Home

De belangrijkste les die Chinezen trekken uit de Tweede Wereldoorlog? ‘Onze generatie moet kracht tonen’

Een film over het Bloedbad van Nanjing trekt tientallen miljoenen bezoekers in China. Tussen de decorstukken vergapen gezinnen zich aan het gruwelijkste hoofdstuk uit de Chinese geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. ‘Kom, vertel deze mevrouw eens wat je voelde na het zien van Dead to Rights. Je voelde je boos, toch?’

Door Julie Blussé

Fotografie Billy Kwok

Onder een asgrijze lucht loopt een jong koppel door in puin geschoten straten. Voorzichtig stappen ze over brokstukken, langs scheefhangende winkelpuien en met kogels doorzeefde muren. Een luchtalarm loeit, uit luidsprekers klinkt mitrailleurgeratel en angstwekkend geschreeuw.

Het decor waar ze doorheen lopen verbeeldt Nanjing tijdens de Japanse verovering in 1937. Wellicht geen voor de hand liggend weekenduitje voor een jong Shanghainees koppel, maar Ye Haotian (24) en zijn vriendin Lü Junchen (20) vonden het belangrijk om hierheen te komen. ‘Dit is een plek waar de geschiedenis heel volledig wordt getoond’, zegt Ye, een bedachtzame student.

Rechts Ye Haotian (24) en zijn vriendin Lü Junchen (20)

De twee bezoeken de filmset van Dead to Rights op het Film en Televisie Park in Shanghai, de grootste Chinese filmhit van het jaar. De film, die in China De Nanjing Fotostudio heet, trok sinds juli bijna 85 miljoen bezoekers en is de Chinese inzending voor de Oscar voor beste buitenlandse film.

Het verhaal speelt zich af tijdens het zogeheten Bloedbad van Nanjing, waarbij tienduizenden Chinezen omkwamen. In China wordt vastgehouden aan een dodental van 300 duizend, dat als onwrikbaar geloofsartikel geldt. Het bloedbad wordt gezien als het gruwelijkste hoofdstuk uit de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in China.

Met tentoonstellingen, televisiespecials en oorlogsfilms herdenkt China uitgebreid dat tachtig jaar geleden een einde kwam aan wat de Anti-Japanse Verzetsoorlog wordt genoemd. In die oorlog kwamen naar schatting 14- tot 20 miljoen Chinezen om, het hoogste dodental na dat in de Sovjet-Unie. Hoogtepunt van de herdenking vormde een militaire parade in september, met als eregasten de Russische president Vladimir Poetin en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un.

Dead to Rights toont uiteenlopende wandaden, maar is minder expliciet gewelddadig dan andere films uit het genre. De beruchte massaverkrachtingen blijven buiten beeld, in plaats daarvan is te zien hoe vrouwen na afloop daarvan verstard en wezenloos ronddwalen. Ook worden executies van grote groepen burgers verbeeld. Het meest huiveringwekkend is een scène waarin een Japanse soldaat een huilende baby uit de armen van de moeder grist en met grote kracht op de straatstenen doodgooit.

Op de filmset ontbreken zulke bloederige taferelen. Wel steken hier en daar de benen van een neplijk onder het puin uit. De meeste bezoekers zijn stellen en gezinnen, vaak met jonge kinderen. Sommigen wippen langs na een bezoek aan de rest van het park, met de sets van vrolijkere films, anderen zijn speciaal voor Dead to Rights gekomen.

Zo ook de moeder van een 6-jarige jongen, die uit opvoedkundige overwegingen met haar zoon de film bezocht. Ze roept hem bij zich: ‘Kom, vertel deze mevrouw eens wat je voelde na het zien van Dead to Rights? Je voelde je boos, toch? Je kan zeggen: ‘boos’ en ‘we mogen de nationale vernedering nooit vergeten’.’ De jongen, schuchter: ‘Ik voelde me verdrietig en trots. Trots omdat we de Japanners hebben verslagen. Verdrietig, omdat de Japanners zo veel mensen van ons hebben gedood.’

‘Het was eng’, vertelt een andere jongen, 7 jaar oud, met grote ogen. ‘Niet zo eng om te zien hoe ze heel véél mensen doodmaakten, wel eng om te zien hoe ze één persoon doodmaakten.’ Zijn moeder, verontschuldigend: ‘U ziet, zijn begrip is nog wat wankel.’

Dead to Rights is in grote lijnen een klassieke oorlogsfilm, die inzoomt op het lijden van burgers onder de Japanse bezetting. Maar in enkele scènes gaat het persoonlijke drama abrupt over in een patriottische boodschap.

Zoals een scène waarin een aantal mensen dat in de fotostudio schuilt, besluit om een groepsfoto te maken. In de studio worden achtergronddoeken ontrold van China’s meest beeldbepalende plekken: de Verboden Stad in Beijing, Suzhou’s grachten, de Chinese Muur. Terwijl de groep geëmotioneerd de decors in zich opneemt, declameert de hoofdpersoon plots vastberaden en strijdkrachtig: ‘Ons prachtige vaderland, we zullen geen duimbreed toegeven.’

Die frase ging viral op sociale media en ook in het gastenboek van het filmpark is die zin veelvuldig neergepend. Volgens bezoekers is de boodschap nog altijd actueel. Denk maar aan Taiwan, zeggen velen. ‘Dat is een overduidelijk voorbeeld van ‘geen duimbreed toegeven’, zegt student Ye. ‘We moeten Taiwan heroveren om de hereniging van het land te voltooien.’

Het gastenboek

Zijn vriendin, trots: ‘Hij diende in het leger, hè.’ Ye knikt. Hij was gestationeerd in de provincie Fujian, recht tegenover het democratische eiland dat door China als afvallige provincie wordt beschouwd.

‘Taiwan hoort onlosmakelijk bij China, het zal vroeg of laat terugkeren’, zegt ook Guo Jingling fel, een hippe muziekjuf met een Louis Vuitton-tas waaraan een een pluchen Labubu-beest bungelt. ‘Al zullen we geen geweld gebruiken.’ Haar 83-jarige vader, die zijn vrouw in een rolstoel voortduwt, vult aan: ‘Maar zo nodig, kunnen we dat wel.’

Guo Jingling met haar ouders, de 83-jarige vader Guo Zhaobi en zijn vrouw.

De dochter weer: ‘Hoewel het huidige China heel democratisch en vredig is, moeten we niet vergeten dat we vroeger veel vernedering hebben doorgemaakt. Daarom moeten we waakzaam blijven en onze verdediging versterken.’ Dat is de les die de meeste bezoekers trekken uit de oorlog. In vele variaties wordt de zin herhaald waarmee de film besluit: ‘Gedenk de geschiedenis, onze generatie moet kracht tonen.’

Niet dat in dit filmpark ook nog maar één persoon zich zorgen maakt over een eventuele oorlog. ‘China is erg sterk en staat niet meer toe dat andere landen ons aanvallen’, stelt een jongen in een Burberry-shirt wat bars, voordat hij zijn vriendin aan de arm wegleidt. ‘Geen enkel land vormt nu nog een bedreiging voor China.’

Het leven in Beijing is te vermoeiend, dus vluchten jonge Chinezen naar ‘Dalifornia’

Wie carrière in China wil maken, trekt naar een van de zogenoemde ‘eersterangssteden’: Beijing, Shanghai, Guangzhou of Shenzhen. Maar wie geluk boven geld stelt, kiest voor Dali – een bergstadje in de provincie Yunnan.

Examen doen in de natuur en geen cijfer: Chinese school onttrekt zich aan beruchte prestatiedruk

Voor Chinese kinderen vormt het onderwijs een twaalf jaar lange, stressvolle wedloop naar een allesbepalend examen. Zo niet op een alternatieve school in bergstadje Dali, waar het belangrijkste examen buiten in de natuur plaatsvindt.

In een bouwskelet in Dali zoekt Sishi naar een leven waarin hij niet wordt opgejaagd en kan ademen

Onafgemaakte gebouwen vormen in heel China een zichtbaar symbool van de vastgoedcrisis die het land teistert. Voor Chinese vrijbuiters vormt een zo’n zogeheten lanweilou (‘verrot gebouw’) juist een toevluchtsoord. ‘Ik zie mezelf niet als zwerver, de buitenwereld vast wel.’

Source: Volkskrant

Previous

Next