is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Volt weigerde vorige week een klimaatdebat met FvD. Begrijpelijk wat mij betreft, maar het leidde tot voorspelbaar onbegrip. Binnenhofveteraan Frits Wester, met wie ik erover sprak bij RTL Tonight, verwoordde het dominante sentiment bij de Nederlandse politici en media als volgt: ‘Als je niet in debat wil met Forum, dan zeg je eigenlijk dat je niet in debat wil met de mensen die daarop willen stemmen. Blijf met elkaar in gesprek!’
Maar een gesprek met mensen die ontkennen dat de huidige klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt ís geen gesprek. Het is dus ook niet Volt dat een debat weigert, maar FvD, omdat het zich niet aan de basisregels voor een normaal debat wil houden. ‘Het gesprek aangaan’ klinkt redelijk, maar als je tijdens dat gesprek alleen maar leugens moet weerleggen, heb je niks te winnen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Los van het feit dat zo’n debat leugens normaliseert en geen enkele kiezer van mening zal doen veranderen, is het belangrijk om stil te staan bij de fundamentele denkfout van Wester en co. Namelijk dat extreemrechtse politici iets of iemand vertegenwoordigen, terwijl ze dat evident niet doen. Er is immers niemand die geboren wordt als klimaatontkenner of op basis van zijn eigen waarneming of ervaring op het idee komt om door mensen veroorzaakte klimaatverandering te ontkennen. Iedereen die beweert dat klimaatverandering niet bestaat, is dat volledig aangepraat.
Waar volksvertegenwoordiging bottom-up werkt, werkt extreemrechtse influencing top-down. In het eerste geval is er sprake van een duidelijk belang bij een groep mensen, waarvoor een politicus wordt gevonden die dat belang moet verdedigen. In het tweede geval is het juist de politicus die (online) op zoek gaat naar mensen die hij zijn leugens op de mouw kan spelden.
Dat begint meestal met halve waarheden over immigratie, waarna de leugens in aantal en grofheid toenemen, tot de rite de passage eindigt in het volwaardige lidmaatschap van de extreemrechtse cult; reden waarom er geen klimaatontkenner is die niet óók xenofoob is. Vervolgens probeert de politieke ondernemer zijn achterban te gelde te maken door die – tegen het eigen belang – in te laten stemmen met lagere belastingen voor de superrijken bijvoorbeeld of, in het geval van FvD, door ze maaltijdboxen te verkopen.
Dat de aanhang van Wilders verhardt, en dus geen rationele conclusies trekt uit zijn evidente onkunde en pariastatus, bewijst dat extreemrechtse kiezers op macroniveau niet meer te overtuigen zijn met de waarheid. Dat het gros van de journalisten en politici beweert van wel, is daarmee niet langer naïef maar nalatig.
Dat gezegd hebbende is het belangrijk om onderscheid te maken tussen predikers en discipelen. Tussen macro en micro. Met de predikers moet je geen debat aangaan, maar met de discipelen moeten we het blijven proberen. Van extreemrechtse politici, vrijwel altijd hoogopgeleid, kun je hun kwaadaardigheid aannemen: zij liegen bewust en strategisch. Van hun discipelen kun je die niet aannemen; velen van hen zijn hoogstens onwetend of, via hun telefoon, onwetend gemaakt.
Rob Jetten gaf onlangs het goede voorbeeld door bij Eva Jinek in gesprek te gaan met een jonge woningzoekende die had meegedaan aan de extreemrechtse protesten in Den Haag. Een D66-stemmer wist Jetten niet van hem te maken, maar hij kon wel ‘eeuwig respect’ van de jongeman in zijn zak steken. Het terugwinnen van mensen uit de extreemrechtse cult zal jaren, misschien wel generaties duren; zo snel als je in de fabeltjesfuik verstrikt raakt, zo langzaam kom je eruit. Maar daar komen we niet eens aan toe wanneer we leugens blijven normaliseren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.