Zo bouw je een decor Meer dan een jaar lang en met duizenden timmeruren werkten decorbouwers van De Nationale Opera aan een nieuw operadecor. Voor Tsjaikovski’s ‘De maagd van Orléans’ wilde de regisseur een draaiende rechtszaal. ‘Als je deze … klik … loshaalt… Dan rij je alles … schuif … zo weg! Heel makkelijk!’
Het bouwen van het decor van 'De maagd van Orléans' van Tsjaikovski.
‘En dít kan dus draaien.” zegt Jeroen Jaspers, eerste toneelmeester van De Nationale Opera, terwijl hij voorzichtig drie wanden van een maquette aanduwt. Inderdaad, ze beginnen te schuiven, precies driehonderdzestig graden rond. Het zijn echt alleen de muren die draaien; de vloer blijft op z’n plek. Ook het dak blijft geostationair hangen, al heeft Jaspers het nu voor het gemak even in z’n linkerhand. Samen stelt het een hele kleine rechtszaal voor, een model van het nieuwe decor van De maagd van Orléans, Tsjaikovski’s opera die vanaf woensdag te zien is bij De Nationale Opera. De eerste nieuwe productie van dit seizoen.
De vier mannen die deze maquette halverwege oktober op het zijtoneel van De Nationale Opera & Ballet laten zien, staan te glunderen. Dit decor bouwen had nogal wat haken en ogen, voeten in de aarde, nagels aan de doodskist, maar na maanden ontwerpen, passen, meten, rekenen, overleggen, herontwerpen, bouwen en herbouwen is het decor er dan eindelijk in het echt. Achter de vier heren (naast Jeroen Jaspers, productieleider Emiel Rietvelt, hoofd decoratelier Rolf Hauser en hoofd special effects Koen Flierman) staat de uitgewerkte kopie van de vloer met het tien ton zware dak er vlak boven. In de aangrenzende ruimte staan drie gigantische houten wanden. Één kant van de uiteindelijke rechtszaal is open, zodat je vanuit het publiek in de gigantische doos kan kijken.
Tsjaikovski’s weinig uitgevoerde opera De maagd van Orléans (1879) gaat over de Franse Jeanne d’Arc. Ze wordt door goddelijke stemmen geroepen om Frankrijk te bevrijden van de Engelse bezetting. Dat lukt, ze leidt het leger naar overwinning, maar wordt zelf verscheurd door geloof, liefde voor de vijandelijke ridder Lionel, en plicht. Uiteindelijk wordt ze gevangen, veroordeeld en sterft ze op de brandstapel.
Bij DNO plaatst regisseur Dmitri Tcherniakov het hele verhaal in een rechtszaal, met Jeanne d’Arc in de beklaagdenbank.
Het hele proces, van eerste ontwerp tot eerste opbouw, duurde meer dan een jaar.
Eigenlijk had regisseur Dmitri Tcherniakov het gerechtsgebouw een beetje anders in zijn hoofd. In het oorspronkelijke ontwerp, dat hij in september vorig jaar indiende, wilde Tcherniakov dat ook de vloer kon draaien en dat vier meedraaiende wanden allemaal opengeschoven konden worden. Dat bleek een slag te ingewikkeld. Niet per se voor de bouwers en de technische mogelijkheden van Amsterdam, maar wel voor de co-producent van deze voorstelling: de Metropolitan Opera in New York. In New York zou zo’n decor niet hebben gepast. Niet omdat het toneel te klein is, maar – en dat is een bottleneck waar je misschien niet zo snel aan denkt – omdat het niet in de opslag zou passen.
Decors staan niet een hele uitvoeringsperiode op het podium, omdat er in dezelfde periode ook andere voorstellingen gespeeld moeten worden. De ombouwtijd, waarin een heel decor in de opslag moet verdwijnen en een ander decor (inclusief licht en andere techniek) moet verschijnen, is ook in Amsterdam telkens maar een paar uur. Hoe ingewikkelder het decor, hoe krapper de opbouwtijd. Zelfs voor Amsterdam zou Tcherniakovs oorspronkelijke plan een uitdaging zijn geweest.
Dus moest het Amsterdamse team zoeken naar een oplossing die binnen alle marges paste, zowel fysiek ruimtelijk als mentaal wenselijk. En dat is ze, al zeggen ze het zelf, gelukt.
De laatste techniek wordt in het dak gehangen.
Kabels worden aangesloten
Koen Flierman is als ‘hoofd special effects’ verantwoordelijk „voor alles wat beweegt”. Hij laat de oplossing zien in de maquette: „Kijk, nu komt de truc: dit zit nu vast, maar als je deze … klik … loshaalt, en dan haal je … scheur … dat tussenstukje er ook uit. Kijk en dan zie je hier … dit zijn zwenkwielen. En dan rij je alles … schuif … zo weg! Heel makkelijk!” Wat net nog een decor was, heeft Flierman als een legoset helemaal uit elkaar gehaald. Wat een geheel lijkt, blijken allemaal losse onderdelen die naadloos in elkaar klikken. Wieltjes zorgen ervoor dat die onderdelen binnen anderhalf uur in de opslag te rijden zijn.
Flierman doet het simpel lijken, maar de technische puzzel die het team ontworpen én gebouwd heeft is eigenlijk verbluffend. Er moet aan van alles gedacht worden: alle changementen moeten snel, maar ook geruisloos gaan. Geen hout over staal bewegen dus, dat gaat kraken. Hout over hout al helemaal. Geen holle vloeren – schoenen op holle vloeren zijn „verschrikkelijk”. Genoeg draagkabels, want de bouwers willen maar maximaal één tiende van de maximale belastbaarheid van een staalkabel gebruiken („Er staan mensen onder dat dak, we willen geen enkel risico nemen”, zegt Rietvelt daarover). En je kunt wel lampen ophangen en motors installeren, maar als je geen ruimte en plankjes inbouwt waar accu’s weggewerkt kunnen worden, ben je nog nergens.
Terwijl de heren decorsupervisors me langs alle bijzonderheden leiden, leggen bouwers en technici de laatste hand aan het decor. Er wordt nog een grote klok opgehangen en microfoontjes in het dak geïnstalleerd. Vanuit het publiek gezien lijkt het alsof de glazen panelen in het dak precies de kozijnen vullen, maar sta je er recht onder, dan zie je dat dat gezichtsbedrog is: overal hangen toneellichten en andere technische zaken, perfect weggewerkt voor het oog van het publiek. De houten wanden lijken prachtig donker, statig hardhout, maar zijn in werkelijkheid gewoon goedkoop Nederlands populierenhout met mooie beits. Vanaf het moment dat het definitieve ontwerp af was, hebben twaalf timmermensen duizenden uren aan het decor gebouwd, vertelt hoofd decoratelier Rolf Hauser.
Voorzichtig wordt het dak van de rechtszaal omhoog getakeld. Jeroen Jaspers zit op het dak, Koen Flierman is bezig met de klok.
Het prijskaartje, daar blijft DNO vaag over. Een ‘paar miljoen’ kost zo’n productie wel, weten de heren. Bob Brandsen, directeur techniek en productie, wil alleen kwijt dat de materiaalkosten zo’n 30 procent van het hele productiebudget zijn. Al vallen de echte kosten daar nog buiten: die duizenden arbeidsuren.
Op een zondag, eind oktober, is het hele decor voor de eerste keer op zijn plek gezet. De maandag erop kijkt de ploeg of alles werkt. De houten tafels en banken van de rechtszaal staan op zijn plek, net als de grote verrijdbare beklaagdenkooi. Overal rennen techneuten met koptelefoons. Achter op het podium staan nog steigers en hoogwerkers; aan een paar panelen wordt nog gesleuteld.
Dan klinkt een luide waarschuwing: de eerste draaitest gaat plaatsvinden. Iedereen staat stil en kijkt. Langzaam begint de enorme zaal te draaien. Op alle hoeken houden ogen scherp in de gaten of er niets botst. Dan versnellen de wanden, veel sneller, ronduit rap. Tot de wanden weer precies op de plek staan waar ze begonnen. Test geslaagd.
Bij scènewissels zullen de wanden zo’n hele draai maken. In die tijd moeten de negentig (!) koorleden van het podium af en pakken de figuranten en technici de tafels, hekjes en bankjes van de rechtbank op en draaien die mee: een kwartslag, of nog verder. Als de muren weer op de oorspronkelijke plek staan, kijk je als toeschouwer ineens vanuit een ander gezichtspunt naar de rechtszaak. Zo kan Tcherniakov spelen met je perspectief: het ene moment zie je de zaal zoals Jeanne d’Arc ‘m ziet, het volgende zit je mee op de stoel van de jury, of van de rechter.
Die verhuizing wordt maandag geoefend. Keer op keer, want de choreografie is krap. Het meubilair mag bij verplaatsing geen draaiende wand raken, en God weet hoe het lukt om al die enkels en tenen te ontwijken.
De (echt werkende) plafondventilatoren worden opgehangen.
Het team van DNO wil maar een tiende van de maximale draagkracht van een staalkabel gebruiken, dus hangt het dak van de rechtszaal aan tientallen kabels.
Een week later: alle solisten, het koor en de orkestmusici van het Nederlands Philharmonisch zijn in de zaal. Er wordt gerepeteerd aan de eerste akte. De rechtszaal blijkt ook akoestisch sterk te werken – ook al iets waar de decorbouwers rekening mee moeten houden. Het plafond is hoog, waardoor veel geluid van het koor in de doos blijft hangen; nadelig, zou je denken, maar het versterkt een zeker binnenskamers effect. Gelukkig werkt het decor ook als megafoon: de verstaanbaarheid is goed. Althans, als het koor goed articuleert. Het Russisch is behoorlijk moeilijk om te zingen, dirigent Valentin Uryupin blijft er de hele middag op hameren: „Friends of the chorus, jullie hoeven niet harder te zingen in dit decor, maar wel verstaanbaarder!”
En ja, tijdens de voorstellingen zal er natuurlijk wel eens wat kapot gaan. Er gaat flink met meubilair gesleept worden, dus krassen op de vloer of op de grijze wand zijn onvermijdelijk. Maar krassen, butsen of vingervlekken zijn voor het team onacceptabel, en moeten meteen worden weggewerkt. Daarvoor heeft toneelmeester Jeroen Jaspers „altijd een potje beits en een potje grijs stand-by staan.”
Als de voorstellingen hier zijn afgelopen, gaat het hele decor naar New York. Hoe eigenlijk? „Oh gewoon, met de boot.”
De maagd van Orléans van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Bij De Nationale Opera in Amsterdam te zien van 12 november tot en met 2 december. Directie: Valentin Uryupin. Regie en decor: Dmitri Tcherniakov. Info: dno.nl
Het tien ton zware dak is zojuist omhoog getakeld.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC