Het International Space Station (ISS) is vandaag 25 jaar permanent bemand. Het ruimtestation toont een bijzondere internationale samenwerking en is cruciaal voor het uitvoeren van experimenten. Maar het station nadert haar houdbaarheidsdatum en dat kan leiden tot stagnatie in de wetenschap.
ISS bestond in 1998 nog uit een Russische en een Amerikaanse capsule, maar groeide uit tot een internationaal ruimtestation ter grootte van een voetbalveld. Sinds 2000 is het station permanent bemand met vier tot zeven astronauten per missie. In totaal gaat het om zo'n 250 astronauten uit onder meer Europa, de Verenigde Staten, Rusland en Japan. Zij doen er allerlei experimenten.
ISS is daarmee "onmisbaar voor de wetenschap", stelt Arnaud van Kleef. Hij is Research & Development-ingenieur bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum. "Het leverde talloze wetenschappelijke ontdekkingen op."
Space Programma-manager Peter Batenburg somt er een aantal op. Zo heb je de robotarm om ruimtevaartschepen en astronauten door de ruimte te bewegen, die nu in ziekenhuizen wordt gebruikt om operaties uit te voeren op afstand. En er is een module tegen botontkalking. Dat kwam veel voor bij astronauten die lang in de ruimte verbleven, maar dankzij een speciaal ontwikkeld trainingsschema is dat enorm teruggedrongen. De module wordt nu ook in de ouderenzorg toegepast.
Ook de Nederlandse astronaut André Kuipers leverde in 2004 en 2012 meerdere bijdragen. "Tijdens mijn eerste vlucht deed ik bijvoorbeeld een onderzoek met plasmalampen. Dat kwam vanuit de TU Eindhoven, samen met Philips", vertelde hij in een interview met NU.nl. "Dankzij dat experiment werd een enorme energiebesparing met die lampen mogelijk."
Astronauten ontwikkelden ook een miniwaterzuiveringssysteem, zodat ze het water en hun urine in het ISS konden hergebruiken. "Dat verkleinde systeem is bijvoorbeeld in Afrika op de markt gebracht, zodat mensen daar water uit een vies meer kunnen drinken", zegt Batenburg.
In 25 jaar heeft het ISS dus flink wat aan de wetenschap bijgedragen. Volgens Van Kleef vormen veel onderzoeken een "springplank" voor toekomstige reizen naar de maan en Mars. Maar zo'n vijftien jaar geleden veranderde het beleid, zegt Batenburg. "Sindsdien kunnen er geen grote spaceshuttles meer worden heen- en teruggezonden naar de aarde voor onderhoud. Dat ligt nu bij de astronauten zelf."
Die hebben het daar dan ook druk mee. Batenburg schetst een dag van een astronaut aan boord van het ruimtestation: "Ze doen vooral onderzoek, maar ze moeten ook twee uur per dag sporten om fit te blijven. Daarnaast is onderhoud van het station onwijs belangrijk."
Het ISS nadert namelijk de houdbaarheidsdatum. In 2030 gaat het ruimtestation vermoedelijk met pensioen. "ISS zal dan gecontroleerd neerstorten", zegt Van Kleef. De hoofdstructuur, waar ook de zonnepanelen aan vastzitten, is volgens Batenburg niet meer te vervangen of te repareren. "Die gaat metaalmoeheid vertonen en dan ontstaan er scheurtjes. Doorgaan is dan heel risicovol."
Maar er is nog geen alternatief voor het ISS. Er zijn wel allerlei ideeën voor de bouw van commerciële ruimtevaartstations, zegt Batenburg. Dan kunnen bedrijven die huren als ze bijvoorbeeld een nieuw medicijn willen ontwikkelen. "Maar je kunt dan wel concurrerende stations krijgen, wat jammer zou zijn voor grote nieuwe ontdekkingen. Daarvoor is de ruimtevaart afhankelijk van meerdere landen die samenwerken."
Die samenwerking stipt Van Kleef ook aan. "Meerdere landen, waaronder de VS en Rusland, werken momenteel samen in verschillende onderzoeken op het ISS. Die landen lijken ondanks geopolitieke spanningen hun verplichtingen na te komen."
"Juist dat is de kern van het ISS", zegt Batenburg. "Ook sinds de oorlog in Oekraïne zijn partijen blijven samenwerken voor nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen." Volgens hem zou het dan ook kunnen dat het ruimtestation niet uit de ruimte wordt gehaald voor er een goed alternatief is. "Het zou kunnen dat het bestaan van ISS met enkele jaren wordt verlengd."
Maar voorlopig is dat alternatief er niet en loopt de houdbaarheid van het station langzaam af. Daarmee breekt een spannende tijd aan voor de ruimtevaart en de wetenschap, zegt Batenburg. De overgang van het ISS naar andere vormen van ruimtewetenschap zal volgens hem waarschijnlijk tot stagnatie leiden. "Het lijkt erop dat we op het punt van grote, internationale samenwerking een maximum hebben bereikt."
Het is nog onduidelijk of Nederland iets te zeggen krijgt in de toekomst van de ruimtevaart. Nederland is al lange tijd niet meer aanwezig in het ISS en investeert ook steeds minder in de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA). "De bijdrage is veel lager dan je van Nederland zou mogen verwachten", zegt Van Kleef. "Daardoor mogen we minder ruimtevaartprojecten doen en verliezen we mogelijk kennis."
De sector roept dan ook op te blijven investeren in de ruimtevaart. Dat is niet alleen belangrijk voor de wetenschap, stelt Batenburg. "Het staat symbool voor internationale samenwerking en dat is iets wat we tegenwoordig steeds minder doen."
Source: Nu.nl Tech