspelen verreden werd, was in 2018. Toen reed Sven Kramer namens Nederland samen met Koen Verweij, die brons veroverde.
In 2022 keerde Kramer terug, ditmaal met oud-wereldkampioen Jorrit Bergsma. Een uitgesproken specialist als Arjan Stroetinga, wereldkampioen in 2015, werd nooit geselecteerd. Die ruimte was er niet in de olympische selectie en de succeskansen op de klassieke onderdelen waren te groot om iemand in te ruilen voor een massastartman.
Inmiddels lijkt Hoolwerf als specialist juist een streepje voor te hebben, al is het maar omdat de Nederlandse mannen op de klassieke langere afstanden aan succes hebben ingeboet de afgelopen winters en hij met zijn sterke eindsprint juist steeds beter presteert.
‘Dat is het doel dat we hadden. Ik moest de afgelopen jaren de basis leggen voor deze positie, omdat het anders gewoon supermoeilijk wordt om je te plaatsen voor de Olympische Spelen. Kijk naar Arjan Stroetinga, die heeft het nooit kunnen doen’, aldus Hoolwerf.
En dat terwijl de massastart een vak apart is. Voor klassieke langebaanschaatsers is het lastig dat ze niet alleen zijn in een strijd tegen de klok. ‘Je moet echt focussen, want er zijn zestien tot 24 man die op hetzelfde plekje azen’, zegt Hoolwerf, die is opgeleid als marathonschaatser. In die discipline zijn ze dat spel wel gewend, maar is de snelheid van de massastart juist vaak een probleem. ‘De topsnelheid ligt vele malen hoger dan in een marathon, waar de snelste ronde in 25 seconden gaat, terwijl we in de massastart de slotronde in 23 laag doen.’
Wat is de belangrijkste voorwaarde om als specialist naar de Spelen te kunnen gaan? Altijd beschikbaar zijn, zegt Hoolwerf, altijd alles geven. Ook als het slecht uitkomt. Vorig jaar reisde hij van het natuurijs van de Weissensee direct door naar Calgary om daar met jetlag de wereldbeker te betwisten. ‘Dat was verre van ideaal, maar ik heb wel laten zien dat ik me volledig inzet voor deze afstand.’
Zijn inzet leidde tot klinkende cijfers. Hoolwerf was afgelopen wereldbekerseizoen een van de succesvolste Nederlandse mannen. Hij stond, verdeeld over drie van de zes wedstrijden, op alle treden van het podium. Van de drie keer dat hij geen medaille pakte, was het Jorrit Bergsma die daar wel in slaagde en het ploegenspel bekroonde.
Dat verhoogt niet alleen Hoolwerfs kansen om door bondscoach Ritsma als primaire kandidaat voor de massastart gezien te worden, maar heeft ook als gevolg dat de massastart ergens boven in de selectievolgorde zal uitkomen. Dat is voor Hoolwerf een ideale situatie: een hoog ingeschaalde massastart met hem als voornaamste kandidaat.
Dat is wezenlijk anders dan de situatie waar de andere Nederlandse deelnemers in Salt Lake City mee te maken hebben. Zij kunnen er met goede uitslagen voor zorgen dat hun afstand hoog in de selectievolgorde komt te staan. Maar ook dat biedt geen garanties.
Bij het OKT wordt een regerend wereldkampioen met een lange reeks wereldbekerzeges gewoon thuis gelaten als anderen die ene race sneller zijn. Beschermde statussen bestaan niet, al heeft de selectiecommissie altijd de uitweg om iemand aan te wijzen. Dat gebeurt alleen in het geval van een ‘calamiteit’, weer zo’n typisch voorbeeld van schaatsjargon: als een uitblinker valt, ziek is of geblesseerd.
Er kunnen maximaal twee schaatsers worden aangewezen voor de ploegenachtervolging. Vorige keer ging dat ten koste van sprinter Dai Dai N’tab en 1.500-meterman Tijmen Snel. Zij moesten plaatsmaken voor Sven Kramer en Marcel Bosker.
Bij de vorige Spelen werd de maximale omvang van nationale ploegen al teruggebracht van tien naar negen schaatsers per sekse, terwijl er zestien individuele startposities op het spel staan. Als er geen rijders zijn die zich voor meerdere afstanden plaatsen, moeten er dus schaatsers afvallen.
De ISU heeft het daarbij nog complexer gemaakt om die maximale ploegomvang te bereiken, waarin een klassement over de eerste vier wereldbekers van deze winter allesbepalend is.
Wie een maximale afvaardiging nastreeft, moet drie schaatsers hebben in de top 21 van de 500, 1.000 en 1.500 meter. Op de 3 kilometer bij de vrouwen en 5 kilometer bij de mannen gaat het om de top 15. Bij de langste afstanden geldt de top 9. Op Hoolwerfs lievelingsdiscipline, de massastart, draait het om de top 24. Bij de ploegenachtervolging moet Nederland in de top 6 eindigen.
Alleen als aan al deze voorwaarden is voldaan, mogen er negen vrouwen en negen mannen mee. Er is enkel een kleine ontsnappingsclausule bij de ploegenachtervolging: daar kan een snelle seizoenstijd nog uitkomst bieden als Nederland niet hoog genoeg in de stand eindigt.
Als een individuele schaatser wereldbekerwedstrijden laat schieten en punten vermorst om meer te kunnen trainen, kan dat er zomaar voor zorgen dat Nederland als geheel een startplek voor de Spelen verliest.
Daarom benadrukt Remy de Wit, technisch directeur, al maanden dat alle Nederlandse schaatsers en ploegen in de wereldbeker ‘100 procent commitment’ moeten tonen en zich in principe beschikbaar moeten stellen voor de eerste vier wereldbekers van de winter. Zomaar eentje overslaan is niet de bedoeling.
Merel Conijn, nationaal 3 en 5-kilometerkampioen, reist niet af naar Salt Lake City, en heeft daarmee haar aanspraak op de daaropvolgende wereldbekers (Calgary, Heerenveen en Hamar) eveneens opgegeven. Op het OKT mag ze wel gewoon weer meedoen in de strijd om startplekken.
Hoolwerf slaat niets over. Hij pakt alles aan. ‘Ik moet zo breed mogelijk inzetbaar zijn om eventueel een derde plek op de 5 kilometer of 1.500 meter of een plek op de ploeg achter de achtervolging in te vullen.’ Na de komende vier wereldbekers moet het zo zijn dat de KNSB hem op die extra onderdelen goed kan gebruiken, maar dat de bond vooral op de massastart niet zonder Hoolwerf kan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant