Delphine Minoui In een kleine roman schrijft de Frans-Iraanse journalist over het lot van vrouwen in Iran die zich weigeren te schikken naar de strenge regels van het fundamentalistische regime.
In de zomer van 2024 wandelt een jonge vrouw zonder hoofddoek door een park in Teheran.
Wie herinnert zich niet de indrukwekkende beelden van de menigte demonstrerende jonge vrouwen in Iraanse steden drie jaar geleden? Ze gingen de straat op om te protesteren tegen de moord op de 22-jarige Koerdisch-Iraanse vrouw Mahsa Amini. Kort daarvoor was ze door de zedenpolitie opgepakt omdat haar hoofddoek niet volgens de regels om haar hoofd zat gesnoerd. Vele duizenden woedende vrouwen liepen mee, deden hun hijab af, lieten hun lange haren zien, knipten het af of staken hun hoofddoek in brand. Ze scandeerden de leus „Vrouw, Leven, Vrijheid”. Dapper waren ze, moedig, onverschrokken. Ze realiseerden zich welk risico ze liepen. De reactie van de politie was gewelddadig, er werd geschoten, meisjes en jonge vrouwen werden gedood.
Delphine Minoui: Badjens. (Badjens) Vert. Ursula Teijink. Atlas Contact. 157 blz. € 19,99
Een van hen was de zestienjarige Nika Shakarami, die voor de ogen van een grote menigte op een container klom, haar hoofddoek afdeed en hem in brand stak. Ook zij werd opgepakt, meegenomen en naar later bleek, verkracht en vermoord. Van officiële zijde werd gezegd dat ze zelfmoord had gepleegd, wat nationaal en internationaal tot grote verontwaardiging en nieuwe protesten leidde.
In haar kleine roman Badjens neemt de Frans-Iraanse journalist en schrijver Delphine Minoui (1975) het lot van Nika Shakarami tot uitgangspunt. Hoe zag het leven van die generatie jonge vrouwen eruit, wat hadden ze meegemaakt, wat dreef hen ineens, onverwacht, tot die massale opstand in het repressieve, conservatieve Iran? Ruim een jaar deed Minoui onderzoek: ze sprak met Iraanse tieners en jonge vrouwen, volgde hun sociale media-accounts, las met hun instemming hun dagboeken, vroeg naar welke muziek ze luisterden, waar ze uitgingen, ontdekte wat hun dromen en verlangens waren. Ze hoorde hoe hun vaders, hun broers en neven zich gedroegen.In Minoui’s boek gaat het al voor de geboorte mis: als de gynaecoloog constateert dat er een meisje op komst is, roepen de mannelijke familieleden om abortus. Een meisje is ‘een vergissing’, een meisje telt niet mee. Een vrouw die een meisje baart wordt genegeerd. Die ruwe afwijzing plant in de kersverse moeder een zaadje van opstand: ze noemt haar dochter, die officieel Zahra heet, Badjens, wat letterlijk „van het verkeerde geslacht” betekent.
Badjens wordt geboren in een conservatieve familie, haar grootvader zat ten tijde van de Sjah in de gevangenis, hielp mee hem te verdrijven en steunt het regime van de mollahs. Als ze samen met haar diepreligieuze grootmoeder naar haar grootvaders graf gaat, moet ze een ‘sarcofaag’ aan, een zwarte chador. Haar jongere broertje, mini-tiran in wording, wordt door haar vader verwend, terwijl zij, zijn dochter, onzichtbaar blijft. Het voedt haar ergernis, haar verborgen, opstandige woede. Als ze twaalf is, dwingt een neef bij wie ze zich veilig voelde haar tot seksuele handelingen. Ze begint de wereld om haar heen te begrijpen: mannen zijn „krankzinnige kerels” die de macht hebben, die geobsedeerd zijn door het vrouwenlichaam dat ze bedekt willen zien op het moment dat ze er geen misbruik van kunnen maken. Ze denkt na over „middeleeuwse regels” die vrouwen zijn opgelegd: „maagdelijkheid voor het huwelijk, steniging bij overspel, de doodstraf als je je verkrachter vermoordt”.
Na de moord op Mahsa Amini is Badjens er getuige van dat vrouwen beginnen te protesteren. Tegen de wil van haar vader gaat ook zij de straat op. Op scholen worden portretten van Ayatollah Khomeini en andere mollahs aan snippers gescheurd, vrouwen laten hun haren wapperen in de wind. Totdat de gewelddadige reactie volgt.Minoui’s stijl past perfect bij haar onderwerp. Haar zinnen zijn kort, staccato en lijken soms op feitelijke poëzie in proza. Ze heeft haast, ze rent, ze hijgt, ze duwt, wat ze te zeggen heeft is urgent, er is geen tijd voor mooischrijverij, ze heeft dringend een verhaal te vertellen. Zo vermengt Delphine Minoui de collectieve en de individuele geschiedenis in een ode aan de moed van een hele generatie jonge Iraanse vrouwen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC