Veel jongeren stemmen niet progressief, zoals vroeger. Sterker: in hun opvattingen staan ze zelfs dichtbij de oudste generatie. Hoe bepalen jongeren, van links tot rechts, hun politieke keuze?
Door Haro Kraak en Miluska van Rompu
Fotografie Shirin Abedi en Harry Cock
In de sociale wetenschappen werd al zó lang dezelfde trend geconstateerd dat er sprake leek van een natuurverschijnsel: met elke generatie worden jongeren progressiever. Maar opeens verscheen een knik in de grafieken. ‘Voor het eerst sinds we het bijhouden’, zegt Quita Muis, universitair docent sociologie in Tilburg, ‘worden jongeren conservatiever.’
Kijkend naar de data van de European Values Study, die sinds 1981 de opvattingen van Europeanen meet, stelt ze vast dat de jongste generatie het meest lijkt op de oudste generatie – de 95-plussers – wat betreft meningen over onder meer abortus, euthanasie en homoseksualiteit.
Die kentering vertaalde zich ook al electoraal. Bij de Scholierenverkiezingen in november 2023 waren de PVV (15,9 procent van de stemmen) en Forum voor Democratie (13,3 procent) de grootste partijen. En onder kiezers van 18 tot 35 jaar was de PVV nog groter dan bij de rest van de bevolking: als het aan hen had gelegen had de PVV niet 37 maar 41 zetels gehad.
Dit jaar zijn de twee grootste partijen onder scholieren PVV en D66, die bijna evenveel stemmen hebben, respectievelijk 20 procent en 19,5 procent. De uitslag werd dinsdagmiddag bekend.
Hoe komen jongeren tot hun opvattingen en stemkeuze? En hoe kan het dat de jongste generatie conservatiever wordt?
Dagmar
18 jaar, Emmen, 6 vwo
‘Waarschijnlijk wordt het PVV of JA21. Ik vind het vooral belangrijk dat er minder geld naar klimaatbeleid gaat, er meer woningen komen en de belastingen lager worden.
Het stemgedrag van jongeren wijkt doorgaans wat af van de rest van de bevolking, onder meer omdat jongeren minder loyaal zijn aan een partij. Muis: ‘Generaties voor hen zijn opgegroeid in verzuiling, waarbij het nest waarin je opgroeide bepalend was voor je stemkeuze. Dat geldt voor de jongste generatie niet meer.’
De stem van jongeren is daardoor grilliger. Bovendien gaat hun stem vaker naar de flanken. Bij de vorige verkiezingen was niet alleen de PVV groter onder jongeren, maar ook Denk en Partij voor de Dieren. De populariteit vanPVV-leider Geert Wilders bij de Scholierenverkiezingen wordt door politicologen doorgaans verklaard door zijn duidelijke boodschap. Jongeren zijn vatbaarder voor zwart-witdenken.
Een simpele, bite-sized boodschap doet het bovendien beter op sociale media, waar het overgrote deel van de jongeren het nieuws vandaan haalt. ‘We leven in een aandachtseconomie’, zegt Beer Prakken, die als filosoof de rol van humor in de politiek onderzoekt. ‘Een heldere boodschap met een sterke emotie blijft beter plakken.’
Keara
20 jaar, Eindhoven, studeert bouwkunde aan de TU Eindhoven
‘Ik heb bijna tentamens, dus ik ben nog niet veel met de verkiezingen bezig geweest. Maar ik denk dat het D66 of GroenLinks-PvdA wordt.
Kijk naar het TikTok-profiel van de jongerentak van FvD. Daar is een mengelmoes van grappige memes en polariserende video’s te vinden. Zoals een fragment over GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans die zegt dat diversiteit een verrijking is, waarna een compilatie volgt van migranten die vechten en plunderen. Of een filmpje van een meisje dat niest in de tram, waarna gezondheidswensen in het Arabisch klinken.
Fragmenten van video's die de jongerenafdeling van Forum voor Democratie op Instagram plaatst.
Bron Instagram
‘Humor draait om een overtreding van de norm’, zegt Prakken. ‘Rechts kan nu heel makkelijk ageren tegen ‘woke’ met grapjes over minderheden. Op links is dat moeilijker. Je ziet wel dat er een persoonsverheerlijking ontstaat van D66-leider Rob Jetten, maar het is de vraag of dat net zo effectief is.’ Bij rechts noemen ze dat: The left can’t meme.
Het verpakken van een radicaal-rechtse boodschap in ironie en humor kan ook leiden tot normalisering van extreem gedachtegoed, ziet Prakken. ‘Dat is een bewuste strategie om standpunten onschuldig te maken.’
Lars
18 jaar, Helmond, studeert voor tweedegraads docent maatschappijleer aan de Fontys Hogeschool
‘Sinds een paar jaar ben ik lid van het CDA en ik ben er inmiddels uit dat ik op ze ga stemmen. De VVD werd het toch al niet, door hun huidige politieke stijl.
Een mogelijk gevolg daarvan ziet UvA-politicoloog Linet Durmusoglu in haar onderzoek naar de politieke vorming van jongeren. ‘Als je jongeren vraagt om partijen op een schaal van links tot rechts zetten, zetten zij PVV en FvD dichter bij het midden dan hun ouders doen. Of dat door normalisering komt, weet ik niet zeker, maar het kan een verklaring zijn.’
Doorslaggevend voor de jongerenstem is hun plek op de sociaaleconomische ladder. De wooncrisis is volgens hen het belangrijkste thema van deze verkiezingen, blijkt uit peilingen, gevolgd door bestaanszekerheid en betaalbaarheid, pas later komen onderwerpen als klimaat en migratie aan bod.
Economische onzekerheid als drijvende kracht achter verschuivende opvattingen is ook te zien in recent onderzoek van Quita Muis. ‘In de landen waar de economische onzekerheid het grootst is, is er onder jongeren een sterkere autoritaire tendens te zien.’
Noa
19 jaar, Oosterhout, studeert bedrijfskunde aan de Avans Hogeschool Breda
‘Ik weet voor 95 procent zeker dat ik op Forum voor Democratie ga stemmen. JA21 heb ik ook overwogen, maar ik vind het verschrikkelijk wat er in Gaza gebeurt, en Thierry heeft zich daar als enige op rechts hard tegen uitgesproken.
In Nederland is die onzekerheid vooral te zien in de ongelijkheid op de huizenmarkt, zegt Muis. ‘Daar is een kloof te zien tussen jongeren die binnen en buiten de boot vallen.’
Kenmerkend voor Nederland is daarnaast hoe snel de ontzuiling en secularisering zich hebben voltrokken. ‘Die snelle veranderingen hebben ertoe geleid dat jongeren veel twijfels hebben over welke keuzes ze moeten maken in het leven. Dat vertaalt zich ook naar meer conservatisme.’
Grotere economische onzekerheid leidt tot minder geloof in democratische waarden, blijkt uit het onderzoek van Muis. ‘Bijvoorbeeld in hoeverre mensen een sterke leider willen die zich niet druk hoeft te maken over een parlement of verkiezingen.’
Bo
19 jaar, Vlissingen, studeert culturele antropologie aan de Radboud Universiteit
‘Wat je nu steeds hoort, ‘vol is vol’, vind ik echt onzin. Het woningtekort is een gevolg van beleid, niet van het aantal vluchtelingen.
Of er onder jongeren een groeiend autocratisch sentiment is, is een verhit vraagstuk waar veel onderzoek naar is gedaan. Recent onderzoek toont aan dat de democratische gezindheid onder de Nederlandse jeugd nog altijd groot is, hoewel de kennis over de democratie relatief gebrekkig is, vergeleken met landen om ons heen.
Maar er zijn ook verontrustende signalen. In 2022 noemde het Verwey-Jonker Instituut het zorgwekkend dat de ‘ontvankelijkheid voor illiberaal en antidemocratisch denken’ onder 18- tot 24-jarigen was gegroeid in de voorgaande jaren. Zo vinden jongeren ‘relatief vaak dat ten behoeve van een krachtig klimaatbeleid een regering zo nodig het parlement kan negeren’.
‘Steun voor democratie en voor autocratie kan bij jongeren naast elkaar bestaan’, zegt Muis. ‘Velen weten niet wat ze te verliezen hebben. Ze zeggen: we hebben een sterke leider nodig die knopen doorhakt om de klimaatcrisis of het huizentekort op te lossen. Maar ze zijn zich niet bewust van de gevolgen. Plat gezegd: de Tweede Wereldoorlog is al te ver weg om te zien welke gevaren autocratie met zich meebrengt.’
Kinderen voelen zich nauwelijks gehoord door de politiek, bleek maandag uit onderzoek van Unicef. Dat terwijl het Kinderrechtenverdrag inspraak voorschrijft. De Volkskrant vroeg aan haar jongerenpanel hoe dat beter kan.
Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen doen meer dan vierhonderd middelbare scholen en mbo’s mee met de Scholierenverkiezingen. Zo ook het Bouwens van der Boijecollege in Panningen. ‘De school is een mini-samenleving’, aldus de docent maatschappijleer. ‘Alle denkbeelden en conflicten komen hier samen.’
Zeker, de inhoud doet ertoe bij het bepalen van uw stem voor de verkiezingen woensdag. Maar er speelt veel meer mee. De psychologie van het stemmen in vijf hoofdstukken – zelfs de plek van het stemlokaal maakt (iets) uit.
Source: Volkskrant