Home

Eerste pensioenfondsen over naar nieuw stelsel: gaan pensioenen omhoog?

De pensioenen van miljoenen Nederlanders gaan volgend jaar over naar het nieuwe stelsel. Andere werkenden en gepensioneerden volgen een jaar later. Wat betekent die overgang voor de hoogte van de pensioenen?

Na jarenlang steggelen werd medio 2023 eindelijk een nieuw pensioenstelsel ingevoerd. Een belangrijke verandering is dat je pensioen meer meebeweegt met economische ontwikkelingen, zoals aandelenkoersen. Ook weegt je eigen inleg zwaarder dan in het oude stelsel.

De fondsen hebben tot begin 2027 om over te gaan. Enkele grote fondsen, zoals metaalfonds PMT en bpfBOUW, doen dit begin 2026 al. Ook PFZW, het fonds voor zorgpersoneel, zet op 1 januari deze stap. En het heeft aangegeven dat er voor zijn deelnemers een leuke verhoging in zit. Ook bij andere fondsen die overstappen lijkt dat eraan te komen, bleek donderdag.

Dat heeft er zeker mee te maken, al is het wel een eenmalig voordeel. Fondsen hoeven in het nieuwe stelsel minder grote geldreserves aan te houden. Daardoor komt extra geld vrij om te verdelen over de pensioenpotjes van werkenden en gepensioneerden. Een andere reden is dat de betreffende fondsen er financieel goed voor staan. Die combinatie maakt de verhogingen van begin 2026 mogelijk.

Daarbij gaan de uitkeringen dit jaar niet zo sterk omhoog, doordat ze nog wel grotere reserves moeten aanhouden. Of de pensioenen bij deze fondsen, zoals het ambtenarenfonds ABP, begin volgend jaar omhooggaan, hangt vooral af van hoe ze er financieel voor staan.

Dit wordt gemeten aan de hand van de dekkingsgraad. Deze indicator kijkt naar hoeveel geld een fonds in kas heeft en zet dat af tegen toekomstige betalingsverplichtingen. Als er ruimte genoeg is, gaan de pensioenen mogelijk omhoog. Zo niet, dan blijven verhogingen waarschijnlijk uit.

Dat is maar de vraag. Er komt bij die fondsen dan weliswaar ook extra geld vrij door de verlaging van de reserves, maar als ze er eind volgend jaar financieel minder goed voorstaan, bijvoorbeeld door verlies op beleggingen, kan het zijn dat de pensioenuitkeringen op dat moment niet of nauwelijks worden aangepast.

Zo simpel is dat niet. De fondsen hebben vaak honderdduizenden of soms miljoenen deelnemers. Het is een gigantische klus om dat allemaal goed over te zetten. Verschillende pensioenfondsen hebben daarom hun moment van overstappen al moeten uitstellen. Dat moment vervroegen lijkt dan ook geen optie.

Dat kan, maar het levert niet gegarandeerd een hoger pensioen op. Naar verwachting zijn de uitkeringen hoger, maar een belangrijk verschil is dat de hoogte van de pensioenen directer meebeweegt met het rendement dat fondsen behalen met hun beleggingen. Dan gaat het niet alleen om aandelen, maar ook om investeringen in vastgoed, infrastructuur en andere zaken.

"In het nieuwe stelsel is de kans op een verhoging groter, maar op een verlaging ook", zegt Theo Nijman, pensioenspecialist bij Tilburg University. Vooral de kleinere buffers maken het risico op een verlaging groter volgens hem. Daar staat tegenover dat een goed beleggingsjaar sneller zorgt voor een verhoging.

Volgens sommigen wel. Zo was Tweede Kamerlid Agnes Joseph (BBB, voorheen NSC) kritisch op het nieuwe stelsel. Zij vond dat er te veel risico's waren en wilde daarom een referendum waarin pensioendeelnemers konden aangeven of ze mee over wilden of niet. Dat voorstel is eerder dit jaar met nipte meerderheid verworpen.

Anderen zijn juist positiever. Rabobank-econoom Leontine Treur wijst erop dat de fondsen minder buffers aanhouden, waardoor vooral jongeren de waarde van hun potje sneller omhoog en omlaag zien gaan. "Maar naarmate je ouder wordt, wordt er minder risicovol belegd."

Uiteindelijk hangt de hoogte van je pensioen vooral af van hoeveel je inlegt, stelt Treur. "Dus hoeveel leg jij zelf in, en hoeveel je werkgever? Dat wordt straks inzichtelijker en dat is belangrijk als je van baan verandert of meer of minder uren gaat werken."

Ook Nijman vindt dat het met de risico's in het nieuwe stelsel meevalt. "De fondsen beleggen voor jongeren wat risicovoller, omdat er tijd is om eventuele tegenvallers op een later moment op te vangen. Bij oudere werknemers en gepensioneerden wordt juist minder risicovol belegd."

Volgens hem worden de risico's in het nieuwe stelsel overschat. "Door de overgang is er een directere koppeling tussen beursrendementen en verhogingen of verlagingen. Maar in het oude stelsel waren de pensioenen ook niet gegarandeerd. Zo zijn bij veel fondsen de pensioenen lang op de nullijn gebleven en soms zelfs gekort."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next