Home

Scheiden om jezelf te worden: is dat nou echt de enige manier?

Het lijkt tegenwoordig alsof het beste wat een heterovrouw kan overkomen een echtscheiding is – dan vind je pas je ware autonomie! Maar verbind je je nog wel aan de ander als die uitweg er altijd is?

is filosoof en schrijft voor Volkskrant Magazine over moderne etiquette.

Als ik ’s nachts wakker lig, lees ik boeken over scheiden.
Het begon vorige zomer. Ik was alleen op vakantie in Noord-Italië en verslond, zoals alle vrouwen in mijn omgeving, All Fours van Miranda July.

Zo kon een leven dus ook lopen, mijmerde ik onder mijn parasol. Je stapt in een langdurige relatie, je baart een kind, je maakt kunst – en dan neem je een afslag uit het verhaal dat je leven is. Je huurt een motelkamer, herontdekt wie je bent, als kunstenaar, als een verlangend lichaam, als individu, los van de verwachtingen thuis.

Wat een bevrijding, dacht ik. Ik voelde toestemming: voor mijn leven, als 33-jarige alleenstaande vrouw zonder kinderen, bekrachtigd dat zo’n leven niet per definitie een tragedie was, dat het pad naar zelfstandigheid iets was om te bevechten, te bewonderen, te koesteren.

Als ik nu wakker lig, lig ik niet meer alleen in bed. Na vijf jaar partnerloos te hebben geleefd, deel ik mijn tijd, mijn aandacht, mijn gedachten weer met een man.

Ik wil niet meer zonder hem – en toch grijp ik naar mijn e-reader als ik de slaap niet kan vatten, open ik een scheidingsmemoir en lees ik in het grijze licht van mijn Kindle hoe het is om na zo’n lange relatie je autonomie terug te winnen.

De scheiding hangt in de lucht. Althans: volgens het CBS daalde de afgelopen jaren het aantal echtscheidingen, maar dat is alleen omdat minder mensen trouwen.

Maar cultureel gezien, als vibe, als plot, is de scheiding overal. Rond de publicatie van All Fours verscheen het ene na het andere scheidingsmemoir: Splinters van de Amerikaanse essayist Leslie Jamison, No Fault van de Canadese journalist Haley Mlotek, Je zou het hier schitterend kunnen maken van de Amerikaanse schrijver Maggie Smith, om er een paar te noemen.

Scheidingsklassiekers, zoals het Amerikaanse zelfhulpboek Scheiden of blijven en de Zweedse cultroman De wederhelft, zijn deze zomer opnieuw uitgegeven en voor het eerst in het Nederlands vertaald.

In de bioscoop draaiden deze zomer de Spaanse scheidingskomedie The Other Way Around en het Noorse scheidingsdrama Loveable. Eind augustus verscheen de nieuwste film van de makers van de romcomreeks Meet the Parents, een remake van The War of the Roses uit de jaren tachtig – ook een scheidingsfilm.

In mijn studententijd was mijn favoriete katerfilm Bridget Jones. Met mijn hand in een zak hamkaaschips keek ik toe hoe de gen X-Jane Austen kettingrokend en diëtend met haar Mr. Darcy eindigt.

Tegenwoordig zet ik Eat Pray Love aan – de verfilming van de gelijknamige superbestseller van Elizabeth Gilbert, met Julia Roberts in de hoofdrol. Eat Pray Love is het ultieme scheidingsplot: een vrouw ontdekt dat ze ergens, gaandeweg de relatie, de rol van De Vrouw op zich genomen heeft en zichzelf in dat proces verloren is. Ze is, al haar feministische ideeën ten spijt, De Vrouw geworden die elke dag de vaatwasser uitruimt, geen koolhydraten eet en haar ambities heeft opgeschort ten behoeve van De Man.

Ze voelt zich afgestompt, vervreemd van zichzelf, verstrikt in twijfel en gevoelens van schuld en schaamte – en vindt de moed De Man te verlaten. Wat volgt is een zoektocht naar het zelf, naar wie de vrouw was voordat de relatie, de rol van De Vrouw, de verwachtingen van de maatschappij haar opslokten. Ze vertrekt naar Italië, eet pasta en groeit uit haar spijkerbroek, ze komt zichzelf tegen in een Indiase ashram.

Ik zie hoe Roberts’ personage haar New Yorkse neurosen afschudt, haar gezicht verzacht, en voel mijn hangxiety (de angst die mensen kunnen ervaren tijdens een kater) wegtrekken. Opgegroeid met het romantisch ideaal uit films als Bridget Jones is dit verhaal een verademing – ik hoef niet te zoeken naar mijn wederhelft, luidt de boodschap van het hedendaagse sprookje. Vervolmaking ligt besloten in mijzelf.

Hoewel de film onderhand vijftien jaar oud is, staat hij in de top 10 van de bestbekeken films op Netflix en Videoland.

Koppelcrisis

De wereld verkeert in een koppelcrisis, rapporteerde de Financial Times begin dit jaar. Van China tot de Verenigde Staten, van Turkije tot Nederland: bijna overal op aarde neemt het aantal stelletjes af en worden romantische relaties instabieler.

In Finland bijvoorbeeld gaan samenwonende koppels eerder uit elkaar dan dat ze een kind krijgen – een omkering van wat historisch gezien de norm is. Een mogelijke verklaring volgens experts: de komst van de smartphone, die meer vrouwen in aanraking heeft gebracht met progressieve ideeën en die tot een nieuwe emancipatiegolf heeft geleid.

Voordat ik De Man ontmoette, verkeerde ik maandenlang in de ‘decentering men’-hoek op TikTok, een genre video’s waarin vrouwen pleiten voor een leven dat niet om een man draait. Ze vieren het singleleven en etaleren hun solozoektocht naar zelfverwezenlijking.

Het is een soort Eat Pray Love op steroïden. ‘Dit eet ik op een dag, als vrouw die liever voor zichzelf kookt dan voor een man’, zo begint een roodharige dertiger haar eetvlog.

Volgende video: ‘Waarom zou ik een man en kinderen willen?’, vraagt een vrouw uit California zich af. ‘Dan heb ik geen geld, geen tijd – en wat krijg ik ervoor terug? Being annoyed all the time?’ In de caption: I’d rather shop & pilates in peace.

Als ik ’s nachts naast De Man wakker lig, denk ik aan mijn Instagramfeed. Vrouwen slapen slechter met een partner, las ik op een populairwetenschappelijk Instagramaccount. Andersom geldt dat niet: de man slaapt juist beter in het bijzijn van een vrouw.

De verklaring, vermoeden de onderzoekers: vrouwen ‘managen’ ’s nachts de emoties van de ander. Elke beweging van De Man maakt me opnieuw wakker, elke kuch, kreun of zucht hoor ik. Dit nachtelijke emotiemanagement, pieker ik terwijl het buiten al begint te schemeren, gaat straks ten koste van mijn concentratie, mijn productiviteit, mijn betaalde werk.

Hoe kan het, vraagt liefdescolumnist Corine Koole zich hardop af in een interview met journalist Barbara van Beukering, dat we weten dat de kans 50 procent is dat een lange relatie eindigt in een breuk – maar daar geen rekening mee houden?

De millennial heeft de naïviteit van het romantisch ideaal van de generatie van onze ouders ingeruild voor een meer transactionele kijk op de liefde. ‘Verkoop nooit je huis’, adviseert mijn omgeving als ik hardop nadenk over samenwonen.

Over het leeftijdsverschil merkt een vriendin op: ‘Chill, dan hebben zijn exen hem al emotioneel opgevoed, dat scheelt jou weer energie.’ Een andere vriendin raadt me aan om, gezien mijn leeftijd (33! The clock is ticking!), mezelf af te vragen: ‘Zou hij een goede co-ouder zijn?’

Millennials zijn, in tegenstelling tot Koole en Van Beukering, voorbereid op alles. We hebben elk mogelijk scenario voor hoe een leven in de soep kan lopen al online voorbij zien komen. Preventieve relatietherapie is eerder regel dan uitzondering.

Relatietwijfel, zegt het pasverschenen zelfhulpboek Scheiden of blijven, is de absolute doodzonde in een relatie. Wie twijfelt, heeft zich al buiten de relatie geplaatst: je gaat niet op in de verbinding, je hangt erboven, analyserend, evaluerend. Een keuze hoort dan zo snel mogelijk te volgen, begrijp ik, en het boek kan daarbij helpen. Door vragen te beantwoorden als: is er nog iets dat jullie leuk vinden om samen te doen? Zou je hem, als je elkaar nog niet kende, beschouwen als een aardig, beschaafd en redelijk aantrekkelijk persoon?

Het lezen over twijfel voedt mijn twijfel – hoe weet ik of ik de goede keuze maak? Als ik nu voor deze relatie kies, stap ik met hem in het script van samenwonen, van een gezin, van een gedeeld leven.

Alles tussen ons voelt goed, maar wat als de liefdeshormonen opdrogen? Wat als ik me dan realiseer dat ik mijn autonomie voor niets heb opgeofferd? Dat ik al die uren samen beter had kunnen besteden aan mijn vrienden, aan andere romantische avonturen, aan boeken lezen en schrijven, aan mezelf?

Wat als? Wat als?!

Alle scheidingsboeken die ik op mijn Kindle kan kopen, zijn geschreven door vrouwen. De Hans Dorrestijn of John Updike van deze tijd moet nog opstaan – mannen houden tegenwoordig (wijselijk?) hun mond over het gebroken huwelijk. Mannen, stelt een Amerikaanse relatietherapeut in een artikel over scheidingsmemoirs in The New Yorker, hebben geen behoefte aan het ontdekken van zichzelf.

Ze hertrouwen, nemen een hobby, kijken zelden achterom. Misschien omdat ze veelal de ‘schuldige’ partij zijn: 70 procent van de scheidingen wordt aangevraagd door vrouwen.

Wat blijkt uit al die romans en memoirs is dit: aan de rol van De Vrouw valt niet te ontsnappen. Niet de baby, en niet de combinatie van werk en zorg is wat hen doet opbranden – de schrijvers van de scheidingsmemoirs wijzen De Man, ook wel ‘het derde kind’, aan als de oorzaak van hun malaise.

Journalist Lyz Lenz omschrijft in haar memoir This American Ex-Wife – How I Ended My Marriage and Started My Life haar ex als de man die altijd op de wc zit als de afwas moet worden gedaan.

‘Wil je weten hoe ik mijn man uiteindelijk zover heb gekregen dat hij zijn aandeel levert?’, schrijft ze. ‘Met een gerechtelijk bevel voor fiftyfifty voogdij.’

Leslie Jamison tekent in Splinters op hoe haar huwelijk leed onder de jaloezie van haar man. Jaloezie op de band tussen moeder en dochter, op haar succes als auteur. ‘Denk maar niet dat ik daar ga staan en je tas vasthoud’, ontglipt hem vlak voor de perstour voor haar boek.

Maggie Smith beschrijft eveneens in Je zou het hier schitterend kunnen maken dat haar man moeite heeft met haar succes als schrijver, en daarom maar een affaire begint. ‘Maar’, sputtert De Man in No Fault tegen Haley Mlotek vlak voor hun relatiebreuk, ‘je bent Mijn Vrouw!’

Alsof hij ergens rechts op had, op Zijn Vrouw, alsof ze zijn bezit was.

Een echtscheiding betekent ook: een metamorfose. De meeste vrouwen in de scheidingsmemoirs maken een grote, meeslepende ontwikkeling door en komen uiteindelijk beter uit hun scheiding. Jamison, Lenz, Smith: allemaal worden ze na de scheiding méér. Meer kunstenaar, meer lichaam, meer vrouw, meer mens. ‘De enige gevaarlijke leugen was er een waarvoor ik mezelf zou moeten comprimeren tot een enkele op maat gesneden entiteit om begrijpelijk te zijn voor een specifiek individu. Ik was een caleidoscoop waarin de glinsterende glasvlakken veranderden wanneer ik draaide’, schrijft July in All Fours. Ik wil niet minder worden, denk ik als ik ’s nachts wakker lig.

Ik wil niet minder worden, denk ik als ik ’s nachts wakker lig.

De vrouwen op mijn for you-pagina op TikTok vertellen me over de last van ‘emotioneel werk’ (het reguleren van gevoelens van gezinsleden), over ‘cognitieve arbeid’ (bijhouden van lijstjes met huishoudelijke en sociale taken), over kinkeeping (de taak om families bijeen te houden), mankeeping (de taak om het sociale en emotionele leven van hun geliefde te organiseren) en ‘hermeneutisch werk’ (het interpreteren van mystieke signalen van een man).

Met deze nieuwe woorden, hun emancipatoire taal geleend van feministische academici, maken zij het onbetaalde ‘werk’ dat vrouwen eeuwenlang stilzwijgend doen, zichtbaar. Moeiteloos wisselen de makers van deze video’s deze terminologie af met een ander populair TikToklingo: therapietaal. Mannen zijn ‘narcisten’ die vrouwen ‘gaslighten’, relaties zijn al snel ‘giftig’ en je moet ‘je grenzen bewaken’.

Deze woorden geven, net als de emancipatoire taal, vorm en structuur aan ervaringen (seksueel en emotioneel geweld tegen vrouwen) die voorheen structureel genegeerd werden. Die woorden – van de feminist en de psychiater – nestelden zich in mijn hoofd, kristalliseerden tot een prisma waardoor ik mijn liefdesleven ging bezien. De gevoelens waarmee ik na mijn vorige relatie achterbleef (‘ik ben tekortgedaan’) veranderden van gedaante, niet langer als ongrijpbare emoties, maar als tastbare entiteiten, met politieke en economische contouren.

In deze relatie ga ik het anders doen, neem ik me voor. Ik zal mijn ambities niet terzijde schuiven, ik zal de mentale last, het emotionele werk van cadeaus kopen, van agenda- en emotiemanagement niet op me nemen.

Het zal lastig zijn, bereiden vriendinnen me voor, om die aangeleerde zorgimpuls te onderdrukken.

Het ligt aan het feminisme

Af en toe glipt een video uit een andere wereld mijn TikTokbubbel binnen. Daar, aan de overkant van mijn algoritme, wijzen mensen andere ‘schuldigen’ aan voor de aanhoudende scheidingsgolf, de vermeende koppelcrisis en het kelderende geboortecijfer.

Niet De Man, maar het feminisme en de hedendaagse individualistische moraal zijn het probleem.

Van oorsprong, schrijft de Australische psycholoog en bestsellerauteur William von Hippel in The Social Paradox, heeft de mens twee kernbehoeften: de behoefte aan verbinding en die aan autonomie. Zonder nauwe banden met soortgenoten zou de oermens nooit overleefd hebben – in je eentje maak je geen schijn van kans op de steppe.

Autonomie was net zo goed noodzaak: om competenties te ontwikkelen – leren hoe een pijl te slijpen of op dieren te jagen – was afzondering nodig. Die twee behoeften concurreren volgens Von Hippel met elkaar. Tijd alleen – om te werken aan je vaardigheden en persoonlijke doelen – gaat ten koste van de verbinding met anderen en andersom, aldus de onderzoeker.

Autonomie was in de oertijd een schaars goed: een man of vrouw in een jager-verzamelaarsamenleving had zelden me-time. Er was altijd wat te doen voor de groep, dus áls een zeldzaam moment alleen zich aandiende, greep men dat met beide handen aan.

Diezelfde impuls heeft de moderne mens nog steeds, stelt Von Hippel, alleen is onze psychologie nog niet mee geëvolueerd met de realiteit van de overvloedige samenleving. Von Hippel vergelijkt het met overeten: zoals de mens nog steeds geneigd is om te veel calorieën te eten, zo probeert de moderne mens zelfbeschikking te hamsteren voordat de groep weer een beroep op hem doet.

Het gevolg: de moderne mens worstelt met massale obesitas, een eenzaamheidsepidemie – en een crisis op de liefdesmarkt.

Op zoek naar je authentieke kern

Eat Pray Love, schrijft journalist Haley Mlotek in No Fault, is een neoliberale interpretatie van het scheidingsverhaal, een soort zelfhulpboek verpakt als memoir. Zelfverwezenlijking – Elizabeth Gilbert, ofwel Julia Roberts, leert aan het einde van haar wereldreis in de rijstvelden op Bali ‘te luisteren naar haar innerlijke stem’ – is in dit moderne sprookje het ultieme doel.

Lang en gelukkig zal de heldin leven: in lijn met haar ‘authentieke kern’, alleen, of met een man of vrouw (Gilbert begon na haar tweede scheiding een relatie met een vrouw), maar altijd: autonoom.

Het ene ideaal, dat van de romantische liefde, is zo vervangen door een nieuwe: het ideaal van autonomie. Is dit ideaal zo bevrijdend als de vrouwen op TikTok het presenteren? Want ze ogen niet vrij, met hun eetdagboeken, pilatesschema’s en meditatieroutines.

Het huwelijksplot isoleerde de vrouw uit het maatschappelijke leven, geketend aan de rol van De Vrouw. Het romantisch ideaal vertelde de vrouw dat dit haar eigen keuze was, dat zij in alle vrijheid het jawoord aan haar partner gaf – en dat het miserabele leven dat volgde haar eigen schuld was. Het zelfgerichte scheidingssprookje van Eat Pray Love, van de video’s die ik zie op sociale media, ketent de vrouw, zou je kunnen zeggen, opnieuw.

Het Eat Pray Love-sprookje is een verhaal dat isoleert, dat me-time en selfcare verheerlijkt, en, bovenal, mannen en heteronormatieve relaties in het algemeen wantrouwt. Daarmee snijdt dit scheidingsplot de weg naar een wezenlijke behoefte af: verbinding.

Het soort verbinding dat ontstaat als je uren samen verveeld op de bank hangt, samen zwijgend restjes uit de koelkast opeet, samen in een bed slaapt.

Zoeken naar verbinding

Van nature is De Vrouw een verzorger, zegt een verdwaalde tradwife op mijn for you-pagina. De Man hoort buiten de deur het geld te verdienen, zij is voorbestemd om thuis rauwmelkse koekaas te maken en voor zeven kinderen te zorgen.

