Home

In Zuid-Libanon dreigt de oorlog, maar op deze school gaan de lessen door

Sinds een jaar geldt er in Libanon een wankel staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël. Van wederopbouw is geen sprake, toch is een middelbare school aan de Libanese zuidgrens weer opengegaan.‘We verzetten ons met onze pennen.’  

Door Jenne Jan Holtland

Fotografie Diego Ibarra Sánchez

Het is kort voor 8 uur ’s ochtends, op de Muhammad Falha-school gaat de bel voor het eerste uur. Vrolijk geroezemoes uit tientallen monden maakt plaats voor stilte. Op de binnenplaats gaan de scholieren in het gelid staan. Opgelet, hoofddocent Khalil Ammar (50) neemt het woord. ‘Jongens en meisjes’, zegt hij, ‘ik wil niet dat jullie roken, te laat komen of op slippers naar school komen. Je kleedt je hier fatsoenlijk, je bent niet op straat.’

Scholieren op de binnenplaats van de Mohammed Falha-school

Hoofddocent Khalil Ammar

Het zijn regels die hij wekelijks herhaalt, glimlacht de hoofddocent nadien, puur voor het groepsgevoel. De kinderen van het Libanese grensdorp Mayss al-Jabal haasten zich naar de lokalen. Of nou ja, lokalen – eigenlijk zijn het krappe bouwcontainers, zo’n dertig in carré-opstelling. Het oogt tijdelijk en geïmproviseerd, en dat is het ook. Pas sinds half oktober zijn de deuren hier geopend. De oorspronkelijke middelbare school, drie kilometer verderop, is tijdens de voorbije oorlog volledig kapotgeschoten door het Israëlische leger.

Als de lessen begonnen zijn, neemt een sonoor zoemen de aandacht over. Het klinkt als een zwerm opgevoerde bijen en komt van boven – een Israëlische drone die dreigend observeert. Niemand reageert. Voor de scholieren en hun leerkrachten zijn de drones even alledaags geworden als de zon, de maan en de wisseling van de jaargetijden.

Deze maand is het precies een jaar geleden dat er een staakt-het-vuren kwam tussen de militante beweging Hezbollah in Libanon en het Israëlische leger. Op papier geldt dat bestand nog steeds, en toch wordt het op dagelijkse basis geschonden met bombardementen en beschietingen – zo vaak dat het nauwelijks nog de krantenkoppen haalt. Die schendingen (gemiddeld vijftien per dag) komen vrijwel allemaal voor rekening van het Israëlische leger. Het staakt-het-vuren werkt hoofdzakelijk één kant op. In de woorden van sommige critici: ‘U staakt, wij vuren.’

Dit alles is de uitkomst van een oorlog waar veel Libanezen niet op zaten te wachten, maar waar Hezbollah (gesteund door een loyale aanhang) om tactische redenen voor koos. Het idee was Israël te verzwakken door – meteen na de terreuraanval van 7 oktober door bondgenoot Hamas – een tweede front te openen. Een blunder, zo bleek. Israël had superieure inlichtingen, doodde Hezbollah-leider Hassan Nasrallah en deelde met de ‘pieperaanval’ een immense psychologische klap uit.

Voorspellen is een heikele bezigheid en toch oogt het Libanese krachtenveld als een mogelijk voorland voor Gaza, die andere brandhaard in de regio. Net als in Libanon toonde Israël zich daar militair oppermachtig. En in beide gevallen – Libanon én Gaza – heeft het verslaan van gewapende groeperingen (Hezbollah en Hamas) geleid tot het bedrieglijk eenvoudige idee van ontwapening, waarbij de raketten en ander wapentuig moeten worden ingeleverd. Zowel in het Libanese bestand (november 2024) als in het recentere plan van de Amerikaanse president Donald Trump voor Gaza staat dat idee centraal.

Omgekomen Hezbollah-leiders op een viaduct. In het midden, met zwarte tulband, Hassan Nasrallah

Zodra Hamas en Hezbollah ontwapend zijn, gaat de logica, ligt er een pad naar vrede. Maar ontwapening is een proces dat zich slecht laat afbakenen. Wie bepaalt wanneer het ‘voltooid’ is? En wat gebeurt er met de onderliggende grieven waar de wapens het symptoom van zijn?

Op het eerste gezicht is er in Libanon best politieke wil. Onder leiding van premier Nawaf Salam, een gezaghebbend oud-rechter van het Internationaal Gerechtshof (ICJ), zijn de autoriteiten begonnen Hezbollah te ontwapenen, te beginnen bij het grensgebied in het zuiden. In een jaar tijd zegt het Libanese leger 10 duizend korteafstandsraketten in beslag te hebben genomen, plus ongeveer 400 precisiegeleide (middellangeafstands)raketten.

Het zijn serieuze stappen, maar Hezbollahs arsenaal is groter. Bovendien lijkt de groepering in samenspraak met bondgenoot Iran tot de conclusie gekomen dat volledige ontwapening hoe dan ook geen optie is. In strategisch opzicht is Hezbollahs arsenaal altijd een kroonjuweel geweest in Irans buitenlandplannen. Volgens diplomatieke bronnen van The Wall Street Journal is Hezbollah zich daarom weer aan het herbewapenen via buurland Syrië.

Mayss al-Jabal, met bovenin de heuvels van Israël

Het ongeduld bij zowel Israël als de Verenigde Staten groeit en daarmee ook het aantal dreigementen. Als er geen vaart komt in de ontwapening, waarschuwde een anonieme Israëlische functionaris afgelopen weekeinde bij tv-zender Al-Arabiya, ‘kan Israël opnieuw de voorsteden van Beiroet gaan bombarderen’.

Grensdorpen als Mayss al-Jabal leven intussen in een schemertoestand tussen vrede en oorlog, angst en berusting. Niet dat de scholieren somber rondlopen, integendeel. Ze dollen, delen plaagstoten uit, maken grapjes. De kleintjes dragen fleurige rugzakken van Hello Kitty en Spiderman. Wat ze het leukst vinden aan school? ‘De dagen dat we vrij zijn!’, kaatst de 16-jarige Mohammed Shuker met de lachers op zijn hand terug.

De nieuw geopende Mohammed Falha-school

Dat er überhaupt weer onderwijs plaatsvindt in dit gebied, is een klein wonder. Veel huizen liggen nog in puin, ongeveer 60 duizend uit Zuid-Libanon gevluchte inwoners durven niet terug te keren. Donorlanden (Saoedi-Arabië, Qatar) zeggen pas over de brug te willen komen als Libanon werk maakt van ontwapening en politiek-economische hervormingen. Des te opvallender, kortom, dat deze school er nu is. Het benodigde geld, zo’n 260 duizend euro, werd opgehoest door lokale autoriteiten, aangevuld met donaties van geloofsgenoten in Irak.

Het idee ontstond afgelopen zomer, zegt de trotse, in hemdsmouwen gestoken schooldirecteur Faraj Badran (50) op zijn kantoor. ‘Bij het ministerie (van Onderwijs, red.) dachten ze dat ik gek was. Maar ze zijn hier zelf nooit komen kijken, daarvoor zijn ze te bang.’ Dat de oorlog opnieuw kan oplaaien, is een risico dat hij voor lief neemt. ‘Ik kan niet accepteren dat er ook maar één kind opgroeit zonder educatie.’

Directeur Faraj Badran geeft les in boekhoudkunde

Even verderop is de les Frans volop bezig. Met docent Lina Ghadban (46) lezen de leerlingen het sprookje van Tristan en de draak. De container is spaarzaam ingericht. Een groot punt van zorg, zegt de schoolleiding, is het gebrek aan centrale verwarming, zeker met de winter in aantocht.

Bij de leerlingen is de impact van twee jaar oorlog en verwoesting te merken, vertelt Ghadban tijdens de pauze. Ze hebben neven verloren, vaders, of schoolvriendjes. Ze hebben moeten toezien hoe hun kinderkamers werden weggeblazen en daarmee al hun herinneringen. Toen de docent tijdens een blokje ‘Franse mode’ vroeg naar lievelingskleuren, keken twee meiden alsof ze gek was geworden. ‘Ze zeiden: we dragen alleen nog zwart.’

Lina Ghadban (46) tijdens de les Frans

Ghadban, gekleed in een stijlvolle lila hoofddoek, zoekt naar woorden. De jongens doen stoer, zegt ze, de meiden minder. ‘Wat ze gemeen hebben, is dat ze hun motivatie om te leren kwijt zijn.’ Haar eigen huis is trouwens ook gebombardeerd, met als gevolg dat ze tijdelijk een huis huurt in de provinciale hoofdstad Nabatieh, driekwartier rijden verderop. Wat betekent tijdelijk – een maand, een jaar? Ze weet het niet.

Dat Hezbollah een factor van belang is in Mayss al-Jabal, is overduidelijk. Het logo van de beweging prijkt op vlaggen, op scooters, op het kettinkje van een leerling. De ‘partij van God’ is hier al veertig jaar dominant. Wie het dorp binnenrijdt, stuit op een trits billboards in de partijkleuren groen en geel. Iedere omgekomen strijder (‘martelaar’) uit het dorp heeft zijn eigen billboard. Het zijn er 79 in totaal, voorzien van de meest heldhaftige leuzen uit het sjiitisch-islamitische woordenboek. De aarde waarin ze begraven liggen, zo valt elders te lezen, is ‘geparfumeerd met het zuiverste bloed’.

De 79 omgekomen Hezbollah-strijders uit Mayss al-Jabal

Verderop in het dorp ploft dagloner Mahmoud (45, ‘geen achternaam’) op een plastic stoel. Het eerste dat opvalt, is de stilte in zijn wijk. ‘Sinds de oorlog is hier niemand teruggekeerd, alleen wij’, zegt hij met een peuk in zijn mondhoek. Op zijn pakje Winchester-sigaretten prijkt de obligate boodschap dat roken ‘dodelijk’ is, maar Mahmoud ziet het niet, want zijn ogen zijn gericht op de Israëlische drone in de lucht.

