Nu veel chemiefabrieken in Nederland sluiten, is er vrees dat er de komende tijd nog meer klappen vallen. Want veel chemische bedrijven werken samen of zijn klanten van elkaar. "We hebben de laatste vertrekker nog niet gezien."
Met de sluiting van drie fabrieken in Limburg voegde chemiebedrijf Fibrant zich vorige week bij een groeiende groep industriebedrijven die hun deuren sluiten of Nederland de rug toekeren. Eerder besloten BP en Shell de bouw van nieuwe fabrieken stop te zetten. Daarnaast hebben bedrijven als Indorama, Vynova en Tronox, die bijvoorbeeld plastic of pvc maken, de deuren van Nederlandse fabrieken dichtgedaan.
Vaak hebben de bedrijven dezelfde uitleg. Ze kunnen niet langer opboksen tegen goedkope concurrenten uit China, onder meer door hoge energieprijzen. "Chinese bedrijven hebben verkoopprijzen die lager zijn dan de kostprijs in Europa", zegt directeur Manon Bloemer van de VNCI, belangenbehartiger van de chemische industrie.
"Bedrijven verdienen in Nederland niet genoeg geld en hebben niet het idee dat dit in de toekomst verandert. Dan ga je niet meer investeren, bijvoorbeeld in groot onderhoud. En dan moet je vroeg of laat sluiten", stelt Bloemer. "Ook Fibrant zag geen perspectief meer voor de fabrieken die nu gesloten worden."
De problemen zullen niet snel verdwijnen, denkt de VNCI. Bloem: "We hebben de laatste vertrekker nog niet gezien. Bedrijven in de sector zeggen al: 'Het is geen vijf voor twaalf, maar kwart over twaalf.' Dat is ook de boodschap die we meegeven aan een nieuw kabinet."
Bij Chemelot, het Limburgse industriepark waar Fibrant fabrieken sluit, voelen ze de pijn ook. "We willen de eerste zijn die volledig klimaatneutraal is", zegt Danielle Willems van Chemelot. "Maar dan moeten de randvoorwaarden goed zijn, bijvoorbeeld een gelijk speelveld. Zo zijn energieprijzen in Nederland hoger dan in België of Duitsland. Ook dreigt een CO2-heffing."
Bij het Limburgse chemiepark zijn bedrijven sterk met elkaar verbonden. Zo nemen ze producten van elkaar af en delen ze de kosten van bijvoorbeeld waterzuivering. Als een bedrijf wegvalt, heeft dat vaak ook gevolgen voor andere.
De Limburgse politiek heeft al aangegeven zich grote zorgen te maken over de sluitingen. De politiek wil een 'Project Mozart', naar voorbeeld van Project Beethoven.
Het demissionaire kabinet zette dat ondersteuningsproject eerder op om de chipsector te helpen. Daarbij investeert de overheid zo'n 2,5 miljard euro in bijvoorbeeld onderwijs, energie en infrastructuur. Voor de Limburgse chemiesector zou ook zo'n steunpakket moeten komen, vindt de regionale politiek.
In het Rotterdamse havengebied zijn veel industriële bedrijven ook met elkaar verbonden. "Sommige partijen in de haven kopen van de ene buurman en verkopen het aan de andere. Het is goedkoper grondstof te krijgen via een ondergrondse pijpleiding van de buurman dan het met een schip van ver te importeren", zegt Sjaak Poppe van havenbeheerder Port of Rotterdam.
Sommige bedrijven zitten juist dicht bij elkaar omdat ze veel met elkaar te maken hebben, voegt hij toe. Zo zit in de Botlek een groot cluster van chemiebedrijven die samenwerken.
Port of Rotterdam vreest dat door de sluitingen meer bedrijven hun biezen pakken. Poppe: "Veel bedrijven zijn actief in een wereldmarkt. Ze kijken naar welke fabriek het minste oplevert en daar schalen ze de productie af of sluiten ze. Ook zien we dat verduurzamingsplannen worden uitgesteld. Dat komt mede doordat de vraag achterblijft."
Als voorbeeld noemt Poppe duurzame vliegtuigbrandstof. Bij reguliere kerosine moet 2 procent van deze duurzame brandstof worden bijgemengd. Als dat percentage zou worden verhoogd, is het aantrekkelijk voor bedrijven om het te produceren. Nu besloot Shell juist een fabriek die dit soort brandstof maakt niet af te bouwen.
Daarbij speelt mogelijk ook mee dat Chinese bedrijven veel duurzame brandstof voor de luchtvaart maken en die verkopen op de Europese markt. "Daarmee worden we afhankelijker, wat we niet willen", legt Poppe uit.
Ook Bloem waarschuwt voor die afhankelijkheid. De VNCI-directeur wijst erop dat chemische basisproducten zijn verwerkt in vrijwel alle producten die we in het dagelijks leven gebruiken. Dan gaat het om basisstoffen voor bijvoorbeeld verf, medicijnen of nylon.
Bloem noemt Europa "kampioen regelgeven". "Europa houdt zich braaf aan de afspraken, maar anderen doen dat niet. Zo voldoen producten uit Azië niet aan dezelfde standaarden, maar zijn ze wel goedkoper. We zijn het onszelf niet makkelijk aan het maken."
Source: Nu.nl economisch