Ja, schrijft Von Hippel in The Social Paradox, evolutionair gezien zijn het vooral mannen die behoefte hebben aan autonomie. En ja, vrouwen geven vaker de voorkeur aan verbinding: een restant van haar reproductieve biologie (een kind grootbrengen kost zo’n 13 miljoen calorieën, dat kan simpelweg niet in je eentje).

Maar, stelt Von Hippel, het is een denkfout om te veronderstellen dat de evolutie prescriptieve waarde heeft: de evolutie is in essentie amoreel. Hoe jagers en verzamelaars leefden, vertelt ons niets over wat een goede samenleefvorm is.

Wat kennis over onze evolutie wel kan bieden: inzicht in de menselijke biologie. De behoefte aan autonomie, schrijft Von Hippel, is evolutionair gezien ontwikkeld ten behoeve van onderlinge verbinding. Het was voor onze voorouders niet, zoals volgens het autonomie-ideaal, een doel op zich. Mensen hebben vooralsnog, tot de evolutie ons inhaalt, nauwe banden en hechte relaties nodig, zoals we allemaal genoeg calorieën binnen moeten krijgen. Zulke verbinding geeft ons een gevoel van welzijn, van veiligheid en, belangrijker, van plezier.

De emancipatietaal of therapietaal van de vrouwen in mijn TikTokalgoritme hebben daar geen woorden voor. Bovendien, realiseer ik me als ik weer eens wakker lig, hebben die talen de liefde haar in het domein van werk, van pathologie, getrokken.

Waar ik woorden vind die zowel recht doen aan de liefde als aan de zelfbeschikking van een vrouw: in de boeken van Jamison, Mlotek en July. Deze vrouwen schrijven over hun scheiding en relaties – oude en nieuwe – met nuance, met ruimte voor ambiguïteit en innerlijke tegenstrijdigheden. Zij leggen geen consumptieve spirituele innerlijke reis af naar zelfverwezenlijking, wijzen niet enkel naar het patriarchaat, verheerlijken niet hun bevochten autonomie.

Mlotek vermijdt in No Fault elke vorm van stelligheid: over haar huwelijk, over de oorzaken voor de breuk, over hoe het is om verder te leven zonder partner. Er is geen voor en na de scheiding, geen grote katharsis. Jamison vindt in Splinters een nieuwe vorm van verstrengeling: met haar pasgeboren baby, met haar eigen moeder. En ze blijft een met werk geobsedeerde schrijver. Het July-vormige hoofdpersonage in All Fours keert na haar motelavontuur met een jonge danser terug naar man en kind en opent de relatie (schrijver July vroeg wel een scheiding aan).

De vrouwen krijgen méér relaties, met méér geliefden, en vooral: met hun kinderen, met vrienden, met buren en onbekenden.

Het sprookje is niet voorbij

Er kwam een punt dat ik stopte met zoeken naar ‘rode vlaggen’.

Misschien was het de taal die we onderhand zelf hadden ontwikkeld, de vertrouwdheid en intimiteit die we hadden opgebouwd. De dichotomie in mijn hoofd, tussen tijd voor mijn werk en tijd met hem, brokkelde langzaam af.

Misschien zijn verbinding en autonomie geen concurrerende behoeften, misschien vullen ze elkaar wel aan, als een wederkerig voedend systeem. Misschien concurreren die twee niet om tijd, misschien is er geen sprake van schaarste, misschien word je ook in een relatie méér – is het koppel meer dan de optelsom van twee individuen.

Ik voelde een nieuwe behoefte, geheel tegen mijn verwachting in – de behoefte om voor hem te koken, zijn emoties te doorgronden, voor hem te zorgen. Het prisma waardoor ik de relatie bekeek, veranderde in een kaleidoscoop: ik zag niet langer emotionele arbeid, geen grenzen om te bewaken. En mochten wij belanden aan de verkeerde kant van de statistieken, dan weet ik nu dat mijn ‘sprookje’ niet voorbij is – dat er een legio aan mogelijkheden op me wacht.

Je snapt: sindsdien slaap ik, in zijn armen, als een roos.

Leslie Jamison: Splinters. Uit het Engels vertaald door Janine van der Kooij. Nijgh & van Ditmar; 296 pagina’s; € 24,99.

Mira Kirshenbaum: Scheiden of blijven. Uit het Engels vertaald door Aad van der Mij. Lev.; 368 pagina’s; € 24,99.

William von Hippel: The Social Paradox. Harper; 304 pagina’s; € 16,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next