Home

'Van kastje naar de muur', moeder zoekt al dertien jaar tevergeefs hulp bij huiselijk geweld - Omroep West

DEN HAAG - 'Ik ben al dertien jaar op zoek naar de juiste hulp, maar die kan ik niet vinden.' De wanhoop bij Maria uit Den Haag is groot. Ze heeft al jaren te maken met een ex-partner die haar en haar 12-jarige zoon emotioneel onderdrukt. Maar de hulpverlening in Den Haag is versnipperd, waardoor ze van het kastje naar de muur wordt gestuurd. In Rotterdam is hulp bij huiselijk geweld wel onder één dak geregeld.

De spanning is bij Maria van haar gezicht af te lezen en de tranen komen als ze begint aan haar verhaal. Dat begint dertien jaar geleden als ze zwanger is van een zoon en het misgaat tussen haar en haar ex-partner, de vader van het kind.

Er ontstaat een strijd tussen de moeder en de vader, beide hoogopgeleid, die leidt tot mediation, relatietherapie, jeugdhulp, jeugdzorg, curatoren en de ene na de andere rechtszaak.

'Het beheerst mijn leven', zegt Maria. 'Het fysieke geweld heb ik doorstaan. Nu kan ik zeggen: was het maar alleen fysiek geweld. Het emotionele en psychische geweld is vele malen erger. Vooral omdat het al zo lang duurt.'

Maria omschrijft haar ex-partner als extreem narcistisch die haar onderdrukt met juridische stalking, valse meldingen en vervalste stukken. Er is sprake van dwingende controle, zegt ze. Hij start steeds rechtszaken om het gezag over zijn zoon te krijgen en omgangsregelingen te forceren.

'Hij neemt nooit genoegen met de situatie en wil elke keer opnieuw chaos veroorzaken', zegt ze. 'Steeds als een rechter een vonnis heeft uitgesproken, gaat hij in hoger beroep. Ik zit al in mijn tweede bodemprocedure met betrekking tot gezag en omgang, terwijl dat in hoger beroep al is afgewezen. Je blijft dus in het trauma zitten.'

Hulp vinden lukt niet in Den Haag. 'Het lastige van de situatie is dat ik hulp zoek, maar niet de juiste hulp krijg', zegt ze. 'Ik kom in aanraking met steeds verschillende instanties waarbij ik keer op keer mijn verhaal moet vertellen. Je wordt meegezogen in een molen van allerlei instanties.'

Het baart Richard de Mos van Hart voor Den Haag zorgen. 'In Den Haag zijn elk jaar duizenden mensen slachtoffer van huiselijk geweld en kindermisbruik', zegt hij. 'Zij worden van het kastje naar de muur gestuurd en krijgen geen adequate hulp. Daar moet verandering in komen.'

De Mos wijst hiervoor naar Centrum Filomena dat in verschillende Nederlandse steden de deuren al heeft geopend. Hier werken verschillende instanties samen om slachtoffers van huiselijk geweld te helpen.

Eén van die centra is in Rotterdam gevestigd. Daar zitten achttien organisaties onder één dak. Van het Openbaar Ministerie (OM) en de politie tot hulpverleners en zorgorganisaties.

'Het is heel belangrijk dat er een plek is voor slachtoffers waar zij zichzelf kunnen melden op hun eigen voorwaarden en zonder doorverwijzing', legt Tanya Hoogwerf van Centrum Filomena in Rotterdam uit. 'Als slachtoffers het gevoel hebben dat ze gevaar lopen kunnen ze hier dus gewoon binnenlopen.'

Bovendien is alle hulp voorhanden op één plek. 'Slachtoffers kunnen er zeker van zijn dat ze niet van het kastje naar de muur worden gestuurd', zegt Hoogwerf. 'Dit is een plek waar hulpverleners, maar ook politie en andere organisaties om slachtoffers heen gaan staan en ze niet van locatie naar locatie stuurt.'

Slachtoffers die bij Centrum Filomena aankloppen kunnen hun verhaal kwijt en krijgen direct hulp. Dat kan gaan om juridische ondersteuning van bijvoorbeeld advocaten, maar ook om psychische of medische hulp.

Voor het laatste zijn speciale onderzoeksruimten ingericht waar slachtoffers kunnen worden onderzocht en forensische artsen foto's kunnen maken van eventueel letsel door geweldsincidenten.

Naast de slachtoffers worden ook kinderen, partners en plegers bij de hulp betrokken. Hoogwerf: 'We zien veel slachtoffers die te maken hebben met intiem terreur, waarbij veel macht, dwang en controle wordt uitgeoefend. Mensen maken elkaar zwart en willen controle uitoefenen door situaties onduidelijk te maken.'

Maar kinderen worden volgens Hoogwerf vaak onvoldoende gehoord. 'Je wilt weten wat er echt aan de hand is en kinderen hebben daarin vaak een sleutelrol. Zij hebben te maken met onveilige situaties, maar worden weinig gehoord.'

'Wij vinden het belangrijk om kinderen te zien en te spreken om te horen wat ze gezien hebben en wat ze meemaken, zodat wij ze kunnen helpen om veilig en rustig op te groeien.'

Het verhaal van Maria is herkenbaar voor Hoogwerf. 'Het is typerend voor mensen die hier komen', zegt ze. 'Zij zijn desperaat, omdat ze overal hebben geprobeerd om te worden gehoord. Maar omdat de situatie zo complex is, lopen ze vaak tegen een muur aan.'

Het helpt slachtoffers zoals Maria niet als ze van loket naar loket worden gestuurd, zegt Hoogwerf. 'Instanties pakken fragmenten van het verhaal op, maar zien niet het geheel. Dan weet je dat een oplossing heel moeilijk wordt. Wij hebben de kennis en expertise in huis om te begrijpen wat er achter een verhaal zit en wat er vervolgens nodig is.'

Voor Maria zou Centrum Filomena een uitkomst zijn, maar ze kan er niet terecht omdat ze in Den Haag woont.

'Ik denk dat zoiets als Centrum Filomena in Den Haag hard nodig is', zegt ze. 'Het is heel lastig om de stap te zetten naar hulpverlening, omdat je niet zeker weet of instanties de ernst van de situatie snappen. Zij moeten wel de kennis en een mandaat hebben om in te kunnen grijpen. Ik denk dat Centrum Filomena dat wel heeft.'

Dat denkt Richard de Mos ook. Hij wil zich inzetten om Centrum Filomena naar Den Haag te krijgen en gaat woensdag in de Haagse gemeenteraad een motie indienen die het college ertoe moet aanzetten om op zoek te gaan naar geld hiervoor.

De Mos: 'Je ziet in andere steden zoals Tilburg, Breda en dus ook in Rotterdam dat zoiets als Centrum Filomena werkt. In Den Haag moet het ook zo snel mogelijk komen, want er zijn te veel slachtoffers van huiselijk geweld.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next