Het had de openingscene van de Netflix-serie Lupin kunnen zijn, maar fictie was het deze keer niet. Op klaarlichte dag, vol in het zicht beroven vier criminelen op geraffineerde wijze het Parijse Louvre.
Door Daan de Vries, Wieteke van Zeil en Eline Huisman
Wie de Fransen in de ziel wil raken, moet de kroonjuwelen roven, blijkt uit de reacties na de brutale juwelenroof uit het museum het Louvre in Parijs. Acht historische koninklijke juwelen werden daar zondagochtend geroofd uit de 17de-eeuwse Galerie van Apollo.
Die juwelen bevatten gezamenlijk 10.429 diamanten en nog vele kostbare andere edelstenen, maar daar zit ’m het verdriet niet in, zegt Paul Rem, hoofdconservator van de koninklijke collecties in Paleis het Loo. ‘Dit is een politieke roof. De kroonjuwelen zijn relikwieën van de Franse geschiedenis.’
Parure (juwelenset) met saffieren van koningin Marie-Amélie en koningin Hortense, 1800-1825. Uit deze set werden de tiara, de halsketting en één oorbel gestolen.
De historische betekenis van de kroonjuwelen is in Frankrijk niet hetzelfde als in andere landen. Ze staan voor de trots en grandeur van het land, omdat ze daarvoor werden gemaakt. ‘Napoleon bestendigde en legitimeerde zijn macht door juwelen te schenken aan zijn bruid Marie Louise, die voor de continuïteit van de Bonapartes zorgde’, legt Rem uit.
‘En andersom zie je dat een keizerin als Eugénie, een Spaanse die trouwde met Napoleon III, met haar juwelen teruggrijpt op de stijl van koningin Marie Antoinette, om zich de koninklijke grandeur van voor de Franse Revolutie aan te meten.’ Met oorhangers, tiara’s en broches in typisch Franse stijl ontworpen, vol diamanten, smaragden en parels. Een collier met acht enorme saffieren uit Sri Lanka is ook gedragen door Hortense de Beauharnais, die tussen 1806 en 1810 koningin van Holland was.
De juwelen werden zondag door dieven naar beneden getakeld, en gaan mogelijk voorgoed verloren, als ze puur vanwege de edelstenen worden gesloopt. Dan vergaat hun politieke, dynastieke én culturele waarde, want ze vormen ook de puik van de Franse kunstnijverheid. Een ‘krankzinnige roof’, zegt Rem, ‘ogenschijnlijk simpel, maar zeer geraffineerd en doeltreffend.’
Twee mannen op scooters en twee in een verhuiswagen met lift parkeren zondagochtend rond half tien op de François Mitterrandkade in Parijs, vlak onder het balkon van de Galerie van Apollo van het Louvre. Ondertussen stromen hemelsbreed nog geen tweehonderd meter verderop de eerste bezoekers via de glazen piramide ’s werelds grootste museum binnen.
Twee van hen stappen gemaskerd in de verhuislift, die hen naar het balkon van de eerste verdieping tilt. Door de onderste ruit van de balkondeur, dat ze met een slijpmachine openslijpen, klimmen de twee de immense museumzaal in.
De 17de-eeuwse Galerie van Apollo is op zichzelf een symbool van Franse machtsgeschiedenis. Gemaakt in opdracht van Lodewijk XIV in 1661, is het van vloer tot plafond gedecoreerd met goud, beeldhouwwerk en schilderingen. Een voorbeeld voor de beroemde Spiegelzaal in Versailles, die Lodewijk later door dezelfde vakmensen liet maken.
De galerij met gewelfd plafond is van grote symbolische waarde, omdat Lodewijk het wijdde aan de Griekse zonnegod Apollo, waarmee hij zich identificeerde. Daarmee profileerde hij zich voor het eerst als Zonnekoning van Frankrijk. De zon, hij dus, had macht over het totale universum.
In de Galerie van Apollo, waar al meer dan een eeuw Franse kroonjuwelen worden tentoongesteld, lijken de inbrekers precies te weten waar ze moeten zijn. Terwijl in het museum het alarm afgaat, breken de dieven met hun gereedschap razendsnel twee vitrinekasten open. Een van de inbrekers draagt een geel bouwvakkershesje, zo is te zien op een filmpje van de roof.
De toegesnelde suppoosten weten niet te voorkomen dat de daders negen juwelen meenemen. Volgens het Franse Openbaar Ministerie gebruikten de inbrekers hun slijpmachine om de bewakers op afstand te houden. Alle buitgemaakte stukken zijn vanaf de balkondeur gezien afkomstig uit de voorste twee vitrines. Eén vitrine verderop bevindt zich een van de pronkstukken van de galerij, de 140-karaats diamant Regent, die de inbrekers ongemoeid laten.
In de rest van het museum heerst verwarring. De ongeveer tweeduizend bezoekers die zondagochtend het eerste tijdslot hadden gereserveerd, krijgen van het museumpersoneel opdracht om direct terug te gaan naar de ingang. De evacuatie verloopt betrekkelijk rustig, de bezoekers hebben geen idee hebben wat er is gebeurd.
De rovers nemen de negen kunststukken onder de arm mee, eentje verliezen ze tijdens de vlucht. Dit zijn drie van de meest uitgesproken stukken, ze zijn van onschatbare waarde.
Musée du Louvre
Juwelen bewegen als ze gedragen worden, en deze borstcorsage is daarom ontworpen met flexibele kwastjes, zodat de 2.438 diamanten schitterend reflecteerden bij elke stap die keizerin Eugénie zette. De stijl is ‘puur Marie Antoinette’, met zo’n strik en franje, zegt conservator Paul Rem. ‘Ze hadden haar dertig keer kunnen onthoofden, uiteindelijk is zij de koningin die Frankrijk op de kaart heeft gezet.’ Reden voor keizerin Eugénie om een Marie Antoinette-revival te beginnen in mode en stijl, en daarvan is dit een uniek voorbeeld.
Niet alleen draagt Eugénie het stuk, ook Lady Lettice Grosvenor heeft het op haar huwelijk met William Lygon, 7e Graaf van Beauchamp in 1902, aan. Deze broche die aangekocht is door haar vader.
De strik van de broche was oorspronkelijk gemaakt als gesp voor een ceintuur. Keizerin Eugénie droeg de ceintuur bij ontvangst van de Britse koningin Victoria in Versailles in 1855. Nadat de Bonapartes in 1870 in ballingschap waren gevlucht, werden veel kroonjuwelen geveild. ‘De aantrekkingskracht was immens, veel ervan kwam terecht bij rijke Amerikaanse ‘Titanic’-families als de Astors en Guggenheims’, zegt Suzanne van Leeuwen, juwelenconservator in het Rijksmuseum. Zo kwam deze strik in bezit van Caroline Astor, een socialite uit de schatrijke handelsfamilie Astor. Zij droeg het naar gala’s en soirees in New York. Daarna kwam het in de collectie van een adellijke Britse familie, het werd in 2008 door het Louvre ‘terug’-gekocht.
Deze enorme tiara met 212 parels draagt keizerin Eugénie op het portret dat de Duitse Franz Xaver Winterhalter in 1853 van haar schilderde. Ze wijst daarbij bovendien naar de kroon die zondagochtend uit de buit van de dieven op straat viel en beschadigd raakte.
Wikipedia
De tiara kwam in 1890 in de verzameling van de Duitse prins Albert von Thurn und Taxis terecht. In 1986 werd het op een Marie Antoinette-themabal gedragen door miljardair en prinses Gloria von Thurn und Taxis, boven op een bos Dolly Partonachtige blonde krullen, gedecoreerd met een perzikroze roos. Het bal werd georganiseerd ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van haar man Johannes.
Waarom dit juweel een reliekbroche heet, weet niemand zeker. Het bevat geen houder waar een haarlok of nagel van een heilige in geplaatst kan worden. Wel zijn er 94 diamanten in de broche, vooral grote, waarvan twee uit een wereldberoemde collectie van de 17de-eeuwse kardinaal Jules Mazarin. ‘Misschien worden die twee grote Mazarindiamanten zelf als reliek beschouwd, en ontleent het sieraad daaraan zijn naam’, zegt conservator Van Leeuwen.
De broche werd gemaakt voor keizerin Eugénie. Het is een soort slingertje aan een rozet van acht diamanten, met daaraan een grote ‘strik’ met de twee enorme Mazarindiamanten, en hangend daaronder nog een grote driehoekige en een ovale diamant, waaraan ieder weer kleine diamanten hangen. Reliek of niet, keizerin Eugénie was diepgelovig en zal het als devotie-sieraad hebben gedragen. De reliekbroche was sinds 1887 in de collectie van het Louvre.
