Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Net terug uit de Alpen met een kilo boerenkaas als souvenir, tuimel ik in een Hollands verkiezingsdebat over landbouw en natuur. In de Alpen keken ze vreemd op van mijn verhaal dat Nederlandse koeien nauwelijks buiten komen, en sojakrachtvoer krijgen toegediend.
Alpenkoeien balanceren moeiteloos op de steilste berghellingen om kruiden, bloemen en grassen te grazen; van voorjaar tot herfst wonen de boeren er met hun dieren hoog op de almen. Nederlanders zien dat als onrendabele, romantische folklore, ze geloven in robotisering en technisch vernuft, maar in de Italiaanse vallei begrijpen ze weinig van de ‘precisielandbouw’ waar dieren, planten, grond en mensen van elkaar zijn losgemaakt. Het is ook nauwelijks uit te leggen, de smaak van fabriekskaas.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Twee jaar terug was ik hier ook en ik beleef een déjà vu. Evengoed had ik mijn oude notitieboekje kunnen gebruiken: sommigen zeggen letterlijk hetzelfde. Iedereen weet dat de problemen met landbouw en natuur moeten aangepakt, begint de voorzitter van de universiteit, Sjoukje Heimovaara, maar ‘we kruipen weg achter de dijken’. Wetenschapper Arnold van Vliet: ‘we vernietigen onze leefomgeving’.
Dit kabinet bleef nogal in gebreke: het stopte boeren en natuur in een rare Haagse hakselaar en bleef er maar naar kijken. Zowel boeren als natuur zijn de pineut. Inmiddels zijn ze ook geen onderwerp meer in de verkiezingscampagne, behalve dan even hier.
Twee jaar terug had de BBB Cor Pierik afgevaardigd voor het debat, nummer 6 op de lijst; eenmaal in de Tweede Kamer hield hij het snel voor gezien, ook al leverde zijn partij de bewindslieden voor landbouw en natuur. Vanavond staat nummer 11 aan de lat, Christine Govaert, onverkiesbaar, zoveel geeft de partij nog om de boeren. Daar beginnen ze liever over biddende moslims op straat, al zie je die net zo weinig als koeien in de wei.
Govaert verruilde de Amsterdamse horeca voor de akkerbouw in Westdorpe; ze zegt dat het best goed gaat met de natuur, dat er genoeg ‘plaatsingsruimte’ is voor stikstof, ‘boerennatuur is ook natuur’ en ‘grutto’s zijn weidevogels’. Het oude ontkenningsverhaal, de andere deelnemers kijken wat moedeloos. Uiteraard is de PVV afwezig.
In de Alpen werden de koeien feestelijk dieper het dal in geleid, de winter staat er op beginnen en het almengras is bijna op. Herbes zeggen de boeren daar, of erba, de kaas geurt ernaar. Die smaakt naar boter en honing, zei de boer in de winkel van de boerencoöperatie, die nog echt een coöperatie is, geen internationale exportmachine als Friesland Campina. 20 euro per kilo, ja, fabriekskaas is goedkoper. Maar die smaakt nergens naar.
Het verdrietige is: net als twee jaar geleden vinden bijna alle deelnemers aan het debat dat er nu echt iets moet gebeuren. Toch gebeurt er niks. Geen nieuws, dat is het nieuws. Het is een inhoudelijk en fatsoenlijk debat, maar welke kiezer loopt warm voor een potje pingpongen met woorden als zonering, gebiedsprocessen en doelsturing?
De vers verkiesbare CDA-kandidaat Jan Arie Koorevaar (nummer 15), melkveehouder, marketeer en dagvoorzitter, zegt dat het aantal koeien in Nederland echt niet naar beneden hoeft. Tot schrik van de oudgediende Kamerleden die al jarenlang proberen verandering los te wrikken, en dachten dat het CDA ook was bekeerd. ‘De ene makkelijke oplossing volgt weer op de andere’, zucht Laura Bromet (GroenLinks-PvdA).
Maar dan beginnen ze zomaar ineens over de Alpen! Wij Tweede Kamerleden, vertelt VVD’er Thom van Campen opgewekt, zijn samen op werkbezoek geweest bij een boer in Oostenrijk, die ondanks de steile berghellingen en het beperkte aantal koeien vooral ‘gelukkig’ was. Boeren krijgen daar geld om de natuur te beheren, dat is geen folklore maar rendabel. Daar horen landbouw en natuur nog bij elkaar. ‘Wij hebben niet die bergen’, zegt Van Campen, ‘maar wel de Veluwe, de Peel, de veenweidegebieden.’
Instemmend geknik.
Zo valt er voor dit zelfzekere, industriële landbouwland nog wat te leren van de Alpen, in plaats van andersom. Dat koeien hellingen beklimmen. Dat gras geen raaigras is. Dat leven met de dieren, de seizoenen en de planten gelukkig maakt. Dat echte kaas naar boter en honing smaakt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns