Home

Ik wil het eens omdraaien: hoe verdelen we onveiligheid eerlijker?

Sinan Çankaya is schrijver en antropoloog.

Het politieke debat is kroegpraat geworden. Het voorlopige dieptepunt, de bodem is nog lang niet bereikt, was het SBS-debat. In de studio zaten heel ‘gewone’ mensen’. Ze zeiden heel ‘gewone’ dingen, zoals ‘ze pikken onze huizen in’. Een toeter schalde, Wilfred Genee bulderde het uit. ‘De islam hoort niet bij Nederland,’ schreeuwde Wilders, waarna luid applaus en gejoel losbarstte.

Een man, van beroep ‘bezorgde burger’, vroeg: ‘Hoe gaat u ervoor zorgen dat ik me weer thuis voel in mijn eigen stad?’

Henri Bontenbal reageerde bijzonder invoelend. ‘Zij’ moeten inderdaad integreren. Bontenbal is vast een beschaafd alternatief voor Wilders, kan ik me zo voorstellen, als je een bepaald lijf hebt, een bepaalde geschiedenis.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De meneer uit het publiek hervatte zijn relaas: ‘Ik voel me een vreemdeling in mijn eigen stad.’

Wat ik hem hoorde zeggen: witheid is niet langer de norm hier, en dus: hoe zorgt u ervoor dat de wereld weer om mij draait? Gevoelens van ontheemding – join the club, my brother – werden vertaald naar een aanspraak op de stad.

Zijn vervreemding neem ik serieus; ik wil mijn menselijkheid niet verliezen. Alleen wordt die politiek gemaakt. En steeds vaker belooft deze ongure politiek voordelen langs kleurlijnen, kortom, witte eigendomsrechten. Eigen volk, eigen kinderen eerst.

In plaats van overgave aan de zachtmoedigheid, aan het onvermijdelijke gegeven dat de wereld verandert, gebeurt het tegenovergestelde: witheid consolideert, het verhardt. Wat verloren dreigt te gaan, is de geruststelling dat sommige levens altijd meer tellen dan anderen en veilig mogen zijn.

Fascisme is een eerlijkere, meer waarachtige uitdrukking van het liberalisme, dat de wil om te bezitten en te overleven tot het uiterste doorvoert. Wij hebben recht op dit land, deze stad, deze woningen. En ‘dan hebben ze misschien iets meer honger in Afrika’, het zij zo. Hierachter schuilt een verlangen naar zuiverheid; het straatbeeld verandert tenslotte. ‘Vraag uw dochters maar wat ik bedoel’, zei CDU-baas Friedrich Merz.

Het zijn geen migranten die iets ‘afpakken’, dat is het systeem van bezit waarin we allemaal gevangen zitten. Centrumlinks en -rechts zijn er de architecten van. Zij bezuinigden meedogenloos op de zorg, en gaan dat opnieuw doen, waardoor ziekenhuisbedden verdwenen en wachtlijsten groeiden. Zij vervingen volkshuisvesting door de woningmarkt, met als gevolg torenhoge prijzen en belastingvoordelen voor bezit. Daar ligt de kiem van de ellende, al sinds de jaren negentig.

In crisistijd is het makkelijker om zondebokken te maken; men neme de geschiedenisboeken erbij. Onze boekhouders, van links tot rechts, bogen zich met gefronste wenkbrauwen over aantallen asielzoekers. Het is te veel, daarover zijn ze het roerend eens. Intussen werd nauwelijks debat gevoerd over de Navo-norm; blijkbaar is westers imperialisme geen politiek onderwerp. Die oorlog met Rusland moet en zal er komen. Oftewel, maakt het uit wie straks de grootste heeft of de enige met ballen is; het fallische verlangen van Dilan Yeşilgöz? Hebben we eigenlijk iets te kiezen?

Verkiezingen zouden een feest van de democratie zijn. Niet alle stemmen waren welkom bij dit besloten feestje, waaronder de inwoners van Aalten die vóór de komst van een azc pleitten. Natuurlijk zien Wilfred Genee en John de Mol zichzelf niet als figuren die het lonkende fascisme een podium bieden. Zo is de NOS vast overtuigd van haar journalistieke missie, gedreven door neutraliteit, wanneer ze kort voor de verkiezingen een groot artikel wijdt aan de ervaren ‘malaise’ in wijken. Toch wordt extremisme altijd mogelijk gemaakt door een grotere omgeving. Bijvoorbeeld door er een gezellig Hollands onderonsje van te maken.

Ik heb verdomd weinig Nederlanders van kleur gezien op de televisie of in de kranten. Waar is hun stem? Tellen hun zorgen niet? Zo stapelden de afgelopen weken de incidenten met anti-moslimracisme zich op, onder meer in Den Haag, waar een verdachte biddende moslima’s aanviel. Moskeebesturen luiden de noodklok: ‘Onze mensen zijn bang.’ Ik las dit nieuwsartikel en hoorde de echo’s van het applaus en het gejoel in de SBS-studio. Meer Nederlanders voelen zich onveilig. We zijn bezorgd over de afgrond waar dit land zich naartoe haast.

Ik meen het: join the club, brothers and sisters. Pas wanneer jullie je eigendomspapieren vernietigen, komen we in potentie allemaal thuis in onze steden. Niet via deze wapenwedloop van meer veiligheid, meer militarisering en dus meer geweld. Ik wil het omdraaien: hoe verdelen we onveiligheid eerlijker?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next