Zijn 85-jarige moeder komt op roze slippers het huis uit gesloft. Tanden heeft het oudje niet, wel herinneringen. Als klein meisje zag Menahel Jindi in 1948 hoe Palestijnen vluchtend de grens over kwamen, vanuit het pas opgerichte Israël. Een grens was er nog niet, haar vader bezat land aan de andere kant. Ze wijst naar een heuvel in de verte, waar je de Israëlische auto’s kunt zien twinkelen op hun oprijlanen. ‘Ooit liepen we daar gewoon heen’, zegt ze. ‘We waren voor niemand bang.’

Menahel Jindi (85)

Ze zijn de enigen in de familie die zijn teruggekeerd, vertellen moeder en zoon. De anderen zijn nog ontheemd, elders in Libanon, en verklaren hen voor gek dat ze er in Mayss al-Jabal iets van proberen te maken. ‘Maar ik wil hier sterven, in mijn eigen huis’, zegt de moeder.

Haar zoon: ‘Israël kan hier doen wat het wil. Wij beschouwen ons gebied als bezet.’

Moeder, prevelend: ‘God beschikt. Ons lot ligt in zijn handen.’

Het verweesde gevoel dat ze onder woorden brengen, leeft ook bij anderen in het dorp. Hezbollahstrijders vertonen zich hier niet, dat is te gevaarlijk, maar ook de Libanese staat is nagenoeg afwezig. Een enkeling omschrijft de streek als ‘kharij al watan’, wat zoveel betekent als ‘buiten het land.’ Niemand legt Israël een strobreed in de weg. Een week na het bezoek van de Volkskrant steekt een Israëlische patrouille ’s nachts de grens over en blaast een huis in Mayss al-Jabal op.

De verwoesting in de oude school van Mayss al-Jabal

De huidige situatie, zeggen kenners, is ronduit gevaarlijk. Het Libanese leger is militair niet opgewassen tegen Hezbollah, en een gedwongen ontwapening is een recept voor een burgeroorlog. Toch is dwang precies waar het duo Israël-Amerika op aanstuurt. Wat de zaak compliceert, is dat Israël nog altijd vijf strookjes in Zuid-Libanon bezet. Iedere onderhandeling loopt daarom dood. Eerst terugtrekken, aldus Hezbollah-frontman Naim Qassem, dan praten we verder. Onder het mom van ‘verzet’ kan de beweging nu makkelijker verse rekruten aantrekken.

Michael Young, een Libanese columnist voor de Emiraatse krant The National, wijst erop dat de Libanese regering klem zit tussen een veel te machtige militie en een almaar escalerend buurland. Hij vindt dat de Verenigde Staten als bemiddelaar creatiever moeten zijn. ‘Alleen maar roepen ‘Hezbollah moet ontwapenen’ heeft geen zin’, zegt hij aan de telefoon. ‘Als de Trump-regering Israël zover kan krijgen dat het een paar concessies doet, bijvoorbeeld door zich terug te trekken uit een of twee bezette stellingen, dan staat de Libanese regering binnenlands veel sterker. Maar dat gebeurt niet.’

Na een korte rit stapt schooldirecteur Badran uit de auto. Hij wil het kapotte schoolgebouw laten zien waar hij ooit lesgaf. Onder zijn schoenen knerpen gruis en scherven. Van de school resteert een winderig karkas. Links een stapeltje biologieboeken, rechts een stoffige computermuis. Een Israëlisch projectiel is – ongeëxplodeerd – dwars door het dak naar beneden gevallen. Waarom de school beschoten werd, weet de directeur niet.

Het emotioneerde hem toen hij de verwoesting voor het eerst zag, zegt hij. Maar Badran laat zich niet ontmoedigen. Onderwijs beschouwt hij als een vorm van verzet. ‘We verzetten ons met onze pennen, onze schoolborden, onze boeken. De indringer (Israël, red.) wil onze hoop doden. Maar we geven niet op.’ Dan draait hij zich om. Hij moet terug naar zijn leerlingen.

De ene dag feest, de andere dag een begrafenis: in Myanmar vecht een generatie jongeren tegen het eigen leger

In het Zuidoost-Aziatische land Myanmar vecht een generatie jongeren tegen het eigen leger voor hun democratische vrijheid. Volgens documentairemaker Ruben Terlou verdient hun universele strijd meer aandacht.

Israëliërs en Palestijnen liggen samen op Kalia Beach, maar blijven vreemden voor elkaar

Op Kalia Beach zag fotograaf Sandra Mehl tot haar verbazing Israëliërs, Palestijnen en buitenlandse toeristen genieten van hetzelfde strand. Maar alleen de Palestijnse bezoekers weten dat ze op de Westelijke Jordaanoever zijn en niet in Israël.

Herinneringen aan het Gaza van voor het puin 

Voor de oorlog kende de Gazastrook onverwachte plekken van vreugde en ontspanning: boomgaarden, bloemenweides, spelende kinderen. Nu vrijwel alles is verwoest, zijn de beelden van fotograaf Mohammed Zaanoun een herinnering aan wat ooit was.

Source: Volkskrant

Previous

Next