Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Schuldig. Schuldig. Schuldig. Schuldig. Schuldig. Schuldig. Aan 27 van de 31 aanklachten, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden; woorden slaan de feiten plat. De bijl waarmee hij een hoofd doorkliefde. De zweep. De dader zit wat gebogen achter zijn verdediging en kijkt wat wezenloos voor zich uit, krabbelt wat in een notitieboekje, probeert een glimlach, stopt het overhemd in zijn broek; het kunstlicht kaatst in de glazen van zijn zware brilmontuur. Soms worden zijn ogen zichtbaar maar ook daarin is niets te zien.
‘Dat is het probleem van misdadigers’, zegt Jamaleldeen later, ‘hun gezicht is dood’. Maar de teleurstelling die hem en de andere aanwezige Soedanezen overvalt, is een andere.
Dit is de plek waar de wereld even wil stoppen met draaien. Het Internationaal Strafhof, gewoon in een Haags kantoorgebouw. Voor de deur een zwijgende rij, binnen een strakke rechtszaal vol toga’s, met glas gescheiden van de steil oplopende publieke tribune. Verslaggevers versturen het wereldnieuws: Ali Muhammad Ali Abd-Al-Rahman, alias Ali Kushayb, alias ‘kolonel der kolonels’, zoon van een veehouder die verzorgende werd in het leger en later een apotheekje opende en later oorlogsmisdadiger werd: schuldig, schuldig, schuldig. De straf moet nog bepaald.
Naast me in de journalistenbankjes zit de ervaren Ibrahim Jadelkarim van Radio Dabanga, een Soedanees nieuwsstation dat onder meer opereert vanuit Amsterdam. Zelf dertig jaar terug gevlucht, doet hij zijn best het historische belang van de uitspraak te bevatten. Maar terwijl we luisteren naar twintig jaar oude oorlogsmisdaden worden in Soedan elke dag nieuwe oorlogsmisdaden gepleegd, de voorzitter van de rechtbank spreekt van een ‘underreported’ catastrofe: de wereld draait door.
Het is mogelijk oorlogen als deze te stoppen, zegt Ibrahim, en hij noemt Rwanda met z’n bijzondere vorm van verzoening. ‘Je moet hoop houden.’ En vlak deze veroordeling niet uit: die is een waarschuwing voor alle daders, de ‘vernedering’ die deze man ten deel valt ‘is erger dan de celstraf’. Met vrienden had hij het over Eichmann, ‘die zei ook alleen maar bevelen uit te voeren’. Een persoonsverwisseling, vindt de aangeklaagde zelf.
De drie rechters dragen blauw. De voorzitter is verkouden, het maakt haar stem zwaarder, en tijdens het spreken opent ze een pakje wegwerpzakdoekjes, snuit haar neus, een doodgewone handeling tussen tekst over moord en brandstichting en plundering en verkrachting door. Dit proces, zegt ze, geeft de slachtoffers ‘een stem waarmee ze de wereld informeren’.
Namen van dorpen en stammen dwarrelen door de zaal, getuigen vertelden over vuur en as. Hoe de daders iemand vooruit stuurden om het dorp te vertellen dat vluchten niet nodig was. Hoe ze de kleren van de vrouwen en meisjes trokken. Hoe de dader hier aanwezig met zijn bijl sloeg. Met zijn zweep. Hoe hij over de lijken liep.
Iedereen staat op. De dader ook, hij wil een hand in zijn broekzak steken maar ziet er toch vanaf. Schuldig. Schuldig. Schuldig. Geen enkele gezichtsuitdrukking.
‘Het is niet genoeg’, zegt later in de hal Jamaleldeen Mohamed – dat is de teleurstelling. ‘Het is te laat’. Net als de anderen is hij van vereniging Darfur Union en allemaal zijn ze blij dat de dader schuldig is verklaard, en verdrietig tegelijk omdat het zo lang duurde. Deze man is niet meer dan een oude komma in een onmenselijke geschiedenis. Omar Hassan Ahmad Al Bashir, Ahmad Harun, Abdel Raheem Muhammad Hussein; de grote namen zijn hier niet.
61 arrestatiebevelen heeft het Internationaal Strafhof uitstaan, van Poetin tot Netanyahu. Het holt achter de wereld aan, terwijl de wereld steeds verder wegrent van het Strafhof. Dat rent ook weg van zichzelf: hoofdaanklager Karim Khan zit thuis na beschuldigingen van seksueel misbruik; NRC concludeert in een lang onderzoeksverhaal dat ‘een instituut dat pal zou staan voor gerechtigheid en rechtsgelijkheid, die waarden op de eigen werkvloer schendt.’
Jamaleldeen was 12 toen Ali Muhammad Ali Abd-Al-Rahman terreur zaaide, met vele anderen. Hij vluchtte naar Nederland. ‘Ik was een kind toen het gebeurde, en nu ben ik al 35 hè.’ Hij woonde in asielcentra, kreeg een vluchtelingenstatus en werd elektricien van beroep, in loondienst, en hij dankt Nederland voor de geboden veiligheid. Zijn familie is nog in Soedan. Waar het weer oorlog is.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns