is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Kijk ze staan, de oude mannen van tegen de 70 of ver daarboven, die alles uit het leven persen. Uit hun leven met de bal met name. Zie ze dansen, aan de buitenkant van de feestende kring in Willemstad – nou ja, ze bewegen – met de spelers van Curaçao. Gewonnen van Jamaica, weer een stap op weg naar het decennialang onhaalbaar geachte WK voetbal.
Bondscoach Dick Advocaat (78) zei onlangs dat hij en zijn staf nog nooit zoiets hadden meegemaakt, qua vrolijkheid, dansen in de bus, gebed en muziek, al werd zijn muziek al snel vervangen door die van de spelers. Dat is ook het mooie van voetballen tussen landen. Clubvoetbal is beter van kwaliteit, want met landen zien we veel matige wedstrijden na lange reizen, of tussendoortjes op slechte velden, maar ze geven een andere vorm van vreugde.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bij Curaçao heerst vreugde, bij het eveneens nog kansrijke Suriname met bondscoach Stanley Menzo voorlopig ingetogenheid. Beide zijn teams met veel spelers die een deel van hun opleiding genoten in Nederland, tweede of derde garnituur uit de Eredivisie soms. Zoals het Nederlands elftal weer een smeltkroes is van de veelkleurigheid van de wereld.
Bondscoach Ronald Koeman geeft op een vrijdag uitleg op een veld in Zeist. Zo klein als hij opeens is, tussen Denzel Dumfries en Cody Gakpo, met hun trotse hoofden en gestaalde dijen die net in hun stretchy trainingsbroek passen. Nederland is een van de grote landen in het opleiden van voetballers. Sommigen komen uit voor het al voor het WK geplaatste Marokko, of voor Kaapverdië, dat zich maandag misschien kwalificeert, thuis tegen Eswatini.
Indonesië redde het niet met een elftal van vooral degelijke spelers uit de Eredivisie en omstreken. Bondscoach Patrick Kluivert beukte van boosheid met de rechterhand drie keer op zijn leren stoel, na de uitschakeling tegen Irak, en assistent Alex Pastoor keek alsof hij de catechismus vergeten was.
De cynicus zal zeggen: wat een onzin, die uitbreiding van het WK van 32 naar 48 landen, zodat bijna een kwart van de wereld meedoet. De cynicus heeft in zekere zin gelijk, maar hij heeft met zijn houding ook een zwaarder leven. De positieve blik is dat de opzet kansen biedt aan landen die anders nooit zouden meedoen.
Kijk naar die jongens van Curaçao en Suriname, naar dat geloof in hun ogen, hun verhalen over een droom, over blijdschap en volle, zingende en klappende stadions in Willemstad en Paramaribo. Het zegt tevens iets over de veelkleurige en rijk geschakeerde Nederlandse samenleving, die we beter kunnen koesteren dan telkens de nadruk te leggen op een paar uitwassen. En dan mogen straks talloze voetballers van alle naties naar de eindronde in de wereldmacht die zijn faam dankt aan de term ‘land van de onbegrensde mogelijkheden’, de Verenigde Staten, de grootste van de drie organiserende landen.
‘We zijn oud, maar zo gedragen we ons niet’, zei Advocaat onlangs, kort voor vertrek voor weer zo’n reis. Als het meezit, staat hij straks weer als trainer op het WK, meer dan dertig jaar na het WK met Oranje, eveneens in de Verenigde Staten. Voor wie het is weggelegd, is het een mooi streven; alles uit het leven persen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns