Wie omrijdt om te tanken is steeds vaker voordeliger uit. De verschillen tussen het tankstation aan de snelweg en de onbemande dorpspomp worden steeds groter. Vooral dit jaar zijn die verschillen toegenomen, blijkt uit cijfers van ING.
Het prijsverschil is zelfs groter dan de accijnskorting die volgend jaar wordt verlengd, zegt Rico Luman tegen NU.nl. Hij is transporteconoom bij ING. Met die accijnskorting betaal je per liter benzine bijna 25 cent minder. De korting zou per januari volgend jaar worden afgeschaft, maar het kabinet heeft de regeling toch weer verlengd.
Maar de prijsverschillen tussen de snelweg en de dorpspomp zijn dus nog groter. Bij de laatste meting in augustus ging het om een verschil van 26 cent, zoals je in onderstaande grafiek kunt zien. "Het verschil tussen tanken in de regio - dus bijvoorbeeld langs lokale wegen - en aan de snelweg neemt steeds verder toe", zegt Luman.
In augustus 2020 lag het prijsverschil nog op 17 cent. In augustus 2023 was dat al 20 cent en inmiddels gaat het dus om 26 cent. Luman: "Vooral dit jaar is het flink opgelopen."
Ook Paul van Selms van UnitedConsumers ziet de verschillen. "De concurrentie is enorm. Feit is: er zijn teveel tankstations in Nederland", legt hij uit. Maar mensen zijn niet per se meer gaan tanken. "De beste manier om dan onderling te concurreren is via de prijs", gaat Van Selms verder. "Daarom zijn de verschillen groter geworden."
Het lijkt erop dat stations aan de snelweg meer prijsmarge nemen dan de minder bekende merken in de regio, zegt Luman. "Denk aan Fieten Olie of Tinq." Volgens de ING-econoom kijken veel mensen naar de adviesprijzen bij UnitedConsumers, maar in werkelijkheid kan de prijs bij de pomp aan de snelweg dus een stuk lager liggen.
Bovendien zijn er de laatste jaren steeds meer onbemande pompen bij gekomen, zegt Van Selms. Die kunnen makkelijker een lagere prijs hanteren. "Een ander groot verschil heeft te maken met de locatie. AA-locaties zoals plekken langs de snelweg krijgen veel verkeer. Maar die locaties zijn ook duurder, omdat ze bijvoorbeeld meer voor de grond moeten betalen."
Pompstations op "een minder goede locatie", zoals langs een landweggetje of in een dorp, hebben met minder verkeer te maken. "Die moeten dus klanten proberen te trekken. En prijzen lager houden."
Toch kun je bij de cijfers van het onderzoek wel wat kanttekeningen plaatsen, zegt Van Selms. "Die onderlinge verschillen zijn het gemiddelde. Er is een groot verschil tussen de pompprijzen, maar het is niet zo dat de ene helft heel hoog is en de andere helft heel laag", legt hij uit. Bij een groot deel van de stations is er waarschijnlijk een kleiner onderling prijsverschil.
Daarnaast verschillen de prijzen vaak per dag en soms zelfs per ochtend of avond. Ook zijn er op sommige dagen acties bij een pomp en op andere dagen niet. De prijzen verschillen daardoor niet op alle momenten evenveel. Een maandelijks onderzoek geeft daar niet altijd even duidelijk inzicht in.
Sinds enkele maanden zijn de olieprijzen wereldwijd aan het dalen. Een van de oorzaken is dat oliekartel OPEC+ van plan is de olieproductie weer geleidelijk te verhogen. In oktober en november gebeurt dat met 180.000 vaten per dag. Die plannen werden eerder op de lange baan geschoven, maar op termijn wil het kartel alsnog de productie verhogen.
Ondertussen lijkt de vraag naar olie wat tegen te vallen. Zo zijn er zorgen over een zwakkere olievraag in China als gevolg van tegenvallende cijfers over de Chinese industrie. China is 's werelds grootste olie-importeur. Er zijn op de oliemarkt al langer zorgen over de kwakkelende Chinese economie en olievraag. Ook over de Amerikaanse olievraag is onzekerheid.
Source: Nu.nl economisch