De geluiden uit de sloppenwijken van de Filipijnse havenstad Davao hoor je terug in de populaire technomuziekstijl budots. ‘De vingers aan mijn lippen? Dat staat voor lijmsnuiven. Vingers tegen mijn slaap? Een pistoolschot.’
Door Noël van Bemmel
Fotografie Hendra Eka
Tiew tiew – pap pap – dol dol!, zo klinkt de unieke dansmuziek uit de Filipijnse havenstad Davao. Op straat, in eethuisjes en in parken klinkt het aanstekelijke ritme van 140 beats per minuut, met tegendraadse bas, hoge fluittonen en nerveuze stadsgeluiden. Daar hoort een trage dans bij, op slippers en in korte broek, met bewegingen die zowel stoer als uitdagend zijn. De prikkelende technomuziek uit de sloppenwijken van Davao, budots genaamd, verspreidt zich dankzij YouTube naar de nachtclubs van Zuidoost-Azië en sinds kort ook naar Europa.
Aan de rand van Davao parkeert Jason Lordan zijn pastelblauwe busje met buitenmaatse speakers voor een fiesta (buurtfeest). De man die als hobby geluids- en lichtinstallaties in auto’s en driewielers monteert, klapt zijn achterdeuren open en verandert met één druk op de knop een donkere straat in een nachtclub met 130 decibel technomuziek en pulserende lampen. Tot groot genoegen van de bewoners, die zich heupwiegend verzamelen voor een avondje budots-techno: tienermeisjes in strakke topjes, vaders in hun blote bast, oma’s met een kleuter aan de hand.
‘Het begint met de voeten’, zegt de 13-jarige Mary Joy Baclaan, die de show steelt met haar energieke moves. ‘Ga laag, beweeg je knieën, wieg de heupen losjes naar achteren en tsja, dan heb je nog twee armen over.’ De jonge danseres vouwt een hand rond haar getuite lippen, wappert daarna met een hand voor haar oksel, steekt hoofdschuddend twee duimen omlaag of tikt met twee vingers tegen haar slaap. Soms dribbelt Baclaan verrassend snel naar voren of buigt ze krankzinnig ver achterover. Zó wordt er gedanst in Davao, door jongens en meisjes, door jong en oud. Een peuter, leunend tegen een bumper, illustreert dat je prima kunt twerken met een luier om.
Mary Joy Baclaan (rechts) danst met haar vriendinnen.
De ontstaansgeschiedenis van budots is bijzonder: eerst was er de dans, daarna de muziek. ‘Mijn neefje ging om met gangsters en ik maakte me zorgen om hem en zijn vrienden’, vertelt de 40-jarige Sherwin Calumpang Tuna, alias DJ Love, die naar eigen zeggen – en ook volgens veel anderen – de bedenker is van budots. In zijn beschimmelde kamer in het sloppenwijkje Camus Extension verhaalt Tuna hoe hij in 2009 een activiteit verzon voor de tienerjongens die rondhingen in zijn internetcafé.
Sherwin Calumpang Tuna, bekend als DJ Love, componeert nieuwe muziek in zijn huis.
‘Ik wilde voorkomen dat ze in clubs in contact zouden komen met geweld en drugs.’ Op YouTube verschenen de eerste filmpjes van zijn Camus Boys, die stoere poses aannemen – laag bij de grond, pistoolhand op de borst.
‘Als je hier woont, hoor je echt alles’, zegt DJ Love, wijzend op flinterdunne wanden en raamloze vensters. Terwijl een zwarte rat uit een kast klimt en over de tafel trippelt, demonstreert Tuna onverstoorbaar hoe hij geluiden uit zijn buurt op een oude computer monteerde: een boze stem uit een burenruzie, een politiesirene, mannen die meisjes nafluiten, blaffende honden, een knetterende uitlaat.
En dat op een beat die traag genoeg was voor de gangsterposes van zijn klanten. ‘Ik verdiende er niks mee, maar onze filmpjes werden steeds populairder.’ De coronapandemie veroorzaakte een stroomversnelling, en daarna belandde DJ Love op dance-evenementen in Londen, Singapore, Kuala Lumpur, Saigon en Jakarta. ‘Helaas nog niet in Nederland gedraaid.’
De Camus Boys kregen gezelschap van Camus Girls, zoals de 27-jarige Cristine Sayson, alias Lady Maria. ‘Ik word blij van budots’, zegt de danseres en blogger, die inmiddels een bescheiden maandvergoeding ontvangt via Facebook en YouTube. ‘Mijn leven is verbeterd.’
Lady Maria, budots-danseres en blogger, verdient geld via Facebook en YouTube.
Lady Maria legt de belangrijkste dansbewegingen uit, die doen vermoeden hoe hard het leven is aan de onderkant van Filipijnse samenleving. ‘Die vingers rond mijn lippen? Dat is lijmsnuiven. Vinger tegen de slaap? Een pistoolschot.’ Op de vraag waar de grens ligt tussen sexy en vulgair, antwoordt ze gedecideerd: ‘Het is maar dansen.’ Onder filmpjes van de Camus Girls staat vaak: Yes to dance – No to drugs.
Die tekst is volgens DJ Love toegevoegd uit angst voor voormalig burgemeester van Davao en oud-president van de Filipijnen Rodrigo Duterte. Die had zijn verkiezing in 2016 volgens waarnemers deels te danken aan enkele danspassen op budots-muziek die viraal gingen. Duterte wordt inmiddels vervolgd door het Internationaal Strafhof in Den Haag wegens misdaden tegen de menselijkheid.
‘De Camus Boys zijn beroemd!’, zei een enthousiaste Duterte volgens DJ Love voor een optreden in een stadspark. Om daar dreigend aan toe te voegen: ‘Maar als ik zie dat jullie drugs gebruiken, dood ik jullie allemaal. Te beginnen met jou.’
Op het buurtfeest aan de rand van Davao blokkeren zwetende dansers al uren de doorgaande weg. De menigte twerkende en kronkelende Filipijnen wijkt af en toe voor een passerende auto of driewieler waaruit ook steevast keiharde budots-muziek klinkt.
‘Zo vergeten we onze dagelijkse zorgen even’, zegt de 35-jarige Flory Mae Lordan, die is meegekomen met haar man. In ruil voor een maaltijd zet het echtpaar met plezier hun rijdende nachtclub neer voor een fiesta. ‘Budots is muziek van en voor de armen. Die dansen omdat ze stress hebben, die dansen om te overleven.’
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.
Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij bestrijkt voor de Volkskrant heel Zuid-Oost Azië.
Veel bewoners van de Filipijnse havenstad Davao adoreren oud-burgemeester en oud-president Rodrigo Duterte, die in een Haagse cel zit op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid. Onder zijn bewind werd de stad rijker en veiliger, erkennen zelfs zijn tegenstanders. Maar dat ging wel gepaard met veel repressie en dodelijk geweld.
Jongeren zijn gebaat bij sterke democratische instituties terwijl rijke landen juist bezuinigen op deze hulp.
In de Filipijnen raken jaarlijks 200 duizend tienermeisjes zwanger. Er is nauwelijks seksuele voorlichting thuis of op school. De katholieke kerk houdt dat tegen. ‘Hij wilde seks. Ik had eigenlijk geen idee wat hij bedoelde.’
Source: Volkskrant