Home

Al dat gevlieg naar de klimaattop heeft toch wél zin

In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan wekelijks over wat hem opvalt. Deze week: de jaarlijkse VN-klimaattoppen halen te weinig uit, staan bol van het lege gebabbel en worden gekaapt door oliestaten. Toch goed dat ze er zijn.

Zo'n klimaattop, heeft dat zin? Moeten al die duizenden diplomaten en journalisten nou werkelijk in een vliegtuig stappen, met de aanzienlijke klimaatimpact die daarbij komt kijken, om ergens in een exotisch oord (of Glasgow) twee weken lang te babbelen over de klimaatcrisis?

Dat soort vragen krijg ik (terecht) elk jaar weer in aanloop naar de VN-klimaattop. De editie van dit jaar gaat maandag van start in de Braziliaanse kuststad Belém, aan de rand van het Amazonewoud. Zelf ben ik er niet bij, maar mijn collega Emma van Bergeijk stapt wel in het vliegtuig om verslag te doen.

Elk jaar denk ik zelf ook weer na over deze vraag. Tot nu toe kom ik steeds tot de conclusie dat het toch goed is dat de wereld massaal komt opdagen. Klimaatverandering is hét wereldwijde probleem. De CO2 die hier uit jouw auto en mijn cv-ketel komt, heeft gevolgen voor mensen aan de andere kant van de wereld die wij nog nooit hebben ontmoet.

Er is zeker veel aan te merken op de klimaattoppen. Elk jaar leveren ze een enorme papierhandel op vol ondoordringbaar jargon en afspraken die zo ver zijn dooronderhandeld dat alle aanwezigen naar huis kunnen in de wetenschap dat ze er niks mee hoeven te doen. Weeffouten in het proces zorgen ervoor dat een klein groepje fossiele landen de boel al decennialang kan traineren.

Toch is het ook niet zo dat de klimaattoppen daardoor onzin zijn. President Irfaan Ali van Guyana, Irfaan Ali zei er donderdag dit over: "Wat is het alternatief? Er is nog steeds geen ander forum waar alle landen als gelijken aanschuiven om te bepalen hoe de wereld op klimaatverandering reageert. Dus we moeten dit proces laten slagen."

Het is interessant dat juist de president van Guyana dit zegt. Het Zuid-Amerikaanse land heeft veel regenwoud en zegt daarom meer CO2 op te nemen dan het uitstoot. Tegelijk wordt voor de kust van Guyana een gigantische nieuwe olievoorraad aangeboord. Straks is het land de grootste olieproducent ter wereld per hoofd van de bevolking.

Daarmee laat Guyana het dilemma van alle klimaattoppen zien: de fossiele economie trekt de ene kant op, de duurzame economie trekt nog lang niet hard genoeg de andere kant op. Als alle landen dit probleem vanuit hun eigen hoofdsteden proberen op te lossen, gaat het nooit lukken.

Er moet dus ergens een plek zijn waar diplomaten uit alle uithoeken van de wereld aanwezig zijn om het hierover te hebben. Waar ook de kleinste en zwakste landen aan tafel zitten. Hoe moeilijk het ook is en hoe langzaam het ook gaat.

Kijk naar het Parijsakkoord. Het beroemde 1,5 graden-doel dat daar tien jaar geleden in is opgenomen, kwam er onder druk van een coalitie van kleine eilandstaten. Heel veel mensen wonen er niet, je ziet ze niet dagelijks in het nieuws, maar het is hun leefgebied dat letterlijk zal verdwijnen bij meer dan 1,5 graden opwarming. Door mee te praten op de klimaattoppen hebben ze zichzelf nog niet gered, maar de wereld wel een stuk die kant op geduwd.

Uit een VN-rapport bleek eerder deze week dat de wereld afkoerst op 2,8 graden opwarming, of zelfs wat minder als landen zich aan hun eigen plannen houden. Vóór 'Parijs' was dat nog meer dan 4 graden. Ziedaar wat de klimaattoppen toch maar voor elkaar hebben gebokst, al is het nog lang niet genoeg.

Ook als journalist heb je snel de neiging het klimaatprobleem vanuit je eigen hoekje van de wereld te bekijken. Om week op week te schrijven over het klimaatbeleid in Den Haag, of misschien Brussel. Over recordtemperaturen in De Bilt of verzilting in de polder.

Rondlopen op een klimaattop opent je ogen. Als je daar staat tussen de vertegenwoordigers uit landen die vrijwel niets bijdragen aan het probleem, maar die wel worden geraakt door onze CO2-intensieve levensstijl, begrijp je ineens hoe allesoverstijgend de klimaatcrisis is. Als je dat gevoel als journalist aan meer mensen kan overdragen, was het die vlucht toch nog waard.

We hebben jaarlijkse klimaattoppen dankzij het VN-klimaatverdrag uit 1992. Namens de Verenigde Staten was het George H.W. Bush die het ondertekende. Maar tijdens zijn presidentschap heeft hij juist ook enorm veel kansen laten liggen om de VS op een klimaatvriendelijkere koers te krijgen, blijkt uit de nieuwe documentaire The White House Effect, die enkel uit archiefbeelden bestaat.

Bush voerde campagne voor het milieu en zei dat het gebruik van fossiele brandstoffen moest worden teruggedrongen. Maar mede dankzij een klimaatsceptische stafchef en het steeds sterkere twijfel zaaien door de olielobby deed hij dat uiteindelijk toch niet. De gemiste kansen worden pijnlijk duidelijk door dit knappe staaltje montage. Te zien op Netflix.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next