In Schermtijd schrijft techverslaggever Rutger Otto wekelijks over het internet en alles wat daarbij komt kijken. Deze week stopt hij zijn telefoon in een afgesloten buidel bij een concert.
Mensen verklaren me voor gek dat ik deze week twee keer naar Bob Dylan ben gegaan. Wat kan ik zeggen? Het kan nu nog, de beste man is 84 jaar en al de helft van mijn leven mijn muzikale held. En omdat telefoons niet welkom zijn bij zijn concerten, levert het bijzondere ervaringen op.
Dat telefoonverbod wordt aan de deur afgedwongen. Bij binnenkomst in het Amsterdamse AFAS Live worden bezoekers gesommeerd hun smartphones (en andere apparaten met camera's) in een gesloten buidel te stoppen. Die gaat aan het einde pas bij de uitgang weer open.
Binnen in AFAS Live is een speciale plek ingericht waar je de smartphone onder toezicht van een medewerker even uit de zak mag halen. Een rookruimte voor telefoonverslaafden.
Het grote voordeel van zo'n telefoonverbod is natuurlijk dat je tijdens het concert niet tegen alleen maar schermpjes aankijkt. Het nadeel dat er bij een Dylan-concert tegenover staat, is dat het gros van het publiek de zanger überhaupt niet ziet, omdat hij verscholen achter zijn piano zit. Maar iedereen is volledig bij de les. De muziek is het belangrijkst, filmpjes en foto's voor op Instagram spelen geen rol.
Nog een voordeel: je knoopt wat gesprekjes aan met andere fans. Ik ga meestal in mijn eentje naar Bob Dylan. Zonder telefoonverbod zou ik waarschijnlijk wat zitten scrollen tot de band het podium betreedt. Maar een half uur voor me uit staren vind ik ook niks. Nu leer ik wat mensen kennen die over hun ervaringen met Dylan vertellen. Blijkbaar sta ik zonder telefoon vanzelf meer open voor een praatje. Daartoe moet ik dus gedwongen worden door een hoogbejaarde artiest.
Ik spreek een jongen van rond de twintig jaar. Hij heeft een voorliefde voor oude muzikanten en dit is zijn eerste keer Dylan. Zestien jaar geleden was ik zoals hij, toen was ik een van de jongsten in het publiek. Nu spreekt deze jongen mij aan met "u". The Times They Are A-Changin'.
In mijn tijd (nu ik toch bezig ben) waren telefoons overigens nog welkom. Al maakte je nauwelijks foto's, want mooier dan dit werd het met die camera's niet:
Nu hoef je niet, zoals ik, een klein fortuin uit te geven om even van je telefoon af te zijn. Er zijn plekken in Nederland waar je terechtkunt om hetzelfde gevoel te bereiken. Ik las deze week over The Offline Club in Amsterdam, waar koningin Máxima op bezoek was. Ook de koningin vindt dat ze soms te veel op haar telefoon zit. "Dan ben ik een half uur bezig met allerlei dingen", zegt ze. "Behalve die persoon een bericht sturen."
The Offline Club is een sociale onderneming die bijeenkomsten organiseert voor mensen die even offline willen zijn. Bij die evenementen kun je zonder prikkels van sociale media gaan schrijven, een boek lezen of met elkaar praten.
Dat gaat voor mij wellicht iets te ver, maar zo'n telefoonvrij concert smaakt naar meer. Al word je ook geconfronteerd met hoe makkelijk de telefoon sommige dingen heeft gemaakt. Zo zegt iemand aan de bar blij te zijn dat hij zijn pinpas toevallig bij zich heeft, anders kon hij geen biertje bestellen.
En omdat er vaste zitplaatsen zijn, worden de nummers voor binnenkomst op een briefje gekrabbeld. Dat moet wel, want iedereen heeft zijn tickets op de telefoon staan. De aanpak zorgt voor vertraging. Het eerste half uur van het concert verloopt daardoor rommelig, met bezoekers die hun plaatsen nog zoeken of discussiëren over een plek waar al iemand zit.
Het telefoonverbod geeft en neemt.
Schermtijd ging vorige week over vacaturefraude: nepbelletjes van criminelen die je zogenaamd een baan aanbieden, maar eigenlijk uit zijn op je geld. Dit vinden jullie ervan.
Wat vind jij: moeten concerten telefoonvrij zijn? Laat het me weten. Dat kan in de reacties hieronder of via rutger@nu.nl. Misschien verschijnt jouw bericht aankomende week in Schermtijd. Ik lees alles, maar het is vaak te veel om iedereen te antwoorden.
Tot volgende week!
Source: Nu.nl economisch