Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Een krachtige zuidwester jaagt stuifzand over de Vliehors, en Vincent vertelt over de nestelende kiekendief die hij aantrof, gevaarlijk dicht bij de vuurgeleidingstoren. Over de drieteenstrandlopers die schuin wegmarcheren voor zijn Unimog-terreinvrachtwagen, de slechtvalk, de invasie pimpelmezen. Een zeemeeuw trekt gulzig aan het lijkje van een jonge zeehond: ‘Ook dat is natuur.’
Tegelijk is dit een schiettent: roestende tanks en opengereten zeecontainers staan zielloos in het zand, prooi voor de 500-ponders en kogelregens van bulderende jachtvliegtuigen. Het lichtspoor van een gevechtshelikopter is ‘net vuurwerk’, zegt Vincent. ‘Mooi.’
Bommen op zwaar beschermd natuurgebied – bij elk bezoek aan Vlieland verbaas ik me over het bord bij het defensieterrein met de mededeling dat het prima samengaat. Daar lost de ene werkelijkheid op in de andere, alsof het gekrijs van een F-35 te vergelijken is met dat van een zeearend. Nu zonder natuurvergunning, die is vernietigd na een rechtszaak van de Waddenvereniging.
Defensie is zo aardig het ter plekke uit te leggen, in de persoon van commandant Roger (liever geen achternaam, ook dat tekent de toestand in de wereld), chauffeur-metaalbewerker-eilander-natuurman Vincent en luitenant Alana, communicatieadviseur. Mijn vermoeden was dat ze over de noodzaak van schietterreinen zouden beginnen, in deze tijd, maar ze beginnen over iets anders.
Spiegelend water staat op de lage delen van de met stuifduinen bezette zandplaat, die onder militairen ‘cornfield range’ wordt genoemd vanwege de kleur. Dertien vierkante kilometer oefenterrein voor Navo-landen, die het kunnen boeken zoals een bowlingbaan. Het ligt op de kruivende zee in een zacht en helder najaarslicht dat opvlamt als de zon verschijnt achter de stormwolken; de branding kleurt uitzinnig wit. Gevormd door onbegrijpelijke krachten, ‘uniek in Europa’, zegt Roger.
Rode vlaggen: verboden toegang, levensgevaarlijk voor mensen. Ook zonder natuurvergunning gaat het bombarderen door, dat is nu aan de Raad van State. Elke doordeweekse dag, in het broedseizoen alleen met blauwe oefenbommen zonder lading, achthonderd vliegbewegingen per jaar. ‘Veel minder dan vroeger’, zegt Roger – het schietterrein stamt uit 1948, de geschiedenis hangt aan de muren van de commandopost in schildjes en stukken neergestorte toestellen.
De helft van zijn werktijd gaat op aan ‘vergunningen en regelgeving’: elk nieuw wapen (drones mogen nog niet), elke nieuwe aanvliegroute moet door de bureaucratie. Er is kritiek op door defensie ingehuurde adviesbureaus die vinden dat natuur en bommen samengaan, en nu heeft buureiland Texel zoveel problemen met de geluidsoverlast dat de rechtszaken zich opstapelen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De commandant gaat er niet over (‘wij zijn uitvoerders’), maar vertelt dat bombarderen ook voordelig is voor de natuur. Bij de ‘range’ hoort een groot stuk luchtruim dat zich uitstrekt over zee en reikt tot 30.000 voet: tijdens oefeningen mag zich daar niets anders vertonen. ‘Onze aanwezigheid geeft ook een soort rust’, zegt Vincent, die eerder werkte bij Staatsbosbeheer. ‘Vogels hebben meer angst voor de slechtvalk dan voor een F-35’, en die kiekendief broedde onverstoorbaar door.
Ze vertellen over de Noordsvaarder, de westelijke uitloper van Terschelling waar al decennia niet meer geschoten mag worden. ‘Daar zijn veel vogels verdwenen door de drukte van de wandelaars.’ Op de Vliehors ruimen we alles op, zegt Roger; een aannemer zeeft de kogelpunten uit het zand. En hij vertelt over het bijhouden van stoffen die op het terrein terechtkomen; ook dat is aan een maximum gebonden. ‘De mensen denken dat wij doen wat we willen, maar elke kogel moet verantwoord. Uiteindelijk zijn het lozingsactiviteiten.’
En ik vertel over de verlaten schoonheid van Rottumerplaat, alleen toegankelijk bij grote gratie. Daar mag niets vliegen, dat ligt onder een koepel van natuurwetten. Terwijl hier bommen vallen.
Vincent stuurt zijn Unimog naar de vuurgeleidingstoren, een geel-met-zwart geblokt gebouw. Helmgras waait plat, pionierende duintjes liggen als eilanden in de lichtgevende watervlakte, plukken zeekraal houden stand. ‘Ik geniet er elke dag van, het is een kraamkamer’ – en hij vertelt hoe een klapmuts een jong wierp, hoe een kleine alk uit de ziedende branding tevoorschijn kwam. Over zeekoeten als pinguïns op het strand.
Maar mensen moeten ook leven, zegt hij, een eiland redt het niet met natuur alleen. ‘Je kan hard roepen: defensie moet weg. Maar het geeft ook maatschappelijke verankering.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns