Home

In Mali komt het gevaar vanuit de lucht: drones zaaien verlammende angst

Door de opkomst van drones heeft de al dertien jaar durende oorlog in Mali er een nieuw onheilspellend front bij: de lucht. Niet alleen de militaire junta, ook rebellen en terroristen storten zich op het nieuwe wapen. ‘Drones hebben de toekomst.’

Door Saskia Houttuin

Fotografie Guy Peterson

De surveillancedrone van de juntaleider is kapot. ‘Tegen een elektriciteitspaal gevlogen’, grinnikt Moussa Diarra, terwijl hij een geknakte arm van de quadcopter bestudeert. De propeller hangt er nog losjes aan, het witte plastic is rood uitgeslagen door de stoffige straten van Kati, een op een heuvel gevestigde garnizoensstad die uitkijkt over de Malinese hoofdstad Bamako.

Geen paniek. Diarra, ook wel ‘Monsieur Drone’, weet hoe hij de drone weer de lucht in krijgt. Hij heeft haar tenslotte zelf gebouwd.

De Malinese drone-expert Moussa Diarra in zijn werkplaats in Bamako, de hoofdstad van Mali.

Jarenlang maakte de ingenieur naam met landbouwdrones van eigen makelij, voor het monitoren van gewassen of het tellen van vee. Maar nu de oorlog in Mali ook steeds meer met drones wordt gevoerd, krijgt de militaire vraag de overhand. Ruim honderd exemplaren verkocht Diarra al aan het leger, dat na twee opeenvolgende staatsgrepen sinds 2021 wordt geleid door de junta van generaal Assimi Goïta.

De militairen grepen de macht uit onvrede over het falen van hun politieke voorgangers, die het niet lukte om de geweldsspiraal die sinds 2012 over het West-Afrikaanse land raast te doorbreken. Dat jaar kwamen decennia van broeiende onrust tot uitbarsting toen rebellerende Toeareg, een nomadenvolk waarvan een deel een onafhankelijke staat nastreeft, het woestijnrijke noorden veroverden. Doordat het leger – gedesillusioneerd vanwege het gebrek aan politieke steun – daarop de aftocht blies, ontstond een machtsvacuüm waar jihadistische terreurgroepen in sprongen.

Buitenlandse troepenmachten, oud-kolonisator Frankrijk voorop, schoten de Malinezen te hulp. Meer dan vijftig landen droegen bij aan de VN-vredesmacht Minusma, waaronder Nederland. Maar al gauw na hun dubbele coup zette Goïta’s regime een streep door deze missies, na verwijten over een gebrek aan ‘respect voor de soevereiniteit van Mali’ en een bemoeizuchtige houding als het ging om mensenrechten.

Zo kregen zij vrij baan voor een meer gewelddadige antiterreuraanpak, met in hun kielzog een nieuwe favoriete partner: Rusland, dat munitie en manschappen stuurde, waaronder een paar duizend huurlingen van de Wagner Groep – inmiddels vervangen door het Africa Corps, dat direct onder het Kremlin valt. Vrijwel dezelfde ontwikkeling vond plaats in buurlanden Burkina Faso en Niger, die inmiddels samen met Mali de Alliantie van de Sahelstaten (AES) vormen.

De oorlog in de Sahel wordt de komende jaren nóg gevaarlijker en dodelijker, zeggen deskundigen die de Volkskrant sprak. Zeker nu alle strijdende groepen drones in hun arsenaal hebben opgenomen, van het leger tot de bonte waaier van terreurgroepen en Toeareg-rebellen. Of het nou geavanceerde Turkse modellen zijn of zelf in elkaar geknutselde kamikazedrones: drones worden steeds vaker ingezet voor verkenning, voor spionage, en – tot grote vrees van miljoenen Malinezen – voor het aanrichten van bloedbaden.

Dit is nog maar het begin, knikt Diarra. Op zijn houten bureau liggen opengeschroefde drones omgeven door een wirwar aan veelkleurige elektriciteitskabels en doosjes gereedschap. Aan de muur hangen tientallen ingelijste oorkonden en foto’s met hoogwaardigheidsbekleders – de meesten van hen zijn gehuld in camouflagekleding.

Tot voor kort werkte Diarra nog in Bamako. Maar op den duur pendelde hij zo vaak naar Kati, dat hij besloot hier kantoor te houden, dicht bij de barakken van het Malinese leger. Zijn verkenningsdrones worden door militairen vooral ingezet voor patrouilles. ‘We sturen de drone twee kilometer vooruit’, zegt hij. ‘En we speuren naar verdachte kenmerken: kolonnes gewapende mannen op motoren, zwarte vlaggen.’

In de toekomst hoopt hij ook bewapende drones te kunnen maken. Hij gebaart naar een stapeltje papieren waarop diverse prototypen zijn getekend, waaronder een op een vliegtuig lijkend exemplaar, met een lange romp en vleugels waaraan raketten hangen. ‘Die kan het leger dan inzetten’, zegt Diarra. Nu gebruikt het Malinese leger daarvoor buitenlandse drones, zo’n twintig in totaal, van de Turkse fabrikant Baykar.

‘In zekere zin vervangen die de Franse gevechtsvliegtuigen die eerder in Mali waren gestationeerd’, zegt Ulf Laessing, hoofd Sahel van de Konrad Adenauer Stiftung, een aan de Duitse CDU-partij gelieerd wetenschappelijk bureau, in zijn kantoor in Bamako. ‘Turkije domineert de dronemarkt. Het is dus vrij logisch dat Turkse drones ook de Sahel hebben bereikt. Het Malinese leger kan die inzetten om een beter beeld te krijgen van wat er in de uitgestrekte gebieden van het land speelt.’

Ulf Laessing, hoofd Sahel van de Konrad Adenauer Stiftung, een Duitse denktank: 'Het gebruik van drones vergroot de kans op burgerslachtoffers. Mensen worden gedood met een joystick.'

Mali is ongeveer dertig keer zo groot als Nederland. Meer dan de helft van het land bestaat uit (half)woestijn, met onverharde wegen, die vaak het toneel zijn van hinderlagen. Het leger kiest daarom veelal voor luchtoperaties. Naast Turkse drones kocht Mali ook Russische vliegtuigen en helikopters. ‘Maar die komen nog uit de Sovjet-tijd’, zegt Laessing. ‘Er zijn al een stuk of vijf gecrasht. Drones hebben de toekomst.’

Volgens het Africa Defense Forum, een kwartaalblad van de Afrikadivisie van het Amerikaanse leger, beschikken inmiddels 31 legers in Afrika over drones. In zeker negen Afrikaanse landen gebruiken milities ze ook: van Boko Haram in Nigeria en de Rapid Support Forces in Soedan tot Al-Shabaab in Somalië. In al deze landen neemt het aantal burgerdoden door aanvallen toe.

‘Het gebruik van drones verhoogt nu eenmaal de kans op burgerslachtoffers’, zegt Laessing. ‘Mensen worden gedood met een joystick. Wat zien mensen als ze met een drone boven een pick-up vliegen waar een groepje mensen omheen staat? Zijn het soldaten? Zijn het terroristen? Of zijn het gewoon burgers?’

Voor de Sahellanden vormt het verloop van de Russische inval in Oekraïne een belangrijke inspiratiebron. Onder meer Jama’a Nusrat ul-Islam wa al-Muslimin (JNIM), een samenwerkingsverband van terreurgroepen die gelieerd zijn aan Al Qaida, heeft zijn strategie veranderd. Waar het drones eerder vooral gebruikte om het leger te bespioneren, worden ze nu steeds vaker ingezet bij aanvallen, stelt het Policy Center for the New South, een Marokkaanse denktank. ‘De technische drempel lijkt verdwenen. Commerciële drones worden zodanig aangepast dat ze nu kunnen worden ingezet voor meer gevaarlijke, dodelijke operaties.’

