schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Weinig verschillen zijn zo beladen met emoties als die tussen hoog- en laagopgeleid. Het gevoel als vmbo’er minachtend te zijn behandeld of het onrecht van een te ‘laag’ schooladvies blijven een leven lang knagen – en terecht. Tegenwoordig moet je zeggen praktisch en theoretisch geschoold. Die terminologie verheldert weinig, want is iemand met vmbo-t(heoretisch) praktisch geschoold en een hbo-bouwkundige theoretisch?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de praktijk, en in talkshows en verkiezingsprogramma’s, komt het neer op de tweedeling vmbo/mbo versus hbo/universiteit. Mbo’ers voelen zich vaak gediscrimineerd en weggezet als dom, in het studentenleven en op het werk. En in de Tweede Kamer. Daar zijn ze zwaar ondervertegenwoordigd. Ook bij de komende verkiezingen staan er slechts negen mbo’ers op een verkiesbare plaats: vijf bij de PVV, twee bij JA21 en twee bij BBB.
Bij de scholierenverkiezingen in 2023 werd de PVV de grootste onder mbo-studenten. Onlangs bleek uit een onderzoek van Verian en EenVandaag dat de PVV het vooral goed doet bij praktisch en middelbaar opgeleiden; als het aan hen lag, haalt de PVV straks respectievelijk 47 en 36 zetels. Theoretisch opgeleiden stemmen vaak GroenLinks/PvdA, CDA, D66 of Volt.
Vraagt een baan in het parlement een universitair of hbo-diploma? Niet per se. Wel intelligentie, taalvaardigheid en dossierkennis. Een Kamerlid moet goed kunnen lezen en spreken en snel een probleem doorgronden. Er zijn mbo’ers die dat kunnen en wo’ers die daarin falen. Mensen zitten niet in de Kamer om alleen het belang van de eigen groep te verdedigen, maar mbo’ers die de politiek in willen, moeten wél de kans krijgen. Zijn dat er veel en wie houdt ze tegen?
De vaststelling van socioloog en filosoof Jan Willem Duyvendak, dat de ‘kloven’ in onze samenleving niet groeien maar feitelijk kleiner worden, ook de opleidingskloof, is geruststellend en overtuigend. Er zijn evenmin data die erop wijzen dat theoretisch opgeleiden neerkijken op praktisch opgeleiden. Maar deze nuchtere feiten dempen de emoties over achterstelling niet: juist als steeds meer mensen hoogopgeleid zijn, doet het pijn als jij dat niet bent. Intussen gaapt er een financiële kloof. Niemand betwist dat het goed is als een chirurg opereert en iemand van de thuiszorg de wond verzorgt. Maar dat de eerste vier keer zo veel verdient als de tweede, is wél discutabel; die verzorgende zal nooit een huis kunnen kopen.
Als je mbo’ers evenredig vertegenwoordigd wilt zien, moet je ze beter toerusten op taken buiten hun vak. Niet zo gek: iedere student is óók lid van een gemeenschap, vriend, opvoeder, stemgerechtigde en burger. Voor dat maatschappelijke leven heeft iedereen vaardigheden nodig. Heel lang heeft in het mbo de gedachte overheerst dat je mensen die ‘met hun handen werken’ niet moet lastigvallen met taal en theorie. Dat is pas een denigrerend mensbeeld.
Dat de Onderwijsinspectie jaarlijks constateert dat de lees- en taalvaardigheid van mbo-studenten daalt, is treurig. In 2025 beheerst een derde van de mbo2-gediplomeerden de Nederlandse taal niet op niveau 2F, het minimum om mee te doen in de maatschappij Aan het eind van mbo-4 haalt 36 procent van de studenten het minimale niveau 3F in leesvaardigheid niet. Die mensen zijn tekortgedaan.
De beste manier om mensen eerlijker kansen te geven is ze allemaal goed te leren lezen, schrijven, rekenen en nadenken, welke opleiding ze ook doen. De gratis abonnementen van DPG-kranten voor studenten, een geweldig idee, komen goed van pas. Zo is er stof voor debatten en breidt broodnodige kennis over de politiek en de democratische rechtsstaat zich uit. In lessen Nederlands, economie en burgerschap. Eigenlijk in alle lessen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns