Home

De berichten van vrienden en familie uit Gaza over een wapenstilstand stromen binnen – maar is het echt voorbij?

Rita Baroud vluchtte uit Gaza. In Amsterdam bereiken berichten van vrienden en familie over een wapenstilstand haar. Ze zijn vol ongeloof en twijfel.

Een Palestijnse man loopt langs verwoeste gebouwen in Gaza-Stad. Honderdduizenden Palestijnen keren terug naar de stad sinds het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas.

Voor zonsopgang, op donderdag, was ik half in slaap, half bang.

De telefoon trilde op het houten tafeltje naast het bed. Het licht van het scherm sneed door het duister. Het was geen melding van een krant of een e-mail van het werk, maar een naam die ik kende uit een andere tijd — een vriendin uit Gaza, wier stem ik al dagen niet meer had gehoord.

Rita Baroud is een freelancejournalist uit Gaza-Stad. Momenteel verblijft ze in Amsterdam.

In Nederland was het 4.00 uur; in Gaza 5.00 — het uur waarin de oproep tot gebed zich vermengt met het geluid van vliegtuigen, of met de plotselinge stilte na een bombardement.Ik nam op voordat mijn ogen helemaal open waren.„Rita, er is een wapenstilstand!”Haar stem klonk gehaast, alsof ze rende. „Ze zeggen dat het net begonnen is… mensen gaan de straat op om te kijken.”Ik wist niet wat ik moest zeggen. Het woord zelf — hudna — voelde zwaar en vreemd, als een pil die in de keel blijft steken. Ik kon geen woord uitbrengen.

Ze zei: „We geloven het niet… misschien is het over een paar uur alweer voorbij.”Toen viel de verbinding weg. Alsof zelfs het netwerk het nog niet kon geloven.

Ik stapte uit bed, trok mijn wollen trui aan en opende het raam. De regen viel zacht op de bomen, en de geur van de aarde in Amsterdam was niet die van Gaza’s grond, maar veroorzaakte dezelfde trilling in mijn binnenste — dat wat komt na elk bombardement: de stilte die aan het leven voorafgaat, of het alleen maar nabootst.Ik ging bij het raam zitten, keek hoe het grijze licht door de wolken gleed, en dacht: hoe ziet de ochtend er daar nu uit? Zijn mensen echt naar buiten gegaan? Hangt het stof van ingestorte huizen nog in de lucht? Proberen de kinderen hun stemmen weer?

Tegen zessen begonnen de telefoontjes binnen te stromen.Een neef uit Deir al-Balah: „Er is een wapenstilstand… maar niemand voelt zich veilig.”Een ander: „We weten niet of we moeten lachen of huilen.”Korte, gefragmenteerde berichten — vol twijfel.

Palestijnen keren terug naar het noorden van de Gazastrook nadat het staakt-het-vuren is ingegaan.

Het geluid van gevaar

’s Ochtends ging ik naar de keuken om koffie te zetten. Het geluid van het apparaat klonk scherp in mijn oren. Ik dacht eraan hoe zo’n klein apparaat een geluid kon voortbrengen dat aan gevaar deed denken — voor oren die getraind zijn om vliegtuigen te herkennen. Ik ging bij het raam zitten; het daglicht was nog bleek. Ik pakte mijn telefoon weer.

 Ik zag video’s van kinderen die blootvoets door de straten liepen, vrouwen die waterkannen op hun hoofd droegen, jonge mannen die foto’s maakten van de ruïnes — sommigen lachten zelfs.

In Gaza is ook lachen een daad van verzet.Ik schreef in mijn notitieboek:„Dag één van de wapenstilstand. Mijn hart is verscheurd tussen twee plaatsen. Hier regent het nog, en de treinen rijden op tijd. Daar struikelt de tijd.”

Dag twee van de wapenstilstand. De zon is zeldzaam in dit land. Ik hoorde een fiets langs het kanaal rijden, gevolgd door het lachen van een kind. Even wenste ik dat dat lachen uit Gaza kwam — door de wind over zee naar mij gedragen.

Ik opende het nieuws: “Wapenstilstand houdt stand op tweede dag.”

Van links naar rechts: Palestijnen bejubelen in Deir al-Balah in de centrale Gazastrook het nieuws over de nieuwe wapenstilstand in Gaza. Palestijnen kijken vanuit een raam naar Egyptische vlaggen. Palestijnse hulpverleners vieren feest in Gaza-Stad.

De zin was koud, neutraal. Niemand schreef over de angst die uithoudingsvermogen vergezelt, of over de lichamen die nog onder het puin liggen.Ik schreef op een klein stukje papier:„In de media betekent ‘wapenstilstand’ dat het bombarderen is gestopt.In Gaza is het een angstige ademteug.In ballingschap is het de pijn van overleven.”

Ik vroeg me af wat het betekent om hier te zijn, ver weg, in staat te slapen zonder het geluid van gevechtsvliegtuigen, terwijl zij daar brood bakken van beschimmelde bloem. Overleven voelt soms als een andere vorm van verlies.

Zoeken in het puin

Ik liep langs de gracht. De zonsondergang was roze, de lucht koud. Ik probeerde te glimlachen. Maar in mij woedde een storm van vragen waarop niemand een antwoord had: zal de wapenstilstand standhouden? Zullen ze hulp toelaten? Kunnen huizen herbouwd worden voordat de mensen instorten?De wapenstilstand daar is als een korte ademteug tussen twee verstikkingen.En hier voelt de rust als verraad.

Woorden verliezen hun betekenis wanneer je weet dat de afstand tussen taal en werkelijkheid in pijn wordt gemeten. Ik zag een kort filmpje van een vrouw die nog steeds naar het lichaam van haar zoon zocht onder het puin — zelfs na de wapenstilstand.Ze zei: „De oorlog is in mij niet gestopt.”

Mensen om me heen praten over kortingen, het weer en voetbalwedstrijden.Ik keek naar hen en had het gevoel dat ik van een andere planeet kwam.Alles hier lijkt zo normaal, dat het bijna schokkend is.In Gaza wordt zelfs de lucht per ademteug gerantsoeneerd.

Ik herinner me het eerste staakt-het-vuren, toen ik nog in Gaza was.Ik voelde toen niets. Ik kon het niet geloven.We waren allemaal uitgeput — levend tussen schok en uitputting, angst en het verlangen om te rusten, zonder te weten hoe.

Zelfs de uitdrukking “staakt-het-vuren” klonk als een tijdelijke leugen die we herhaalden om te geloven dat het bombarderen echt zou stoppen, al was het maar voor even.Ik herinner me de gezichten van de mensen toen: sommigen glimlachten zonder reden, anderen liepen zwijgend door de straten, alsof ze hun verloren stem zochten.

Vandaag, nu ik vanuit de verte hoor over een nieuw staakt-het-vuren, hier in dit koude land, voel ik dat afstand niets verandert.Dezelfde angst. Dezelfde uitputting. Alleen de lucht is anders.

Op het instituut waar ik werk, vroeg een collega me:“Ben je blij dat er een staakt-het-vuren is?”Ik keek hem aan en wist niet hoe ik moest uitleggen dat het woord ‘blij’ niet past bij deze stilte.Ik zei: “Het stelt me gerust dat ze nu niet gebombardeerd worden.Maar een staakt-het-vuren is geen vrede. Het is gewoon een pauze in de dood — een stillere.”Hij knikte en zei: “Ah… ik snap het.”Maar dat deed hij niet.

Links: Een jongen zit op een auto terwijl ontheemde Palestijnen met hun bezittingen door het vluchtelingenkamp Nuseirat in de Gazastrook rijden, op weg naar Gaza-Stad. Rechts: Een Palestijnse vrouw loopt met haar kind richting Gaza-Stad.

Voorwaarden en garanties

Het staakt-het-vuren gaat door en mensen praten over ‘onderhandelingen’, ‘voorwaarden’ en  ‘garanties’.En ik denk aan de enige garantie die ertoe doet: dat zielen in hun lichamen mogen blijven.

Ik keek naar het glas water op mijn bureau — helder, transparant, smakeloos maar met de nasmaak van ballingschap.

’s Nachts sliep ik moeilijk.Ik droomde dat ik terug in Gaza was. De straten lagen onder het stof, maar mensen plantten bloemen in het puin.Ik werd wakker met tranen op mijn gezicht.

Nu, terwijl ik deze woorden schrijf, tikt de regen opnieuw tegen het glas.De lucht is koud, de hemel grijs, maar in mij — een storm.Het staakt-het-vuren gaat door, ja, maar Gaza heeft geen rust gevonden.

Mijn vrienden blijven foto’s sturen van tenten, zieke kinderen, mensen die zoeken naar werk, naar medicijnen, naar iets wat een thuis genoemd kan worden.

Het staakt-het-vuren is veranderd in een nieuwe vorm van wachten — wachten op het onbekende, op een volgende explosie.

Vaak denk ik aan de afstand tussen hen en mij.Soms voelt het alsof ik hen verraden heb door weg te gaan;andere keren zeg ik tegen mezelf dat ik met mijn stem over hun leven moet vertellen.

Een hoofdstuk

Ik schreef in mijn notitieboek:„Het staakt-het-vuren in Gaza is niet het einde van de oorlog.Het is een hoofdstuk tussen twee oorlogen.

Maar het is ook een kleine ruimte waarbinnen je kunt overleven –  waarin een lach klinkt en oudbakken brood naar leven smaakt.

Het is een test van de hartslag — om te zien of die nog weet hoe lief te hebben, te midden van as.”

Ik kijk naar het raam, zie mijn weerspiegeling in het glas. Ik zie er niet zo verdrietig uit als in april, maar ook niet goed. Misschien omdat rust in ballingschap geen troost biedt — ze herinnert me eraan wat ik verloren heb.

Elke dag sinds de wapenstilstand voelt als een aarzelende ademhaling:een inademing van hoop, een uitademing van angst.„De wapenstilstand houdt stand”, zeggen ze.Maar ik weet dat de oorlog niet voorbij is.Misschien is de echte oorlog nu pas begonnen — de oorlog die in ons binnenste wordt uitgevochten.

Zal deze broze wapenstilstand ons weer tot leven wekken?Nee — leven keert niet terug via politieke besluiten of handtekeningen op papier.Misschien keert het pas terug wanneer we weer in de spiegel durven te kijken zonder bang te zijn voor wat we hebben overleefd.

Draagt de overlevende schuld?Die vraag achtervolgt me sinds ik vertrok.Soms voel ik dat ik iets heb verraden, iets heb achtergelaten wat niet meer kan worden teruggehaald.En ik fluister tegen mezelf:„Zijn zij die daar stierven… nu in vrede?Hebben zij de stilte gevonden die wij, de levenden, nooit kenden?”

Onderaan de bladzijde schrijf ik in kleine letters:„Misschien is de ware wapenstilstand niet tussen twee strijdende partijen,maar tussen het hart en het geheugen —tussen degenen die overleefden,en degenen die achterbleven.”

Dan sluit ik het notitieboek en laat het op tafel liggen.Ik doe het licht uit en zeg tegen mezelf, zoals ik in Gaza zei na elk bombardement: „Laten we proberen een beetje te slapen. Misschien wordt morgen lichter.”

Palestijnse vlaggen wapperen op het puin in Gaza-Stad.

Rita Baroud vluchtte uit Gaza. Aan het Netherlands Institute for Advanced Study (Nias) in Amsterdam doet ze onderzoek naar burgerjournalistiek in oorlogsgebieden.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next