‘Terroristen gebruiken kamikazedrones om het leger of burgers te bestoken’, zegt ook drone-ontwerper Diarra. Hij steekt een kabeltje in een kleine drone en opent een softwareprogramma op zijn laptop. ‘Kijk, ze passen gewoon wat gegevens aan – de kracht van de propellers, de maximale vlieghoogte en dan bevestigen ze een explosief aan de onderkant.’ Door GPS-coördinaten in te voeren kan de exacte aanvalslocatie worden bepaald. ‘Iedereen kan dit.’

In het gunstigste geval blijft de zogeheten zwarte doos na een ontploffing intact. Als dat gebeurt, brengt het leger de droneresten vaak naar Diarra voor onderzoek. ‘Door de zwarte doos te analyseren, kan soms de locatie van de boosdoeners worden achterhaald’, zegt hij. Al weten ook de dronekenners onder de terroristen steeds beter hoe ze hun sporen moeten uitwissen. ‘Dit zijn mensen die net als ik technisch opgeleid zijn. Het is jammer dat ze hun expertise inzetten om kwaad te doen en aanslagen te plegen.’

Het Front de Libération de l’Azawad (FLA) ziet dat anders. Deze beweging van Toeareg, een berberstam, streeft al decennialang naar een eigen autonome staat: Azawad. Sinds twee jaar geleden een fragiel vredesakkoord op de klippen liep, zijn ze weer in oorlog met de militaire machthebbers in Bamako.

‘De echte terroristen, dat zijn de junta en hun Russische handlangers’, zegt FLA-woordvoerder Mohamed Elmaouloud Ramadane. ‘Ze vallen dorpen binnen en verwoesten onze huizen, klinieken en scholen. Ze hebben geen enkel respect voor het menselijk leven – het is echt de tactiek van de verschroeide aarde.’

Waar het Malinese leger zegt succesvol terroristen te ‘neutraliseren’, wijzen mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International op de aantallen burgers die bij militaire droneaanvallen omkomen. Zo zouden bij een dubbele aanval in 2024 zeker dertien mensen zijn gedood, onder wie zeven kinderen. ‘We hebben daarom de Turkse autoriteiten gevraagd om geen drones meer te verkopen aan de junta’, zegt Ramadane.

Sinds het verbreken van het vredesakkoord verblijven hij en andere FLA-prominenten in Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië, een buurland van Mali. In Bamako kunnen ze niet meer wonen, zegt Ramadane in zijn ontvangstruimte. Een lange bruinfluwelen bank siert de kamer, naar traditioneel Toeareg-gebruik wordt er gefermenteerde melk geserveerd.

Ramadane reist geregeld naar Mali. Hij gebruikt dan de poreuze grens in het noorden om het land binnen te komen. Ook de FLA bouwt zijn eigen drones. ‘Die kopen we op de zwarte markt’, zegt hij. ‘We hebben mensen die weten hoe je met explosieven kamikazedrones kunt maken.’

Op sociale media publiceert de FLA korrelige video’s van kamikazedrones die zij naar eigen zeggen op het Malinese leger en Russische huurlingen afsturen. Onder bombastische muziek zie je hoe de drone haar doel nadert: een militair konvooi, een zanderige compound, een groep mannen op een veldje. De filmpjes sluiten af met de ronkende slagzin: ‘The backlash against aggression’ – het antwoord op agressie.

‘Dit soort video’s zijn voor de FLA het propagandamiddel bij uitstek’, zegt Fahiraman Rodrigue Koné, die voor het Institute for Security Studies, een organisatie voor veiligheidsvraagstukken in Afrika, onderzoek doet naar dronegebruik in de Sahel. ‘De filmpjes worden op grote schaal gebruikt als toonbeeld van verzet. En ze laten zien dat het narratief van het leger lang niet altijd klopt.’

Dat blijkt ook nu de inwoners in de veilige bubbel van Bamako de gevolgen van de oorlog voelen. Sinds september vallen terroristen van JNIM tankwagens aan op cruciale toegangswegen rondom grenssteden, van Kayes in het westen tot Sikasso in het zuiden. Daardoor ligt de aanvoer van brandstof vanuit buurlanden nagenoeg stil, zegt onderzoeker Laessing. ‘Voor benzinestations in Mali staan kilometerslange rijen. Op straat is het buitengewoon rustig; mensen blijven thuis, scholen zijn gesloten. Winkels zijn nog open, maar voor hoelang?’

Laessing vermoedt dat JNIM met de blokkades het regime in Bamako op de knieën wil dwingen. ‘Ze willen dat mensen wanhopig worden en de straat opgaan’, zegt hij. ‘Ze hopen misschien zelfs het regime ten val te brengen en invloed te hebben op een nieuwe, meer islamistische regering. De meeste Malinezen willen dat niet. Maar als de brandstoftekorten aanhouden, zou de bevolking een machtsovername weleens kunnen accepteren.’

De druk op de regering neemt toe. Eerder dit jaar werden na straatprotesten alle politieke partijen in het land ontbonden. En nadat generaal Goïta afgelopen zomer had aangekondigd zijn mandaat als interim-president tot 2030 te willen verlengen, volgde een golf aan arrestaties: tientallen militairen werden opgepakt op verdenking van het beramen van een staatsgreep.

Om de dreiging van kamikazedrones te beperken, heeft de junta een verbod op de verkoop van civiele drones afgekondigd. Handhaven van het verbod blijkt lastig. Op markt in Bamako zijn ze nog altijd te koop: geïmporteerd uit China via websites zoals Alibaba, voor omgerekend minder dan 100 euro. Bij een speelgoedkraam ligt een exemplaar met Spidermanpatroon tussen de bordspellen en plastic-pijltjespistolen. De verkoper zegt dagelijks drones te verkopen.

Een civiele drone tussen het speelgoed op een markt in Bamako.

Famory Diarra (geen familie van dronemaker Moussa) werkt aan een drone: ‘made in Mali.’ Bij innovatielab The Thinking Club, waar hij eerder kluste aan een slimme muizenval, prijkt zijn trots op de werkbank: een zelfgemaakte kartonnen drone, in elkaar geknutseld met een beetje hulp van instructievideo’s op YouTube en dankzij wat kunstmatige intelligentie van AI-assistent Grok. ‘Ik zit nog in de testfase’, glimlacht Diarra. ‘Ze is al een paar keer gecrasht en dan begin ik gewoon weer van voren af aan.’

Famory Diarra (geen familie van Moussa) bouwt in een innovatielab in Bamako aan zijn eigen drones. Hij hoopt ooit leverancier van het leger te worden.

Ook hij hoopt uiteindelijk voor het leger te kunnen werken. ‘Dat zou me trots maken’, zegt Diarra. ‘We kunnen niet achterblijven, nu ook jihadisten hun eigen drones hebben.’

‘De angst voor kamikazedrones is verlammend’, zegt ‘Monsieur Drone’ Moussa Diarra. Door zijn drones te verbeteren, hoopt hij in de toekomst meer tegenstanders van het leger te kunnen opsporen. Zijn militaire model, dat hij verkoopt voor omgerekend 10 duizend euro, heeft daarom de naam ‘Guingui Massa’ – Koning der uilen in het Bamanankan, de meest gesproken taal in Mali. ‘Want een uil is altijd alert.’

Terroristen in Mali blokkeren aanvoer brandstof: ‘Duidelijke poging om regering ten val te brengen’

Aanvallen op brandstoftransport brengen de militaire junta in Mali steeds verder in het nauw. Terreurgroep JNIM snijdt cruciale wegen af naar de hoofdstad Bamako, waardoor brandstof steeds moeilijker verkrijgbaar is.

Hoe vang je een drone?

Alles wat zich afspeelt in de kosmos – ook op planeet aarde – wordt in deze podcast besproken door de wetenschapsredactie van de Volkskrant.

Dreiging uit de lucht: alles over de drone

In Denemarken, Duitsland en Polen doken de afgelopen maanden mysterieuze drones op. Vluchten worden stilgelegd, luchtruimen gesloten, maar niemand weet precies wie erachter zit.

Source: Volkskrant

Previous

Next