De tragiek is dat de kans dat de sieraden heel blijven heel klein is, zegt conservator Rem. De dieven kunnen deze unieke stukken immers niet zomaar doorverkopen. ‘Het is ze hoogstwaarschijnlijk om de edelstenen te doen, en die zullen eruit worden gesloopt. De gouden en zilveren monturen worden dan mogelijk omgesmolten.’ Veel van de edelstenen zijn voor experts herkenbaar, maar daar weten dieven raad mee. ‘Je hoeft maar één diamantslijper te vinden die bereid is ze om te slijpen, en ze kunnen onherkenbaar worden doorverkocht.’
Met hun buit ontvluchten de inbrekers de Galerie van Apollo door hetzelfde raampje waardoor ze enkele minuten eerder het Louvre in waren geklommen. In de haast laten ze hun negende buitgemaakte stuk, de kroon van keizerin Eugénie, vallen. Beneden staan hun compagnons klaar, op scooters.
In een poging hun sporen uit te wissen, proberen de inbrekers de verhuiswagen in brand te steken, dat mislukt. Het zware inbreekgereedschap blijft in de ongeschonden wagen achter, evenals handschoenen en een walkietalkie. Het viertal rijdt de François Mitterrandkade af en is sindsdien spoorloos. Een eindje verderop treft de politie het gele hesje aan dat een van de inbreker droeg.
Hoe konden de Franse kroonjuwelen zo ogenschijnlijk eenvoudig – op klaarlichte dag – uit het Louvre worden gestolen?
Saillant is een nog ongepubliceerd rapport van de Franse Rekenkamer (Cour des comptes) over de veiligheid van het museum, dat begin november zou worden gepresenteerd. Vanwege de diefstal kreeg de zender France Info alvast inzage.
Het Louvre heeft een ‘hardnekkige achterstand’ in het beschermen van zijn schatten, zo citeerde de zender maandag uit het rapport. In sommige vleugels ontbreken in meer dan de helft van de zalen veiligheidscamera’s – in de zogeheten Richelieu-vleugel is dat zelfs driekwart van de zalen.
Die kritische boodschap komt niet uit het niets. Het museumpersoneel had afgelopen zomer al publiekelijk gewaarschuwd dat de beveiliging in het Louvre tekortschoot. In juni gingen de deuren van het museum zelfs enkele uren dicht, vanwege een staking waarmee de werknemers die kwestie onder de aandacht brachten. De Rekenkamer haalt in het nieuwe rapport uit naar de museumdirectie, dat structureel te weinig aan die noden zou hebben gedaan, ondanks een jaarlijks budget van 323 miljoen euro.
Parure (juwelenset) met saffieren van koningin Marie-Amélie en koningin Hortense, 1800-1825. Uit deze set werden de tiara, de halsketting en één oorbel gestolen.
Musée du Louvre
‘We wisten dat we gevaar liepen’, zei Élise Muller, bewaker in het Louvre, zondag bij de Franse nieuwszender BFMTV. ‘Het geld wordt vooral gestoken in feesten en uitzonderlijke exposities. Wat logisch is, maar bij een gelijkblijvend of dalend budget gaat dat ten koste van de veiligheid en de beveiliging.’ Bewakers worden volgens Muller bovendien in de eerste plaats opgeleid om bezoekers in veiligheid te brengen. Mensenlevens gaan voor meesterwerken, simpel gezegd. Begrijpelijk, stelt ze, maar zo raakte het scenario van roof of andere kwaadwillendheid uit beeld.
Het Louvre bleef zondag en maandag gesloten, om het politieonderzoek zoveel mogelijk ruimte te bieden.
Tekst Eline Huisman, Daan de Vries, Wieteke van Zeil
Beeldredactie Véronique Smedts
Eindredactie Monique Wijnans
Productie Monique Wijnans, Xander van Uffelen
Vormgeving Michelle de Gruijl
Fotocredits AFP, Département des Objets d'art du Moyen Age, de la Renaissance et des temps modernes, Getty Images, NLBeeld, Reuters
In Parijs is het wereldberoemde Louvre zondag gesloten vanwege een overval. Bij de roof zijn juwelen buitgemaakt, bevestigt de Franse minister Laurent Nuñez van Binnenlandse Zaken.
Het beroemde Louvre-museum in Parijs heeft dringend een grondige opknapbeurt nodig. Een kolfje naar de hand van president Emmanuel Macron, die uit de renovatie politieke munt hoopt te slaan.
De diefstal van de gouden helm uit het Drents Museum is mogelijk uitgevoerd in opdracht van de Roemeense onderwereld. Dat bevestigt het lokale Openbaar Ministerie aan de nieuwssite G4media. Een Roemeense crimineel zou de buitgemaakte kunststukken als ruilmiddel willen gebruiken voor strafvermindering.
Source: Volkskrant