Home

Leven in de frontlinie van Soedan: proberen onzichtbaar te zijn

Dit verhaal heeft geluid

Nawals (28) ochtendritueel in de Soedanese stad El Fasher is afgestemd op de oorlog. 

Ze maakt haar ontbijt en leest wat, zonder acht te slaan op de doffe geweerschoten die op de achtergrond klinken. 

Zelfs de haan die buiten kraait, lijkt aan het oorlogsgeluid gewend.

Door Iva Venneman

Pas om 9 uur, als er even wat tijd zit tussen het eind van de artilleriebeschietingen en het begin van de bombardementen, kan Nawal vlug naar haar werk in het vluchtelingenkamp lopen. ‘En dan begint de cyclus weer’, appt ze. ‘De hele dag door.’

Nawals vader Ahmed (68) vertelde een paar dagen eerder over zijn week. ‘Vandaag gaat wel weer, maar gister ben ik beschoten’, zei hij aan de telefoon. ‘Nee, niet op straat.’ Gewoon thuis. Ahmed was na werk even op bed gaan liggen, toen zes kogels zich door het golfplaten dak van zijn huis boorden. Op de foto’s die hij stuurt, schijnt het zonlicht door de gaten. Hij bleef wonder boven wonder ongedeerd. Nawal vond twee kogels terug tussen de lakens, een daarvan schampte zijn heup.

Kogelgaten in het dak van hun huis.

Ahmed en Nawal leven zo al anderhalf jaar in de Soedanese stad El Fasher, de culturele hoofdstad van de regio Darfur. Ze zijn nergens veilig voor drones, gevechtsvliegtuigen en artilleriebeschietingen. Zelfs binnenshuis niet.

El Fasher is namelijk hét strategische front geworden in de oorlog die in april 2023 uitbrak in Soedan. De ene strijdende partij, de Rapid Support Forces (RSF), heeft bijna de hele regio Darfur veroverd. El Fasher is voor hen het laatste ontbrekende puzzelstuk. Het concurrerende leger, de Sudanese Armed Forces (SAF), probeert zijn laatste bolwerk juist koste wat het kost te behouden. Want als heel Darfur in handen van de RSF komt, kan Soedan in twee verschillende staten uiteenvallen.

De slag wordt uitgevochten terwijl 410 duizend inwoners vastzitten in de omsingelde stad. Daarover komen slechts snippers informatie naar buiten, omdat internationale hulporganisaties vanwege de onveiligheid niet meer in El Fasher werken en journalisten geen toestemming krijgen om erheen te gaan.

De Volkskrant kwam in juli in contact met Ahmed, die in El Fasher voor een lokale ngo werkt. Hij woont samen met zijn dochter Nawal, medewerker van een andere plaatselijke hulporganisatie. De rest van zijn gezin is gevlucht.

Vader en dochter proberen een onzichtbaar bestaan te leven. Want wie zich uitspreekt voor de SAF kan worden gerekruteerd voor hun leger. En sympathisanten van de RSF worden aangevallen door de SAF. Voor hun veiligheid zijn daarom hun namen gefingeerd en is herleidbare informatie weggelaten.

De gesprekken die de Volkskrant de afgelopen maanden met hen voerde, via WhatsApp en haperende telefoonlijnen, en de foto’s en video’s die ze op verzoek maakten, geven een uniek beeld van het dagelijks leven in deze belegerde stad.

Doorlopende gevechten

Today, as usual, the shelling starts.’ Veel van Ahmeds appjes beginnen zo. Van de late nacht, nog voordat de zon opkomt, tot middernacht klinken geweerschoten en drone-aanvallen rondom de stad. De nachtelijke gevechten zijn typisch voor oorlogen in Soedan, zegt Ahmed. Het wordt ma tanoum genoemd, ‘slaap niet’ in het Arabisch.

Ondanks de gevechten blijft Ahmed niet voortdurend thuis, in zijn relatief comfortabele, van baksteen gemaakte huis. Ook het gat naast zijn huis, een provisorische schuilkelder, blijft de meeste dagen leeg. ‘Het is geen doen om de hele dag als ratten onder de grond te zitten’, zegt hij. ‘Daar zitten we alleen als de bombardementen op hun ergst zijn.’

Hun provisorische schuilkelder.

Ahmed heeft een functie bij een lokale ngo, waarvoor hij veel vergadert. Zes dagen per week wandelt hij, bij gebrek aan brandstof voor zijn auto, naar zijn kantoor. Die tocht gaat door lege straten en is niet zonder gevaar. Als hij de deur uitstapt, kan hij worden geraakt door verdwaalde kogels, appt hij. ‘Soms moet je bukken vanwege een explosie achter je, of moet je naar de dichtstbijzijnde muur rennen omdat er een drone boven je hoofd vliegt.’ Eenmaal aangekomen op kantoor, trilt hij geregeld nog na.

Dat zijn dochter en hij nog naar hun werk gaan, heeft allereerst financiële redenen – wie wil overleven in een oorlog heeft geld nodig. Vader en dochter werken beiden met Soedanese vluchtelingen uit andere delen van het land.

Een stoffelijk overschot langs de kant van de weg, dat met een kruiwagen wordt weggehaald, omdat er nauwelijks brandstof voor auto's is.

In El Fasher zijn maar liefst 204 duizend vluchtelingen, de helft van alle mensen die er nog in de stad zijn. Dat komt mede door eerdere etnische conflicten, die ook tijdens deze oorlog nagalmen. Soedan is door zijn koloniale geschiedenis een land met vele, zowel Afrikaanse als Arabische groepen. In Darfur zijn drie Afrikaanse boerengemeenschappen in de meerderheid: de Fur, Masalit en Zaghawa. Ze werden al in de koloniale tijd achtergesteld ten opzichte van de kleinere Arabische nomadenstammen.

Ook Soedans oud-dictator Omar al-Bashir bevoordeelde Arabieren, bijvoorbeeld in tijden van waterschaarste. De Afrikaanse stammen kwamen daartegen in opstand in 2003. Bashir wordt ervan verdacht dat hij de Janjaweed (een Arabische militie uit Darfur) daarna betaalde om massamoord op hen te plegen. De leider van de Janjaweed werd afgelopen week door het Internationaal Strafhof (ICC) veroordeeld voor oorlogsmisdaden. Uit diezelfde Janjaweed zijn de RSF ontstaan. Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen waarschuwde onlangs dat de militie tijdens deze oorlog opnieuw systematisch genocidaal geweld lijkt te gebruiken.

Een kamp voor ontheemden in El Fasher.

Nawal ziet in haar werk mensen die bijna niets meer hebben. Ze leven in tenten gemaakt van lakens, die met takken overeind worden gehouden. De kinderen zijn veroordeeld tot bedelen, voor vrouwen is prostitutie een bron van inkomen. ‘Ik hielp gister een moeder met vier kinderen. Haar jongste zoon was gewond geraakt bij een drone-aanval. Wat begon als een kleine wond, was uitgegroeid tot een enorm gapend gat, omdat ze geen medicatie konden betalen. Ik regel dan dat ze bij een lokale kliniek terechtkunnen.’

Sommige vluchtelingen hebben hun tenten in oude loodsen neergezet.

De vluchtelingen lijken een direct doelwit van de RSF. Nawal stuurt meerdere foto’s van bominslagen in vluchtelingenkampen, vaak op plekken waar voedsel werd uitgedeeld. ‘De drone viel op de ingang’, schrijft ze bij een video van een voedseldistributiepunt met doorzeefde deuren. ‘Dat vernietigde de toegangspoort, en doodde een man.’

Steeds vaker vertrekken de vluchtelingen uit de kampen. Ze bouwen hun tenten kriskras door de stad, omdat ze zich daar veiliger wanen. Op een filmpje dat Nawal stuurt, loopt ze door een oude moskee waar vluchtelingen hun lakens hebben opgehangen tussen de betonnen muren. Terwijl Nawal haar ronde doet om te zien of iemand hulp nodig heeft, klinkt in de verte het geluid van de gevechten.

Honger als het tweede gevaar

Ahmed stuurt via WhatsApp het liefst foto’s van de okra’s of basilicumplanten in zijn groentetuin. Hij is altijd een man met groene vingers geweest, vertelt hij. De oorlog heeft van zijn hobby een bittere noodzaak gemaakt. Naast de drone-aanvallen is honger het grote gevaar in El Fasher.

Ahmed en Nawal kunnen zichzelf nog aardig bedruipen, dankzij hun moestuin en de kippen en geiten die rondscharrelen op hun ommuurde terrein. Toch heeft zelfs Ahmed weleens in de rij gestaan bij de molenaar, waar mensen hun dierenvoer laten vermalen tot poeder waarmee ze sauzen maken. Op een video die hij daarvan stuurt, pakt de man stapels bankbiljetten aan.

Vader en dochter hebben ook zeep en olie nodig, producten die ze zelf niet kunnen maken. Om dat te kopen, moeten ze naast hun salaris dat op hun bankrekening wordt gestort, ergens contant geld vandaan halen, zegt Ahmed. ‘Want als je via je mobiele telefoon geld overmaakt, betaal je 50 procent meer.’

Contant geld is bijna niet te krijgen in El Fasher, behalve als je zelf in een koopman verandert. Ahmed liet daarom, met pijn in zijn hart, zijn geliefde christusboom omzagen, om het gedroogde hout als brandstof te verkopen. Hij stuurt een oude foto. ‘Deze boom was een bron van fruit voor de buren en de schoolkinderen, voor en tijdens het conflict.’

De christusboom op een oude foto. En het hout van een andere boom dat ze verkopen.

Om voldoende te kunnen eten, leggen steeds meer mensen in El Fasher groentetuinen aan, iets wat ongebruikelijk is in de stad, appt Ahmed. Vluchtelingen, die geen eigen tuin hebben, zoeken daarvoor stukjes lege grond. Ze moeten wel, want hulporganisaties zoals het Rode Kruis delen niet langer voedsel uit in de stad. Ze krijgen geen toestemming meer van de strijdende partijen. En het is bovendien te gevaarlijk voor hun personeel, omdat de RSF het op vluchtelingen heeft voorzien.

Het enige voedsel dat nog de stad binnenkomt, is gesmokkeld. Dat wordt voor het tienvoudige van de oorspronkelijke prijs verkocht. Ahmed kan het amper betalen, terwijl hij een goed betaalde baan heeft. ‘Als we onze groentetuin niet hadden’, zegt Nawal, de kok van de twee, ‘dan was het een ramp geweest.’

De vluchtelingen die Nawal dagelijks ziet, zijn veel meer kilo’s kwijtgeraakt dan zij. ‘Het zijn eigenlijk alleen nog botten met vel eromheen.’ Om hen te helpen, kopen lokale Soedanese hulporganisaties met geld uit de diaspora het eten van de smokkelaars. Het uitdelen gaat vervolgens in het geheim. Want zodra groepen zich bij gaarkeukens of uitdeelpunten verzamelen, vallen de RSF aan met drones. De SAF gebruikt dezelfde tactiek in door de RSF bestuurde gebieden.

Vluchten of blijven?

Ahmed is een man die goed nadenkt voor hij iets zegt of schrijft. Hij benadrukt in zijn appjes vaak dat hij ‘gelukkig’ door de jaren heen gewend is geraakt aan oorlogen. Maar vanaf eind augustus verandert er iets in zijn toon. Steeds vaker stuurt hij opnames van drone-aanvallen of berichten over nieuwe doden.

Zo stuurt hij op 20 september een filmpje van een moskee waar levenloze lichamen tussen de brokstukken liggen. ‘Het laatste nieuws, een aanvalsdrone heeft een moskee geraakt waarbij 68 mensen zijn gedood en 13 gewond zijn geraakt.’

In de dagen erna stapelen de berichten over drone-aanvallen zich op; in zijn buurt, bij de universiteit en vlak bij zijn kantoor. ‘Het is zwaar dezer dagen’, schrijft Ahmed. Nawal is directer. Hoe de afgelopen dagen waren? ‘Het was verschrikkelijk’, schrijft ze begin oktober. ‘De gevechten zijn geïntensiveerd.’

Steeds vaker dringt zich daarom de vraag op of vader en dochter niet moeten vluchten, net als duizenden anderen al deden. Het is een duivels dilemma, mede vanwege het gevaar onderweg. Bij het dichtstbijzijnde toevluchtsoord Tawila, waar internationale hulporganisaties zich hebben verzameld, arriveren geregeld verkrachte vrouwen en gemartelde mannen.

Vertrekken betekent voor vader en dochter ook: alles wat ze kennen achterlaten, en zelf veranderen in een vluchteling. Ahmed twijfelt daarom nog. Hij wil in ieder geval de projecten waaraan hij werkt hebben afgerond en iemand hebben gevonden die zolang op hun huis past, voordat hij over zijn volgende stap beslist.

Vooral Nawal lijkt haar grens te hebben bereikt. ‘Ik ken de kosten, ik weet dat ik verkracht kan worden’, zegt ze eind september in een telefoongesprek. ‘Maar ik wil verder met mijn leven. Ik wil studeren. Ik wil mijn broers en zussen zien. En ik kan onze gemeenschap ook niet meer geven dan ik heb gedaan. Het is genoeg zo.’

De oorlog in Soedan door de ogen van een Nederlandse arts

Nergens ter wereld is de humanitaire nood volgens de VN zo hoog als in het door oorlog verscheurde Soedan. In een van de weinige nog werkende ziekenhuizen in Zuid-Darfur ziet de Nederlandse arts Fleur Smit wat de gevolgen zijn van deze ‘onzichtbare oorlog’. Voor de Volkskrant houdt ze een dagboek bij.

Veroordeling Al-Rahman voor oorlogsmisdaden in Darfur is een lichtpuntje voor bedreigd Strafhof

Het Internationaal Strafhof worstelt met interne én externe problemen, zoals mogelijke Amerikaanse sancties. Aan gastland Nederland de taak om zich in te spannen voor tegenmaatregelen.

Gedeporteerd naar een ander land: VS slepen migranten de hele wereld over

In de strijd tegen wat Donald Trump ‘illegalen’ noemt, lijkt in de Verenigde Staten alles geoorloofd, zelfs het uitzetten van mensen naar landen waar ze nog nooit zijn geweest. Pas bij de landing hoorde Phone Chomsavanh uit Laos dat hij was gedeporteerd naar Eswatini, in Afrika.

Source: Volkskrant

Previous

Next